woensdag 29 februari 2012

Daudet in de Provence

Alphonse Daudet in de Provence
Een maand geleden volgde ik Alphonse Daudet heel Parijs rond. Nu is het de beurt aan zijn oh zo geliefde Provence. Want waar hij ook ging, zijn hart lag altijd onder de Provençaalse zon. Dit is mijn tweede keer in de Midi. Anderhalf jaar geleden reisde ik naar het Katharenland, in de streek Languedoc-Roussillon. Het is in diezelfde regio dat ik mijn Provencereis begin, tussen de Romeinse en middeleeuwse monumenten, in het spoor van Daudet.
Ik vlieg boven het lichtbruine, zuiderse landschap. Ik kijk naar de streek waar de belangrijkste van Daudets verhalen zich afspelen. Mijn vliegtuig landt in Nîmes, en ik moet nog enkele minuten op de bus zitten voor ik het centrum binnenrijd. De zon brandt onverbiddelijk in onze ogen en geeft de illusie dat het erg warm is buiten. Het landschap van de Midi is een streling voor het oog. De typische huisjes, vegetatie (olijfbomen, palmbomen...), velden met zwarte stieren en witte paarden, in de verte de toppen van de Alpilles. Ik ben op vakantie. Ik ben terug in de heerlijke Languedoc.
Nîmes, de geboorteplaats van Daudet, is een middelgrote maar rustige stad - toch op zondag - met smalle straatjes, palmbomen, fonteinen in een winterslaap, standbeelden van Romeinse keizers, overal het embleem van de krokodil onder de palmboom, en grootse monumenten: de statige arena, de massieve Romaanse kathedraal, het charmante Maison Carrée... Het is erg winderig en in sommige straatjes wandel ik alleen, zo rustig is het. Op die manier kan ik dit zuiderse stadje op mijn gemak verkennen. Het geboortehuis van Daudet vind je nog steeds terug, dit op de Boulevard Gambetta. Op de gevel van het huis, waar nu een schoonheidsinstituut is gevestigd, lees ik een citaat van onze Midischrijver: "Je ne sais qu'une chose: crier à mes enfants: vive la vie!" En of hij van dat leven geniet. Met volle teugen. Lang leve het leven!
Niet ver van het Maison Carrée, het meest populaire monument van Nîmes, ligt de Boulevard Alphonse Daudet. Op een steenworp van deze straat, aan het uiteinde van een kanaal, ligt het indrukwekkende Jardin de la Fontaine, een paradijs van - inderdaad - fonteintjes, maar ook standbeelden van Romeinse goden en godinnen, struikjes, boompjes, trapjes, bruggetjes, en de opvallende Temple de Diane. Ik begin te klimmen, het uitzicht wordt steeds mooier. De zon, die het bijna voor bekeken houdt, zet met haar laatste stralen de kruinen in vuur en vlam. De Tour Magne, heer en meester van Nemausus, staat trots op deze mooi versierde heuvel. Hier waait het wel erg hard. De mistrals hebben vrij spel en laten de bomen dansen tegen de avondzon.
Ik wandel door tot de Place de la Couronne, waar Daudets standbeeld in het midden van een fontein staat te pronken. Zo eert Nîmes haar ooit zo populaire schrijver. Ik zet de tocht verder, passeer het station weer, en beland bij het appartement van mijn gastheer en -vrouw. Twee kolossale appartementsblokken lijken er wel twee UFO's klaar om op te steigen. Een Louvain-la-Neuve in zakformaat. Na de maaltijd praten we bij een glas pastis of twee honderduit: over de verschillen tussen België en Frankrijk, de presidentsverkiezingen, patois, reizen, Alphonse Daudet, de chanson, Amerikaanse films en Belgische bieren. Een gezellig einde van een geslaagde eerste dag in het Franse zuiden.
 * * *
De dag nadien volg ik mijn gastvrouw de stad in, nemen we afscheid en stap ik het Office de Tourisme binnen. Hier heeft Bart Van Loo jaren geleden naar het geweer van Tartarin gevraagd en er een grappige foto mee genomen. Ik vind het een leuk idee om hetzelfde te doen en vraag de verbaasde bediende naar het geweer. Hij vraagt hoe ik weet dat het wapen bij hen verscholen ligt en ik laat hem de foto zien. Hij kent de anekdote maar was er die bewuste dag niet bij. Samen met zijn collega's moet hij toch even zoeken achter het literaire relikwie. Langzaam maar zeker geraken de aanvankelijk terughoudende bedienden enthousiast over mijn vraag. Ze vragen of ik het geweer even wil vasthouden en nemen een foto.
Het pronkstuk wekt de interesse van twee sociologen, die toevallig passeren. Ik doe nogmaals het verhaal van Bart Van Loo's literaire reisgids en de vrouw van het gezelschap noteert de titel van het boek. Hierna begint haar energieke collega, een Corsicaan, enthousiast over hun queeste te vertellen. Ze onderzoeken volksfiguren en reizen heel het zuiden van Frankrijk rond. Hij had het onder andere nog over de déracinement en de uniformisation van de Midi, en zei ook dat de Provence die de toerist ziet, niet de echte Provence is. Zo ook is Tartarin absoluut geen prototype van de Provençaal, aldus onze socioloog. De molen van Fontvieille zou ook niet de legendarische molen 'van Daudet' zijn. Het is allemaal geldklopperij. Dat zelfs de bedienden in het Office de Tourisme met een noordelijke tongval spreken, zegt volgens hem genoeg. Zeer interessant praatje met een op zijn minst opvallende verteller.
