vrijdag 29 juni 2012

Belastingfestival Antwerpen 2012

Geen Rock Werchter voor mij dit jaar, dan maar het Belastingfestival aan de belastingen op de Italiëlei. 28 juni was de laatste dag dat we onze belastingen konden indienen, en wij wilden de mensen alvast een hart onder de riem steken door er met een heus minifestival en enkele artiesten te staan. Het werd zeer gezellig!

Ik verzorgde de presentatie, pianovirtuoos Martinus Wolf voor de muziek tussen de optredens door. Inneke 23 & Co beet de spits af met mooie maar krachtige country/folkmuziek met teksten zowel in het Antwerps als in het Engels. De lyrics waren niet mals voor Patrick Janssens en zijn geliefde maar verwelkende stad Antwerpen. Inneke en Miss Rectangle, twee Bob Dylan fans in hart en nieren, brachten enkele moderne protestliederen, vooral tegen de GAS-boetes, die willekeurig aan mensen worden 'uitgedeeld' als moderne vorm van repressie van de stad uit. Ook volgden er enkele in het Antwerps vertaalde songs, waaronder een paar van Dylan. De cover van Johnny Cash was ook geslaagd. Favorieten zijn "Waterhorse" en een coole countrysong die werd opgedragen aan Kerouacs meesterlijke On the Road.

Watkwam kon niet optreden omdat de zangeres ziek was geworden. De zanger Johan was er gelukkig wel, en hij had een compagnon meegebracht, Filip genaamd. Samen brachten ze ontroerende kleinkunst waar je stil van wordt. Zeer knap gitaarwerk ook.

Tot slot was er de geweldige jazzband rond Amerikaanse frontman Ken Post, met onder meer Lenny Northover, ook bekend van Blue Bot! The Three Chord Jazz Band bestond uit verschillende mensen, waaronder Erwin, al zeven jaar organisator van het Belastingfestival, zelf, op de djembé. Omdat de zangeres enkele hernia's had, zong ze vanuit een wel heel speciale plaats. Op zes meter van het podium stond een auto geparkeerd, waarin zij in schuin liggende houding de longen uit haar lijf zong. De jazzsongs klonken vuil, donker en soms zelfs dreigend, maar in het geheel had het allemaal iets weg van een kampvuurconcert.

Enkele minuten voor middernacht begonnen we af te tellen. Na drie minuten kwam dan toch nog een man met zijn belastingsbrief aandraven, over de rode loper die naar de brievenbus leidde. Aangezien de belastingsinner nog bezig was met alle brieven in de kar te laden, was deze man technisch gezien dus nog op tijd, maar toch onze eerste telaatkomer! Fronk en ik overhandigden hem zijn prijs: de enige echte belastingsbeker! Deze prijs winnen en toch nog op tijd komen, wat een eer.

Het Belastingfestival is een zeer leuk initiatief, maar helaas één met een houdbaarheidsdatum erop. Vorige jaren stonden lange rijen mensen aan te schuiven in de hoop nog op tijd hun brief te kunnen inleveren, maar dankzij Tax On Web was er de hele avond geen sprake van aanschuiven, hoewel er wel geregeld mensen kwamen aanlopen. Aangezien de enige logische evolutie is dat Tax On Web steeds meer zal worden gebruikt in de toekomst, is het nog maar de vraag of er een Belastingfestival 2013 zal zijn. In elk geval staat het garant voor een fijne, muzikale avond met veel interessante 'festivalgangers'!

Enkele foto's van verschrikkelijk lage kwaliteit:

woensdag 27 juni 2012

Weekly singles chart


  1. dEUS - Quatre Mains
  2. Sigur Rós -  Varúð
  3. Moss - What You Want
  4. The Dandy Warhols - Sad Vacation
  5. A Place to Bury Strangers - So Far Away
  6. Willow - Sweater
  7. DZ Deathrays - Dollar Chills
  8. Sigur Rós - Eg Anda
  9. A Place to Bury Strangers - You Are the One
  10. Susanne Sundfør - White Foxes
  11. The Rapture - Sail Away
  12. Woodkid - Run Boy Run
  13. Boy & Bear - Feeding Line
  14. Spector - Celestine
  15. Beach House - Lazuli
  16. Gravenhurst - The Prize
  17. Animal Collective - Honeycomb
  18. Blaudzun - Solar
  19. Steak Number Eight - Dickhead
  20. Great Mountain Fire - Late Lights
  21. Richard Hawley - Leave Your Body Behind You
  22. Miike Snow - The Wave
  23. The Mars Volta - The Malkin Jewel
  24. Gazpacho - Black Lily
  25. Dirty Projectors - Gun Has No Trigger
  26. The Shins - No Way Down
  27. Patrick Watson - Into Giants
  28. The Hickey Underworld - The Frog
  29. Kapitan Korsakov - Lest My Water Break
  30. The Offspring - Days Go By

dinsdag 26 juni 2012

Stand-Up Tragedy


Op maandag 25 juni was het weer zo ver. De zoveelste - ik kan het niet meer bijhouden - editie van de steeds beter wordende Stand-Up Tragedy, een variëteitenshow met als host de enige echte Vitalski. De gasten zijn niet de minste. Zo is er Benidorm Bastard en dierenvriendin Irène Vervliet, met haar smartlap en verhaal over hondenpoep. Rick De Leeuw brengt gedichten en liedjes. Ernst Löw brengt een bloedstollende tragedie, en ook zijn hit "De Rumfles" ontbreekt natuurlijk niet. Martinus Wolf zorgt voor de muzikale noot, voor wie zin heeft in bijvoorbeeld een echte ragtime. Maar ook De Living Tornado's, Cranky & The Law en de gewéldige stem van Gabriella Kuipers zorgen voor muzikaal vertier. Dan is er nog dans met de dansende panda die Jirka De Preter heeft meegenomen, Bert Lezy die de vrouwelijke artiesten op het witte papier vereeuwigt, Alain Huber en mezelf, tegenwoordig blijkbaar bekend als Ger Vanlerberghe, die onoverkomelijke, gitzwarte tragedie's over zichzelf of een willekeurig historisch figuur brengen, en Lisa DHondt die tussen al die kommer en kwel de mensen aan het lachen brengt! En, tussen ons gezegd en gezwegen, wie heeft Werchter nodig, met hits als "Eenzaam, Verlaten en Alleen", "De Ballade van Pyromaan Stannie" en "Meer dan een Sfeer", die Vitalski nog eens van onder het stof haalt.
En dat zijn nog maar enkele van de vele artiesten die hun steentje bijdragen aan dit schouwspel! Komt dat zien, komt dat zien! Er volgen nog even veel edities als er kookprogramma's op TV zijn. En na deze overvloed van schaamteloze reclame, vertel ik u nog dat u hier meer te weten kunt komen!

Martinus Wolf ziet u nu donderdag 28 juni ook op het Belastingfestival in Antwerpen: Belastingfestival Antwerpen Komen is ook hier de boodschap!

donderdag 21 juni 2012

Weekly singles chart

Alright! dEUS at the number one position!

  1. dEUS - Quatre Mains
  2. Sigur Rós -  Varúð
  3. The Dandy Warhols - Sad Vacation
  4. A Place to Bury Strangers - So Far Away
  5. Moss - What You Want
  6. The Rapture - Sail Away
  7. Willow - Sweater
  8. DZ Deathrays - Dollar Chills
  9. Animal Collective - Honeycomb
  10. Sigur Rós- Eg Anda
  11. Boy & Bear - Feeding Line
  12. Steak Number Eight - Dickhead
  13. A Place to Bury Strangers - You Are the One
  14. Blaudzun - Solar
  15. Gravenhurst - The Prize
  16. Beach House - Lazuli
  17. Woodkid - Run Boy Run
  18. Spector - Celestine
  19. Gazpacho - Black Lily
  20. Richard Hawley - Leave Your Body Behind You
  21. The Hickey Underworld - The Frog
  22. Great Mountain Fire - Late Lights
  23. The Mars Volta - The Malkin Jewel
  24. Miike Snow - The Wave
  25. Sioen - Johnny, Mary, Tommy & the Sun
  26. Spector - Chevy Thunder
  27. The Shins - No Way Down
  28. Kapitan Korsakov - Lest My Water Break
  29. Tubelight - In Your Eyes
  30. Patrick Watson - Into Giants

maandag 18 juni 2012

Stand-Up Tragedy


Nu woensdag!
Bij Vitalski thuis


Schemerklok

Halfjuni, halftien
Wanneer een oranje gloed
De stad bedwelmt
En zonlicht halveert de huizen
De kathedraal brandt
Vol van vurig verlangen
De bovenste helft
Dansend in het late licht
De onderste helft
Klaar voor een nieuwe nacht
Zomerduister
Doorprikt door duizenden lichtjes
En de Schelde!
Die stille stroom aan dat
Meesterlijke museum
Rijp voor sluitingstijd
En de doodse vergetelheid
Waarin een ooit zo levendige metropool
Zich door uw stem heeft verwikkeld