Ik reis naar Arles, Romeinse stad aan de Rhône, tussen de Camargue en de Alpilles. Ook hier heeft Daudet sporen achtergelaten. In zijn verhalen beschrijft hij de Provence als geen ander. L'Arlésienne speelt zich natuurlijk in Arles af en gaat over liefde die wel érg blind is. De twintigjarige Jan krijgt een beeldschone dame uit Arles maar niet uit zijn hoofd, met alle gevolgen vandien.
Mijn wandeling begint op de Place de la République, waar een obeliskfontein, het stadhuis en twee kerken staan. De ene kerk is nu ingericht als kunstgalerij, de andere is de beroemde Eglise Saint-Trophime. In het Hôtel de Ville lees ik een citaat van Frédéric Mistral, de Provençaalse dichter en goede vriend van Daudet: "Arle! O, tu que siés estado tout ço que l'on pòu estre, la metroupòli d'un emperi, la capitalo d'un reiaume, e la matrouno de la liberta..." Zijn standbeeld vind ik op de Place du Forum. Ook Arles telt erg veel Romeinse monumenten. Zo heb je de arena, het theater - dat onder keizer Augustus is gebouwd, zoals veel monumenten in de Midi - de thermes de Constantin... Allemaal antieke brokstukken uit een ver, ver verleden. Helemaal niet ver van de kolossale arena staat een charmant, oud kerkje, de Notre-Dame-de-la-Major. Bezoek het zeker en ga daarna naar het panorama links van de kerk. Het uitzicht is er bijzonder mooi. Niet zo heel ver weg ligt de Abbaye de Montmajour, veel verder zie ik de Alpilles en de Opies, en erg vaag aan de horizon de Cévennes en de Mont Ventoux ofwel de Mont Chauve. Ik zal deze kolos nog vaak zien op m'n reis door de Provence. In dat alles moet ook Fontvieille liggen, maar geen molen te bespeuren. Ik zal daarvoor te veraf staan.
Voorbij het oude klooster ligt de Boulevard des Lices, waar de Jan, de protagonist van L'Arlésienne, zijn schone ontmoet. Iets verder kan je de necropolis van Les Alyscamps bezoeken, waar Daudet en Mistral vaak gingen wandelen en uit elkaars werk voorlazen. Ook Van Gogh en Gauguin kwamen, toen ze nog vrienden waren, vaak op deze plek schilderen, met erg mooie kunstwerkjes als resultaat. Een charmant zandweggetje met aan weerskanten stenen sarcofagen leidt me naar de ruïnes van de Eglise Saint-Honorat. In deze tempels des doods kan je de eeuwen ruiken. Mijn galmende voetstappen kunnen de doden in hun stenen bed niet wekken. Verder verstoren enkel de vleugels van de zenuwachtig heen en weer vliegende duiven de kille stilte. Een bezoek meer dan waard!
In de late namiddag arriveer ik in Avignon. Het wereldberoemde Palais des Papes met daarnaast de Cathédrale des Doms (voor de kunstliefhebbers: rijkelijk versierd interieur!) is ontzagwekkend. In gedachten zie ik de muilezel van de paus naast de massieve paleistoren bengelen. Ook Avignon ontsnapt niet aan Daudets vertelkunst. Vanop de aangrenzende rots heb je, weer maar eens, een ontzettend mooi uitzicht. Hier kan je moeilijk naast de Mont Ventoux, le Géant d'Europe, kijken. Verder zie ik ook nog het Château St. André, de Dentelles de Montmirail en de Pont Saint-Bénezet, de gehalveerde brug die iedereen kent van het ontzettend populaire liedje. Ook Daudet gebruikt de tekst van het refrein in zijn La Mule du Pape. Het waait stevig aan de Rhône, maar het panorama maakt dus erg veel goed.
Ik steek een andere brug over en beland aan de andere kant van de Rhône. Het zicht dat je hier hebt op het Palais des Papes, de kathedraal, de pont d'Avignon en de Mont Ventoux vergeet je nooit meer. Ik zet me op een bankje en lees mijn Roddy Doyle uit. De zon geeft het majestueuze paleis afwisselende kleuren, en wanneer het bijna donker is, sta ik recht en steek ik ook de kleine Rhône over. Ik verdwijn in de heuvels van Villeneuve-lès-Avignon en kijk neer op de trotse, volledig ommuurde middeleeuwse stad, nu helemaal in avondkledij. Ik haast me naar mijn gastvrouw, die me ook de avond nadien haar couch zal aanbieden en wiens appartement heel erg dichtbij het paleis ligt, pal in het centrum dus. Na een eerste kennismaking gaan we met enkele van haar vrienden wat Belgische biertjes drinken.
* * *
De volgende morgen. Ik zit op een witte steen in het midden van de rivier Gardon. Vlak voor het Romeinse monument in Frankrijk par excellence: de 2000 jaar oude Pont du Gard. Drie rijen van prachtig gevormde bogen te midden van een aantrekkelijk Provençaals landschap.

Springend van steen naar steen probeer ik de oever weer te bereiken zonder in de rustig stromende rivier te vallen. Ook vanop de brug is het uitzicht adembenemend. Je zou er spontaan een gardon van krijgen. In het verlengde van de bovenste rij bogen, daar waarin het water werd getransporteerd, kan je een stuk door het aquaduct wandelen. Helemaal bovenaan de brug oversteken mag pas vanaf mei.
Wat een monument. Samen met het Palais des Papes moet dit dé trots van de Provence zijn. Eigenlijk klopt dat niet, want ik bevind me weer aan de andere kant van de Rhône, de kant van Nîmes, wat wil zeggen dat dit de Languedoc is. Vinken en roodborstjes huppelen en vliegen vrolijk in het rond. Zwaluwen doen hun halsbrekende stunts rond de brug. De zon doet haar best. Het wordt warm. Ik zie zelfs enkele vlinders. Het is lente. Twee weken geleden vroor het nog dat het kraakte in de Midi, maar nu is het lente. Voor het typisch Provençaalse geluid van de cicaden ben ik wel nog wat vroeg. Ik zet me neer en lees één van de vele molenverhalen uit Daudets Lettres de mon moulin, een klassieker die ik de dag voordien in Arles heb gekocht. Ontroerende, eerlijke vertellingen uit het hoofd, het hart en de pen gevloeid van een rasechte Provençaal. Je hart breekt in duizend stukken wanneer de wolf het geitje Bernadette verorbert, of wanneer Jans moeder met haar zoon op de schoot het uitschreeuwt van verdriet.
Op naar het volgende Mekka voor Romeinse overblijfselen. Orange is een rustig stadje aan de Meyne, maar met belangrijk werelderfgoed. Een borstbeeld van Mistral verwelkomt me. Een eerste toonbeeld van de oudheid vind ik in de triomfboog, die in alle bescheidenheid staat te pronken in het noorden van de stad. Dit meer dan 2000 jaar oude relikwie is rijkelijk versierd met afbeeldingen die met enige verbeelding naar moderne kunst neigen, en is het symbool van de overwinning van de beschaving tegen de barbaren van het noorden.
Dé trekpleister is echter het antieke amfitheater, het best bewaarde Romeinse theater van Europa, waarvan het podiumgebouw zelf zo goed als intact is. Het panorama over de stad en de bergen is zeer de moeite. Volgens de Zonnekoning is de gigantische buitenmuur van het theater "la plus grande muraille du royaume". En hij kan het weten. Naast het theater liggen de ruïnes van een tempel die niet meer zo intact is. Wanneer je op de hoogste plaatsen van de tribunes zit en neerkijkt op het podium, is het moeilijk in te beelden dat hier in de 16e eeuw heel wat mensen onderdak vonden in tientallen huisjes. Bekijk zeker de interessante infofilm over het theater en leer zo iets over zijn zeer bewogen geschiedenis.
Voor ik nog wat doelloos rondkuier in dit bolwerk van extreem-rechts, beklim ik nog de heuvel waartegen het theater aanleunt. Het is even klimmen, maar eens aan de top ontvouwt zich een onvergetelijk panorama over de stad, met de Mont Ventoux en de Dentelles aan de horizon. Bovenop de heuvel vind je de grondvesten van het paleis van Johan Friso's voorvaderen, die hier lange tijd de lakens uitdeelden. Wanneer ik enige tijd later het station bereik, kleurt de Provençaalse zon de hemel knaloranje.
* * *
De schrikkeldag, en laatste dag van m'n reisje, begin ik met een ochtendwandeling in de Jardin des Doms. Een mist hangt over Avignon en verstopt de Mont Ventoux voor mijn blik. Een uur later rijdt mijn bus Tarascon binnen, het stadje van volksheld Tartarin, de affabulateur of opschepper die zijn eigen avonturen bedacht en er zo heel wat populariteit mee vergaarde, maar die uiteindelijk met een klein hartje echt op leeuwenjacht ging, onder druk van zijn achterban. Tartarin de Tarascon is nog steeds erg geliefd in Frankrijk en daarbuiten, en heeft lang hét beeld bepaald dat veel mensen van de Provence hadden, wat in Tarascon niet in goede aard viel.
Na enkele minuten wandelen, stuit ik op la Tarasque, de monsterlijke amfibiepop die jaarlijks door de Tarasconezen door de straten wordt gedragen, ter ere van de heilige Martha.
Het kasteel van Tarascon staat trots op de oever van de Rhône te wezen. In de Middeleeuwen woonde koning René hier. Net als Tartarin en Bart Van Loo steek ik de brug over de Rhône over, naar het kasteel van Beaucaire, een belangrijke handelsstad in de Middeleeuwen. Beide kastelen kijken elkaar al eeuwenlang in de ogen. In Beaucaire ontmoet ik nog een ander volksmonster, le Drac. Deze draak/tovenaar veranderde zich wel eens in een menselijke gedaante, wat, volgens de overlevering, de arme lavendière bijna fataal werd, toen zij hem na zeven jaar verstandhouding herkende en door le Drac, die bang was om ontdekt te worden, blind werd gemaakt.
Het kasteel van Beaucaire heeft een uitstekende ligging: bovenop een grillige rots, te midden van andere middeleeuwse ruïnes. Helemaal bovenin heb je een panorama van bijna 360°. Hier kunnen je ogen de Rhône tot ver volgen.In het Office de Tourisme vraag ik waar het Daudetmuseum ligt. De twee sympathieke heren antwoorden dat het helaas niet meer bestaat. Enkele jaren geleden hadden ze daar erg veel last van overstromingen, toen de Rhône buiten zijn oevers trad.
In het Cloître des Cordeliers vind je het cabinet de Tartarin, een must voor elke Daudetfan - en ondertussen kan ik me daar echt wel bij rekenen. Een pop van Tartarin staat hier in een decor van jachtgeweren en trofeeën (de schedel van een nijlpaard, de vellen van zebra en leeuw...), beeldjes van de zelfverklaarde held, afbeeldingen van passages uit de roman... Vijf jaar geleden stond dit alles in een villa aan de rand van de stad, maar dat huis is ondertussen verkocht, zo weet de zeer vriendelijke dame mij te vertellen.