Antwerpen, 18 juni 2014

Bart De Wever gaat ervoor

U had het waarschijnlijk al gemerkt. Bart De Wever is klaar voor de gemeenteraadsverkiezingen. Je kan tegenwoordig nog moeilijk naast deze voormalige zware jongen kijken. Hij is overal. Affiches, spandoeken, promotiebussen die heel Vlaanderen afreizen... Als pronkstuk is er natuurlijk het gigantische dubbele spandoek op de hoek van de Schoenmarkt en de Schrijnwerkersstraat, niet ver van de Groenplaats. Als een koning kijkt deze megalomane separatist uit over 'zijn' Antwerpen, de stad die hij vanaf het najaar wenst onder de knoet te houden. In ware Big Brother-stijl lijkt de toekomstige burgemeester ons vanuit de gebouwen toe te kijken, als een stationaire drone (of zijn dat te veel niet-Nederlandse leenwoorden, mijnheer De Wever?) die altijd en overal ziet waar u, kleine opstandige burger, mee bezig bent. In elk geval laat hij wat campagne voeren betreft, de concurrentie ver achter zich.
Een toepasselijker attribuut dan een clownsneus had de spandoek niet kunnen krijgen - behalve dan dat Hitlersnorretje, voor wie een gevoel voor humor (of een profetische gave, wie zal het zeggen?) heeft. Welke waaghals dat ook voor elkaar heeft gekregen, hij of zij heeft al mijn respect. Zulke grootse resultaten van fel overdreven verkiezingscampagnes die voor elke mens met een kritische geest de sfeer op de Schoenmarkt vergallen, verdienen niet beter. De clownsneus maakt er de straat op slag veel vrolijker en gezelliger op...
Beklad. Besmeur. Bevuil. Ga deze affiches te lijf. Maak karikaturen. Schrijf er slogans over. Hij verdient niet beter. Hij lokt het bijna uit. Laat zien dat deze stad niet klaar is voor een totalitaire burgemeester met fascistische trekjes en een maagring, met een aangeboren antipathie voor kritiek en creativiteit, met een puriteinse afkeer voor plezier, met een destructieve voorliefde om dit landje op te splitsen, een Orwelliaanse drang om ons ten allen tijde te controleren. Of dacht u dat Patrick Janssens al erg was?



zondag 17 juni 2012

Canada deel 4

Verslag reis naar Oost-Canada 1-13 juni 
Deel 4: De derde hoogste toren ter wereld, de zonnige Toronto Islands, The Maid of the Mist en de T.O. underground

9 juni 2012, SkyPod, 447 meter hoog, Toronto
Net zoals New York City is Toronto een grootschalige mengeling van torenhoge buildings en historische pleintjes, hoekjes, tuintjes... Het stratenplan lijkt op een schaakbord, met lange avenues en straten die elkaar steeds recht op recht kruisen. Ik begin mijn wandeling tussen de betonnen reuzen. Al meteen wanneer ik Union Station buiten stap, heb ik zicht op de wereldberoemde CN Tower, die meer dan een halve kilometer hoog is en dertig jaar lang de hoogste toren ter wereld is geweest. Ik trek door het woud van buildings, waarvan vooral de gouden Royal Bank Plaza, de Dominion Bank Building en het Toronto Dominion Centre, waar de Toronto Stock Exchange is gevestigd, het vermelden waard zijn. Je krijgt al gauw een stijve nek door steeds zo hoog naar boven te kijken. Ook passeer ik twee luxueuze hotels: het imposante Fairmont Royal York Hotel en het niet minder sjieke Royal Meridien King Edward Hotel, genoemd naar de Britse koning uiteraard.
Iets oostelijker verlaat ik even het Financial District en beland ik in het St. Lawrence District. Ik passeer de St. James Cathedral en rust even uit in een gezellig tuintje, waar duiven zich wassen in een fontein. Bezienswaardig in deze wijk is de St. Lawrence Market, een grote overdekte markt waar het gezellig druk is. Binnen kan je zelfs nog de gevel van het oude raadhuis bezichtigen.
Ik moet weer langs alle wolkenkrabbers om uiteindelijk de Inner Harbour te bereiken. Toronto heeft er werk van gemaakt om Queen's Quay aantrekkelijk aan te leggen. Het is er heerlijk kuieren. In de verte landen vliegtuigen, varen zeilboten voorbij; je ziet de Toronto Islands liggen. De kade voert je langs de CN Tower en het Roger's Centre, beide giganten in hun volle glorie, langs dokken en plezierbootjes, een strand met gele parasols, en vooral heel veel groen. Er zijn heel wat tuintjes en parkjes aangelegd langs de kade, waarvan het mooiste Toronto Music Park is. Hier zie ik een paar kardinaaltjes, waarvan het mannetje vuurrood is. Kan je niet missen wanneer dit vogeltje voorbijvliegt. Zo is er ook Little Norway Park, waar een behoorlijke grote totempaal in hout is uitgesneden, dit met erg veel versieringen, vooral van dieren. In het westen passeer ik de architecturaal interessante appartement aan de Harbourfront, en nog verder is de stad steeds nieuwe buildings en woonblokken - de zogenaamde condos - aan het bouwen. Toronto blijft in beweging.
Verderop is er het Historic Fort York, dat destijds als verdediging tegen de Amerikaanse troepen diende. De Amerikaanse vrijheidstroepen legden het in de as, maar de Britten reageerden hevig door niet veel later het Witte Huis af te branden. Nu is er enkel nog een leger bosmarmotten op de heuvels van de wieg van Toronto te bespeuren. Ik bereik de grote avenues. Op een van de kruispunten staan en liggen twee gigantische beelden van speelgoedsoldaten. Ik wandel een lang stuk van Bathurst Street af, langs oude huisjes en enkele parken. Wanneer ik rechts moet afslaan, om Ediths neighbourhood te bereiken, passeer ik Honest Ed's, de wereldberoemde, geschifte koopjeszaak, met duizenden knipperende lichtjes en enkele maffe slogans op de gevel, zoals "Honest Ed never goes out! But his prices keep saying, "Good buy!!" en "A bargain centre like this happens once in a lifetime!! Sometimes never!!"
Ik neem Bloor Street, een van de hipste  en drukste straten van T.O. Edith woont in een zijstraat, Madison Avenue in The Annex. Dit is een hoofdzakelijk rustige buurt met ook hier weer veel groen en oude huisjes, vooral in rode baksteen opgetrokken. Edith is allesbehalve rustig. Ze is een zeer coole griet die in een punkband speelt en romans schrijft. Ik vermoed dat dit vijf geweldige dagen gaan worden. Haar appartement, in de kelder, is ontzettend klein, en ik ga op de grond moeten slapen. Waar ik de afgelopen dagen steeds in volle luxe van een bed heb kunnen genieten, gaat het hier dus net iets anders zijn.
Na een lange kennismaking neem ik de metro naar Downtown om het Entertainment District te verkennen. De twee meest opvallende gebouwen zijn natuurlijk Roger's Centre, een gigantisch wit stadion dat de thuishaven is voor de Blue Jays, en de CN Tower, waarop de hoogste bliksemafleider ter wereld prijkt. Ik neem de lift naar de beroemde SkyPod, op 447 meter hoog. Het valt op hoe ver je nog boven de toppen van de andere wolkenkrabbers zit. Ook merk je nu pas hoe groot T.O. is!! Zelfs aan de horizon zie ik buildings, al behoren die eerder tot zusterstad Mississauga. We moeten eerlijk zijn. Ook heb ik een knap zicht op de Toronto Islands en daarachter Lake Ontario. Hier, hoog in de lucht, heb je het roterende restaurant, met de hoogste 'wijnkelder' ter wereld. De attractie met de glazen vloer van de SkyPod is duizelingwekkend. Hoewel die zeer stevig is en er niks kan gebeuren, is het toch met een klein hartje dat mensen naar beneden kijken. Om het effect van een mindfuck te bereiken, moet je op de vloer gaan liggen, met je gezicht tegen het glas. Adrenalinestoot verzekerd! Dit is de hoogste toren waar ik ooit heb gestaan. Het is hoger dan het World Trade Center en hoger dan de Sears Tower, en de hoogste toren van Noord-Amerika en zelfs de westerse wereld. Een bezoek aan de CN Tower is sowieso een zotte ervaring!