Ik eet een steak frites in het restaurant La Table de Tartarin - waar nog meer afbeeldingen en prenten zijn te vinden - en begeef me daarna naar het station. Net als in Orange ben ik de enige die in T-shirt rondloopt. Voor de Provençalen is dit winter. Voor mij een betere lentedag. Op de koude mistrals van twee dagen geleden na, heb ik erg veel geluk met het weer. De zon schijnt met volle kracht en het is zomers warm. Aangezien de treinbestuurders staken, moet ik een bus nemen naar Nîmes. Aan de bushalte ontmoet ik een charmante Deux-Sévrienne. Heel de busreis lang praten we enkel over reizen. Ook zij is verbaasd over het warme weer. De Provençalen beginnen het ook stilaan in het snuitje te krijgen en laten al voorzichtig hun winterjas thuis. Het is nog warmer dan in Tarascon, en laat ik net nu de bus naar de luchthaven moeten nemen. De Française wandelt richting Maison Carrée en ik wacht op de bus.

Net nu het zo warm is, moet ik de Provence verlaten. Vier dagen, lang is het niet, maar wanneer ik m'n korte reis evalueer, besef ik dat ik erg veel heb gezien, beleefd en genoten. De geur van lavendel en het kabaal van de cicaden, die waren er nog niet, mais peu importe. Voor mij zal de Provence altijd verbonden zijn met Daudet, de man wiens graf ik in Parijs helaas niet heb gevonden, maar wiens hart en ziel ik de afgelopen dagen meerdere keren heb gevoeld. Ik zucht eens terwijl de bus langs alle monumenten van Nîmes rijdt. Zo kom ik ook langs de Place de la Couronne. Ik waai naar het standbeeld op enkele meters afstand. De Provence zal Alphonse Daudet nooit vergeten...

Bron: Van Loo, Bart, 2006, Parijs Retour, Antwerpen: Meulenhoff | Manteau.
Voor meer info over Bart Van Loo en deze waardevolle literaire reisgids: Parijs Retour

woensdag 15 februari 2012

Unieke Monumenten (1)

Als groot reisliefhebber heb ik ondertussen al heel wat afgereisd. Over heel de aarde heb ik erg knappe steden en prachtige natuur mogen bewonderen. De komende maanden ga ik proberen hier enkele korte reistips neer te schrijven, gebaseerd op de monumenten die op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staan.