10 juni 2012, Nathan Philips Square, Toronto
Even uitrusten op een populair plein in het centrum van Toronto. Het is middag en ontzettend warm. Ik schrijf van op een bankje tegenover de New City Hall en probeer niet weg te dommelen.
Na een bezoek aan de CN Tower heb ik gisteren de rest van het Entertainment District bezocht. Eerst Roundhouse Park, waar je te midden van oude locomotieven en wagons kan wandelen. Aan de andere kant van de CN Tower is er de Roy Thompson Hall, een concertzaal met een hoogst opvallende vorm. Van op een podium in de straten klinkt er reggaemuziek. Hier, op King Street West, vind je de Canadian Walk of Fame, de tegenhanger van die in Los Angeles, met sterren ter ere van Leslie Nielsen, Jim Carrey, Daniel Lanois, William Shatner, Pamela Anderson, Nickelback, James Cameron, Cirque du Soleil, Fay Wray, Bryan Adams en natuurlijk Neil Young.
Enkele blokken verder, in Queen Street Village, ligt CHUM City, het centrum van Canadese muziek. Hier zijn ze volop bezig het podium voor de Much Music Awards 2012 te bouwen. In deze wijk serveren gedecolleteerde jongedames in hippe restaurants, maar de coolste bar is zonder twijfel de legendarische Horseshoe Tavern, een mekka voor rock'n'roll liefhebbers. Naadloos wandel je om de hoek van de straat Chinatown binnen, waar alle straatnamen in twee talen zijn vermeld. Het steeds groeiende Chinatown heeft ondertussen ook het trendy Kensington opgeslorpt. Dit is een van de vele aparte wijkjes van T.O., en het is vooral zo charmant door de erg kleurrijke huisjes die je er vindt. Op een van de stoepen sla ik mijn voet om en ik kan nog net tot een Mexicaans restaurant wandelen om er een wrap te bestellen. Het is al zeer laat en ik ben warempel de enige klant in het etablissement. Nog even doorbijten en ik ben in Madison Avenue. Ik mank een groot stuk van Spadina Avenue door en kijk af en toe eens achterom, naar de rood verlichte CN Tower, dat als een afschuwelijk groot ruimtetuig H.G. Wells-gewijs dreigend door de straten van Toronto loopt. In het donker is het nog indrukwekkender hoe hoog deze toren eigenlijk is!
Edith is nog aan het werk maar ik maak het me al gemakkelijk op haar appartement. Na een paar keer in slaap te vallen, komt Edith terug. Mijn voet doet pijn, maar ik wil nog niet gaan slapen. Tot vijf uur 's nachts praten we honderduit en drinken we middelmatig Amerikaans bier. Voor we écht gaan slapen, eten we nog snel een bagel als ontbijt. Mijn slaapplaats is ontzettend oncomfortabel, zo niet een subtiele marteling van de ruggengraat. Hierna moet ik hier nog drie nachten doorbrengen, maar het feit dat Edith een erg fascinerende persoon is, maakt veel goed. Wat heb ik toch geluk met mijn vier couchsurfers. Magali, Alvaro, Katie, Edith, allemaal hebben ze ervoor gezorgd dat ik een onvergetelijke tijd heb in Canada.
Vanmorgen zijn Edith en ik op stap geweest. Kwestie van nog enkele aantrekkelijke plekjes in Toronto te bezichtigen. We rusten uit in Queen's Park en bezoeken vervolgens het imposante Ontario Houses of Parliament, dat bol staat van de versieringen en schilderijen van Britse vorsten en belangrijke MPPs. Hier krijgen we een interessante rondleiding; zo leren we over de gestolen scepter en bewonderen we zowel de originele scepter als de vervanger, die de twee eerste diamanten bevat die ooit in de streek zijn gevonden. We leren over de penibele taak van de speaker destijds: als de vorst het niet eens was met een beslissing van het parlement, liet deze het hoofd van de speaker afhakken en het opsturen naar Canada. We bezoeken de mooie parlementskamer, waarvan het plafond met afbeeldingen van ahornbladeren is versierd. Na het bezoek zet ik alleen mijn tocht verder.
Nu zit ik dus op het Nathan Philips Square, met zicht op zowel de Old als de New City Hall, waarvan het hoofdgebouw een witte UFO lijkt tussen twee enorme accolades als bijgebouwen. Er is hier een Filipijns feest aan de gang, met vele kraampjes. Mijn stadswandeling is bijna ten einde. Daarna staat een boottocht naar de Toronto Islands op het programma.

11 juli 2012, Hard Rock Café, Niagara Falls
Op een steenworp van Nathan Philips Square ligt Eaton Centre, een populair winkelcentrum waar enkele dagen geleden bij een schietpartij twee bendeleden zijn omgekomen. Opvallend is Flightstop, Michael Snows kunstwerk waarbij het lijkt alsof zestig Canadese ganzen in volle vlucht door het winkelcentrum vliegen. Yonge Street verdeelt T.O. in East en West en zou ook de langste straat in Noord-Amerika zijn. De beroemdste plek is zonder twijfel Dundas Square, met zijn grote neonborden de Canadese tegenhanger van Times Square. Je vind er ook het Hard Rock Café, en verder nog enkele interessante historische gebouwen.
Aan de Harbourfront neem ik een veerbootje naar de Toronto Islands. Het is bijna overbodig om te vertellen hoe mooi het zicht op de wereldberoemde skyline is. De eilandjes zelf zijn een groen paradijs voor heel wat vogelsoorten. Zo zie ik vele Canadese ganzen, meeuwen, zwanen, aalscholvers en een stern. De veldjes zijn ook begeven van de eekhoorns, zoals overal in de Canadese steden. Het is zondag en dus is er heel wat volk op de been. Bezoekers wandelen, fietsen, kanoën, varen en zonnen erop los. Er is dan ook veel te beleven. Het centrale eilandje heeft zelfs een pretparkje. De stranden zijn goed bevolkt met toeristen. Ik zet me neer op een pier en geniet van het matig verfrissende zeebriesje en het zicht op de wolkenkrabbers van Mississauga in de verte. Ik volg de kustlijn tot aan Gibraltar Point. Daar staat een van de oudste vuurtorens in Canada. Het is drukkend warm en ik heb spijt dat ik een zwembroek heb meegenomen. Het strand waar kledij slechts optioneel is, biedt een mogelijke oplossing. Hier geniet iedereen naakt of halfnaakt van een welverdiende strandvakantie, terwijl ze stilaan 'ondergesneeuwd' worden door de pollen afkomstig van de vele populieren die de eilanden tellen.
Ik neem de boot terug en begin dan aan een stevige wandeling van een uur, van Harbourfront tot The Annex. Niet ver van Queen's Park ligt een dode wasbeer in een voortuin. Toronto zou de belangrijkste wasberenpopulatie van alle steden hebben. Edith werkt in een ijsjeszaak op Bloor Street. Ze laat me ijs met 'stoutsmaak' proeven. Bierijs! Hoe verzinnen ze het? Na het werken aan mijn eerste blogbericht over Canada val ik in slaap op Ediths bed. Wanneer ze terugkomt, maakt ze snel een grote bokaal mochito, met veel rum en suiker. Die nemen we mee naar Casa Loma, een kasteel op een heuvel in het noorden van The Annex. Die liet de excentrieke miljonair Henry Pellats bouwen, en hij leidde er een decadent leven... tot het geld op was! We zetten ons op het muurtje van de trap die naar dit kasteel met middeleeuws karakter leidt, als twee gargouilles die turen naar de stad in de verte, met een CN Tower die ons een mooi schouwspel biedt door steeds van kleur te veranderen. Het is erg laat alweer. Opmerkelijk hoe ik aan het begin van mijn reis steeds relatief vroeg ben gaan slapen, omdat ik gewoon op was, en nu tot in de vroege uurtjes wakker kan blijven.
Nochtans moet ik de volgende dag - vandaag - vroeg op. Ik neem de trein naar de wereldberoemde Niagara Falls. Onderweg ontmoet ik twee Italianen en ben al snel in een boeiend gesprek verwikkeld. Hierdoor vergeten we uit te stappen in Burlington, maar gelukkig hebben we snel weer een trein terug. In Burlington moeten we nu wel veel langer wachten op een bus, en zo missen we in totaal een uur van onze dag.
Opvallend in het stadje Niagara Falls is de Skylon Tower, die iets weg heeft van de Strat Tower in Las Vegas, maar dan veel minder hoog natuurlijk. En dan ontvouwt het prachtige zicht zich op beide watervallen, de American Falls en de veel bekendere Horseshoe Falls. De waterdamp van de watervallen stijgt hoog de hemel in. Hier, aan de Canadese kant, kan je de promenade volgen tot achter de watervallen. De 'afgrond' van de Horseshoe Falls heeft iets subliems. Hier over de richel gaan betekent een zekere dood, en toch kan je van hier niet zien hoe diep de waterval gaat. Nochtans hebben in de loop van de jaren verschillende waaghalzen hier hun leven op het spel gezet, waarvan enkelen het niet hebben kunnen navertellen. De Niagara River is een van de snelst stromende rivieren ter wereld, en meteen ook een van de kortste. Het is indrukwekkend om te zien met wat voor geweld het water zich een weg langs de rotsen baant en na een gevaarlijke bocht de diepte in stort.
De Canadese kant van de rivier is ook bezaaid met allerlei attracties, casino's, restaurants. De waterval is dan ook een wereldwonder dat volledig uit zijn natuurlijke context is gehaald. Vroeger, toen alles hier nog maagdelijk woud was, moet dit nog meer impressionant zijn geweest. Een van de coolste attracties is de Maid of the Mist. Dit bootje vaart tot vlak voor de waterval, een hele belevenis. Ik twijfel nog of ik deze attractie ga doen, want ik ben de douche aan de Montmorency waterval, ondertussen alweer meer dan een week geleden, nog niet vergeten. Gelukkig krijg je hier een blauwe regenjas. Maar toch...
Ook opvallend is de Rainbow Bridge, die naar de Verenigde Staten leidt. De rivier is namelijk de grens tussen de V.S. en Canada, New York en Ontario. Die grens ga ik straks via de brug oversteken. Nu zit ik van een cola te slurpen in het Hard Rock Café, de grootste van de drie café's die ik deze reis ben tegengekomen.