Een absoluut pareltje in de Amerikaanse staat Colorado is Mesa Verde, een nationaal park dat de ruïnes van woningen van de Anasazi-indianen huisvest. Deze klifdorpen moeten tussen de 6e en 12e eeuw gebouwd zijn. Een prachtig uitstapje terug in de tijd, in één van de beschavingen van voor de ontdekking van de Nieuwe Wereld.
Het Senegalese Île de Gorée was het grootste centrum van de westerse slavenhandel, nog niet zo heel lang geleden trouwens, toen de handel in Afrikanen nog de gewoonste zaak van de wereld was. Erg confronterende plek trouwens. Het sfeertje dat er hangt is dat van onderdrukking en ellende. In de eeuwen dat Gorée hiervoor werd gebruikt moeten zo'n 20 miljoen slaven op dit eiland hebben vastgezeten, wachtend op hun laatste reis, die naar de kolonies van de Nieuwe Wereld. In de verte zie je de wolkenkrabbers van Dakar en boven het eiland cirkelen zeearenden. Een bezoek dat u nooit zal vergeten.
Krakau is ongetwijfeld één van de mooiste steden van Oost-Europa. Het historische centrum is eigenlijk vrij klein, maar bevat enkele absolute architecturale meesterwerkjes: de Wawelkathedraal, de kerk van Maria Hemelvaart, de Sukiennice... Ook heeft Krakau de grootste markt ter wereld: de Rynek. Niet voor wie pleinvrees heeft! Op het plein staan enkele ludieke pianostandbeeldjes, ter ere van Chopin. Het imposante kasteel staat aan de rivier Wisła. Let op voor vuurspuwende draken! Ook de Kazimierzwijk is een bezoekje waard.
De Dom van Aken is één van die indrukwekkende kathedralen die West-Europa rijk is. Midden in dit Roma Nova staat dit gigantische bouwwerk, waar niemand minder dan Karel de Grote ligt begraven. Aken is één van die vele Duitse gezellige stadjes, met een leuke kerstmarkt in de winter.
In het zuiden van Polen kan je de Wieliczka-zoutmijn bezoeken. Dit is een ontzettend uitgebreid doolhof diep onder de grond, met een gangenstelsel van 300 km. Het is erg interessant om te zien hoe het zout gewonnen werd. U valt stijl achterover bij de ingenieuze beelden die uit het zout gekapt zijn. Zo is er ook de 'diepste kerk' ter wereld, 101 meter onder de grond, met onder andere 'Het Laatste Avondmaal' in zout. Een mannenkoor zingt voor u in het Pools. Dit is gewoon een onvergetelijk, uniek uitstapje in een wereld die de onze niet is.
De Everglades in het uiterste zuiden van Florida is een uitzonderlijk natuurreservaat waar honderden tropische vogelsoorten, zoogdieren, reptielen, vissen en insecten te vinden zijn. Vooral de opvallende aanwezigheid van alligators is opmerkelijk. Snel in het water, maar ook zeer snel op het land, dus laat u niet verrassen door één van deze prehistorische monsters. Met een motorbootje kunt u een gejaagd tochtje door de moerassen maken en zien hoe de kroko's marshmallows verorberen. De meest opvallende bewoner van deze prachtige habitat is ongetwijfeld de Florida panter, die erg zeldzaam is. De kans is dus klein dat u hem tegen het lijf loopt.
Een ander wereldberoemd nationaal park in de V.S. is dat van de Grand Canyon, het diepste ravijn ter wereld, zo'n 1500 meter diep! Helemaal beneden ziet u de Coloradorivier kronkelen. De roodbruine rotsen zijn werkelijk een streling voor het oog, en de sculpturen zijn gewoon subliem en onaards. In dit waanzinnige Arizonalandschap zijn nog erg veel indianenruïnes gevonden.
De Mont Saint-Michel is voor mij nog steeds het meest indrukwekkende monument van Frankrijk en één van de meest in het oog springende plaatsen in Europa. Zo wordt deze abdij op een heuvel aan de zee ook wel eens la Merveille de l'Occident genoemd. Dit Normandische imposante bouwwerk is een absolute must-see. Wandel zeker door de smalle straatjes en ga helemaal tot aan de top van de heuvel. U hebt vandaar een prachtig uitzicht. Als klap op de vuurpijl is er ook nog het spektakel van de opkomende vloed, dat zeker het wachten waard is.
Eén van die andere wereldberoemde plekjes in Frankrijk is natuurlijk Versailles, waar het paleis van de Zonnekoning en de prachtige tuinen te bewonderen zijn. Het hele complex werd in anderhalve eeuw gebouwd. Elke koning wilde zijn eigen steentje bijdragen. Al die fonteintjes, beelden, waterpartijen, bloemenperken, hagen, gebouwtjes, er lijkt haast geen eind aan te komen. De trianons zijn een bezoekje waard, maar vergeet zeker niet in de sublieme Spiegelzaal te gaan kijken, waar het Verdrag van Versailles het einde van de Eerste Wereldoorlog inluidde.
Eén van de meest toonaangevende gothische kathedralen in Europa is die van Chartres, gebouwd in de 12e eeuw. Twee niet-identieke torens sieren dit pareltje en binnenin kan u prachtige glas-in-loodramen bewonderen. De invloed van deze kathedraal mag niet worden onderschat. Zowel voor het Dom van Keulen als de kathedraal van Westminster werd dit ontwerp gebruikt.

Nieuwe singles

Hupla, weer een hele hoop muziektips!


Verder nog:

The Black Box Revelation - Bitter
Blaudzun - Flame On My Head
Mark Lanegan Band - Gray Goes Black
Star Club West - New Life
Nada Surf - When I Was Young
The Bony King of Nowhere - Girl From the Play
Radiohead - The Daily Mail
Air - Seven Stars
Ministry - 99%
The Shins - Simple Song
Hey Rosetta! - Young Glass
Teme Tan - Lately
Birth of Joy - Make Things Happen
Wilco - Dawned On Me
Band of Skulls - Sweet Sour
Arcade Fire - Sprawl II
The Raveonettes - Let Me On Out
Future Islands - Balance

dinsdag 14 februari 2012

My heart

My heart is dying
Bring out the bier
It’s pining away
For you’re not here

No kiss, no touch
No intimate hug
What is this sublime power
Ravaging our luck?

O! Find us a new power
Equally potent and strong
To bring us close together
Together we belong

But now I linger in sadness
And darkness is where I dwell
O! Bring my love back here with me
To end this constant hell

zondag 12 februari 2012

We Are O'pen 10 en 11 februari 2012

Het is weer half februari en dat betekent tijd voor We Are O'pen! In vergelijking met vorige edities had Trix het dit jaar wat kleinschaliger gemaakt. Minder grote namen, minder tickets, en de Zaal werd niet als podium gebruikt. Toch stonden er heel wat straffe namen op de affiche.

Op vrijdag 10 februari mocht Humble Flirt openen, maar wij arriveerden toen de beloftevolle Bed Rugs hun intro op de Club loslieten. Deze band gaat al enkele jaren mee en stonden hier twee jaar geleden ook al, ongeveer even 'vroeg'. Maar nu hebben ze een Afrekeninghitje en kunnen ze dus meer volk lokken. Over het algemeen muziek die goed in elkaar zit en die zeker niet verveelt, al zijn het ook nog geen hoogvliegers. Het singletje "What Does It Mean" is natuurlijk erg leuk. Enige werkpunt is hun bindteksten. Seriously.

Dan Star Club West, de band die voor de naam van We Are O'pen heeft gezorgd. Eén van hun albums heeft net dezelfde naam, behalve het afkappingsteken dan. Star Club West speelde in de Bar, maar voor niet al te veel volk. Songs als het erg knappe "54" en het meezingertje "New Life", hun nieuwe single, kwamen best aardig over, maar ik had het gevoel dat ze op TrixTrax (nog steeds elke derde donderdag van de maand én gratis!) enkele jaren geleden veel sterker waren. Echt straf vond ik het deze keer niet, maar het blijft wel een hoogst interessante band van eigen bodem.

Vervolgens al de headliner van heel het weekend: ex-Rock Rally winnaars The Hickey Underworld. Het was uitkijken naar dit optreden, want ze hebben een nieuwe plaat klaar en die klinkt naar verluidt... anders. Nieuwe single "Whistling" klonk alvast lekker zwaar door de boxen. Ze gooien het met de nieuwe nummers inderdaad wat over een andere boeg. Veel langere, rustigere nummers met een opbouw om U tegen te zeggen, maar die toch nog even wennen zijn. Maar ik herinner me dat ik zes jaar geleden, toen ik The Hickey Underworld ook al regelmatig zag, ook aan hun sound moest wennen. De nieuwe songs klonken lichtjes psychedelisch en alles klopte, maar we moeten ze enkel nog wat gewoon geraken. Verder waren hitjes als "Mystery Bruise" en "Blonde Fire" natuurlijk weer een schot in de roos, of beter gezegd, een vuistslag in de maag. Dit optreden was gewoon weer retestrak.

Dan een andere band die al erg lang meegaat, de Antwerpse rock'n'rollband To the Bone. Hoe vaak heb ik hen vroeger niet live gezien? In bruine kroegen, kleine jeugdhuizen en op buurtfeestjes. Altijd (inderdaad: AL-TIJD!) zorgen deze drie heren, die er ondertussen ook nog een pianist hebben bijgenomen (u weet wel, het klassieke zenuwachtig klinkende 'vuile pianootje'), voor een rock'n'roll show om duimen en vingers bij af te likken. Hun songs zijn zo to the point, zo in the face, dat je niet anders kan dan volledig in hun muziek op te gaan. Daar komt dan nog eens bij dat de bandleden werkelijk het beste van zichzelf geven en echte podiumbeesten zijn. Hoog tijd dat deze band wat meer aandacht krijgt, want ik vind ze al jarenlang absolute top!

Dan terug naar de Club voor de met gitaren gebalde woede van Drums Are For Parades. Deze zware metalen klonken ook al zo vet tijdens Here We Are Now Entertain Us, het 'Nirvana-fest' dat twintig jaar Nevermind vierde. Wat een geschift feestje was dat toen. Nu was het niet anders. Het publiek hield duidelijk van hun mathrock in beton, hun georchestreerde waanzin. Vooral "The Law" klonk ontzettend cool. Wat een allesverpletterende song! Younes Faltakh, zanger van Hickey, kwam ook meezingen op één van de songs. Hell yeah! Drums Are For Parades kwam, zag en overwon!

Als laatste zag ik de Brooklynse artiest Chris Brakow, bekend van de Amerikaanse slowcoreband Codeine. Hij leek erg moeilijke met zeer toegankelijke muziek af te wisselen, maar dit was aan weinig mensen besteed. Ook wij gaven er na een kwartier de brui aan.

Dag twee leek ons op het eerste gezicht toch iets minder dan de zeer geslaagde eerste dag, vooral dan dankzij The Hickey Underworld, To the Bone en Drums Are For Parades. Deze avond waren er drie podiums in plaats van twee, en dus ook veel meer bands. Het werd dus kiezen.

Opener was Birds that Change Colour, maar jammer genoeg hebben we die moeten missen. Het was pas tijdens de straffe Bar-set van Rones dat we Trix kwamen binnenvallen. Het was wat wennen om ze in zo'n klein zaaltje te zien, want een vijftal jaar geleden zag ik deze industrial rockers nog op de Main Stage van Pukkelpop. Deze keer hadden ze er een saxofonist bijgenomen. Ook hadden ze twee (2!) drummers! Samen met de gitaren, de saxofoon en de keyboards zorgde dit voor een erg volle sound. Al meteen rake muziek op deze zaterdagavond!

Daarna het fenomeen Blaudzun, de Nederlandse indieband rond Johannes Sigmond. Zijn hartverwarmende muziek mag dan wel iets te vertrouwd klinken, aangezien er veel zulke bandjes zijn momenteel, het klinkt toch erg goed in de oren. Ze openden met "Flame On My Head", hun huidige single. Voor sommige nummers werden mandolines en ukelele's gebruikt. Très folk. Geen hoogvlieger, dit hebben we al zo vaak gehoord, maar niet onaardig. Erg mooi wanneer Johannes in zijn eentje een nummer speelde. Kwam heel goed over.

Dan was het kiezen voor ons. Little Trouble Kids speelden in de Bar en Ping Pong Tactics in de Foyer. Beide bands had ik al eens live gezien, en Ping Pong Tactics zijn me daar het best van bijgebleven. Aanvankelijk niet veel volk in de Foyer voor deze piepjonge rockers, maar dat beterde tijdens hun set. Heel erg goede muziek die wat zweeft tussen noiserock en post-punk. Nog voor de twee laatste songs ging ik terug naar de Bar om daar het ijzersterke duo Little Trouble Kids te zien. ADHD'ers op speed, superstrakke gitaar/synthmuziek, The Kills in versnelling. Erg leuk en hip en zo, maar niet voor langer dan drie nummers. Hoe vet het ook klonk, het leek allemaal wat op elkaar.

Vervolgens in de Club het eerder middelmatige Superlijm. Aangezien ik geen fan was van hun singletjes, was ik benieuwd hoe ze het er live van zouden afbrengen. Niet zo goed, zo bleek. Hoewel er zeker goede songs tussen zaten, bleef ik het wat platjes vinden, te gewoon. Radiovriendelijke indie die duidelijk in de lijn ligt van heel wat andere Vlaamse bandjes maar die er zeker niet bovenuit steekt. Wellicht is dit te wijten aan het gebrek aan weerhaken. Niet slecht, maar eerder te verwaarlozen.

De vermoeidheid begon toe te slaan en het was tijd om neer te zitten en me al dan niet te laten bekoren door de experimentele muziek van BRNS (spreek uit: Brains). Helemaal overtuigd was ik niet, hoewel het allemaal erg opwindend klonk. Waar Rones twee drums had, had BRNS... anderhalf drumstel. Erg ritmische muziek dus. Straffe shit.

De volgende band die in de Club speelde, was Maxon Blewitt, ondertussen ook al een begrip in de moeilijkere Belgische muziek. Een hoopje straffe muzikanten op een hoop gegooid en je hebt een zeer mooi resultaat. Knappe muziek, maar ook weer geen hoogtepunt.

De afsluiter van de Bar was de band rond superartiest Tijs Delbeke, een begaafd muzikant die ik ook al bij SOPHA, Tom Pintens en Kawada heb zien spelen, en die enkele jaren geleden sessiemuzikant bij dEUS was op Pukkelpop. Met zijn 'eigen' band Sir Yes Sir oogst hij ondertussen best wat populariteit. De muziek zit heel goed in elkaar en is vrij afwisselend, alleen ontbreekt er hier en daar nog een ingrediënt. Echt wild werd ik er niet van. Dit is een typisch Vlaams experimenteel bandje. Maar ik ga ze volgende keer dat ik ze op een festival tegenkom, zeker niet uit de weg.

Het leek wel of ik bijna de hele avond heb staan wachten, met hier en daar uitschieters. Wachten op de afsluiter van deze tweede en laatste We Are O'pen dag: Kapitan Korsakov. Dit is opmerkelijk. Ik heb deze grungeband van eigen bodem namelijk al erg veel aan het werk gezien, vooral het afgelopen jaar. En toch. Telkens opnieuw wordt het een zwaar noiserockfeestje en deze keer was allerminst een uitzondering. Openers zijn al meteen songs als "When We Were Hookers", "Christmas Abortion" en "Cancer". Inderdaad, deze nog relatief onbekende band heeft toch al een paar stevige meezingers. Het hoogtepunt van het beukende, rammende, schreeuwerige concert was toen de zanger met gitaar en al op een van mijn maten sprong. Ze speelden samen gitaar en vervolgens mocht de laatstgenoemde nog een halve minuut wat alleen doorrammen. Op het einde kwamen de traditionele afsluiter "Cozy Bleeders" - dat extreem vuile, allesverwoestende, eindeloos lange nummer - en de donkere 'ballad' "In the Shade of the Sun". Wat mogen we trots zijn op deze rockband, die duidelijk aan een opmars bezig is. Dat we ze nog heel vaak live mogen zien!

We Are O'pen, u was geslaagd, maar had mogelijk toch een mindere editie!

maandag 6 februari 2012

Top 75 Belgische bands

Aangezien de muziek van de Belgische driekleur deze week extra in de kijk staat op Studio Brussel, volgt hieronder mijn top 75 van Belgische bands, met elk één van hun betere songs. De nummers en niet de bands zijn gerangschikt, waardoor ook one-hit wonders en bands met slechts een paar interessante songs in deze lijst kunnen staan. Vive la Belgique!

1.       Motek – I Am Your Son
2.       dEUS – Nothing Really Ends
3.       Admiral Freebee – Get out of Town
4.       Zita Swoon – Still Half Your Friend?
5.       Lords of Acid – I Sit on Acid
6.       The Wallace Collection – Daydream
7.       Toman – Deportivo
8.       Absynthe Minded – My Heroics, Pt. 1
9.       Poésie Noire – The Song of Innocence
10.   A Split Second – Flesh
11.   Ghinzu – The Dragster Wave
12.   Steak Number Eight – Blood on Our Hands
13.   The Black Box Revelation – Set Your Head on Fire
14.   Sioen – Reign
15.   Novastar – Sundance
16.   Front 242 – Headhunter
17.   Ozark Henry – At Sea
18.   De Mens – Moddersmoel
19.   Somnabula – I Am Somnabula
20.   Johnny Berlin – Find What You Love and Let It Kill You
21.   Millionaire – Come with You
22.   The Bony King of Nowhere – Going Home
23.   Red Zebra – Bastogne
24.   Hooverphonic – Eden
25.   The Sedan Vault – Unidentified Flying Subjects
26.   Wallace Vanborn – Rover
27.   Triggerfinger – First Taste
28.   Team William – First Snow
29.   The Hickey Underworld – Blonde Fire
30.   Arbeid Adelt! – De Dag dat het Zonlicht Niet Meer Scheen
31.   Marble Sounds – The Time to Sleep
32.   Kapitan Korsakov – Cosy Bleeders
33.   Gotye – Hearts a Mess
34.   Vive la Fête – Noir Désir
35.   Raymond van het Groenewoud – Twee Meisjes
36.   Das Pop – Forever
37.   Girls in Hawaii – This Farm Will End Up in Fire
38.   Gorki – Ooit Was Ik een Soldaat
39.   Channel Zero – Black Fuel
40.   The Van Jets – Electric Soldiers
41.   Soulwax – Much Against Everyone’s Advice
42.   YUM – Be as One
43.   Lemon – Man in Control
44.   Evil Superstars – Sluthead
45.   Psy’Aviah – No Excuse
46.   Mintzkov Luna – United Something
47.   Willow – Sweater
48.   Balthazar – Bathroom Lovin': Situations
49.   Headphone – Ghostrider
50.   Goose – Synrise
51.   Amatorski – The King
52.   Orange Black – Dream Team
53.   Yuko – Northorn
54.   Arid – Wintertime
55.   Scooter – You
56.   Customs – The Matador
57.   De Brassers – En Toen Was Er Niets Meer
58.   Creature with the Atom Brain - Is That Lady Sniff?
59.   Noordkaap – Gigant
60.   Nacht und Nebel – Beats of Love
61.   White Circle Crime Club – Children Inhale
62.   An Pierlé – Mud Stories
63.   TC Matic – Putain Putain
64.   The Kids – Fascist Cops
65.   Psycho 44 – All My Demons Have Distortion
66.   ‘t Hof van Commerce – Zonder Totentrekkerie
67.   Mint – Giving Blood to Machines
68.   Tom Pintens – K
69.   Buurman – Mount Everest
70.   The Go Find – Everybody Knows It’s Gonna Happen Only Not Tonight
71.   A Brand – Riding Your Ghost
72.   Metal Molly – Orange
73.   Arsenal – Lotuk
74.   The Scabs – Hard Times
75.   CPeX – Boecht van Dunaldy

zaterdag 4 februari 2012

-7°C: Occupy Antwerp deelt lakens uit aan de daklozen

Na een geslaagd akoestisch setje van de populaire band School Is Cool in de Fnac, besloot ik wat door de witte stad Antwerpen te wandelen. Ik geraakte niet ver, want op de Groenplaats kwam ik mijn broeders en zusters van Occupy Antwerp tegen. Ze hadden dekens en warme truien ingezameld en stonden klaar om die in karren via de Meir en de Lindenlei naar het Centraal Station te brengen om die daar onder de daklozen uit te delen. Een nobele daad.

Het was koud. Erg koud. En dat is dan nog niets vergeleken met de temperaturen in Finland nu, wist de Finse studente die bij Occupy Antwerp 'stage' doet me te zeggen. Maar we trotseerden de kou - dat moeten de daklozen tenslotte elke dag (en nacht!) doen. We waren met al onze toeters en bellen natuurlijk weer erg zichtbaar op de Meir en hadden heel wat bekijks. Weer was er interesse van enkele passanten. Altijd goed nieuws.

In het Centraal Station aangekomen, vonden we niet meteen daklozen, wat ook logisch is, want die zitten overdag wellicht ergens binnen of ergens ten velde, maar niet daar waar ze de nacht doorbrengen. Gelukkig wisten we nog een adresje om de dekens naartoe te brengen, zodat die op een goede manier zouden kunnen worden verdeeld.

Na afloop trokken we weer naar de Groenplaats en van daar naar den Outpost, waar we nog napraatten tussen thee en pint.

Ook 's avonds zouden er nog dekens worden uitgedeeld aan zij die het zo nodig hebben. Respect voor zij die hier de hele dag voor in de kou staan, zonder eigenbelang! Alweer een goede daad dus van Occupy Antwerp, die sinds kort elke zaterdag om 14u op de Groenplaats samenkomen. Dit is nu aangevraagd en toegelaten, dus laat het je zeker niet tegenhouden om ook eens te komen kijken! Voor zij die A écht geire zien :-)