13 juni 2012, Toronto Pearson Int. Airport
That's it, folks. Dag 13. Het einde van mijn trip naar Canada. Wat zal ik dit land missen. De openhartige mensen. De gezellige drukke maar groene steden. De maple sirop bagels. De geur van de hotdogs die ze overal in Toronto verkopen. Hell, zelfs het irritante gekrijs van de epauletspreeuw. Hieronder het relaas van mijn laatste dagen in Canada.
Waar waren we gebleven? Oh ja, Niagara. Eergisteren heb ik na mijn stop in het Hard Rock Café de Niagara River via de brug overgestoken. Zo belandde ik in Niagara Falls, NY. Aan de Amerikaanse kant van de rivier is het veel rustiger, met amper attracties. Het mooie parkje dat deels op Green Island en deels op Goat Island ligt, staat in schril contrast met de madness aan casino's, hotels, pretparkattracties... aan de Canadese zijde. Je kan de American Falls, die ook zeer indrukwekkend zijn, erg dicht benaderen, net zoals de Horseshoe Falls en de sterke stroomversnelling die aan het destructieve monster vooraf gaat. Te midden van de chaos drijft een aalscholver een niet al te aangename dood tegemoet. Pas te laat schijnt het dier het te beseffen en tegen het einde van de rit probeert het nog weg te vliegen, wat niet lukt. En dan verdwijnt het over de rand van de waterval. Een harde les.
Het is prachtig om de watervallen langs beide kanten te bewonderen. Hoewel ik mijn voeten, die vol blaren staan, tot het uiterste heb gedreven, moet ik nu natuurlijk terug. Ik steek de brug weer over en strompel naar het marktje aan de waanzinnig populaire attractie Maid of the Mist. We krijgen allemaal een blauwe regenponcho, stappen aan boord van het Amerikaans-Canadese bootje en varen stroomopwaarts, voorbij de American Falls, die eindigt in een labyrint van scherpe rotsen, voorbij de met honderden meeuwen bevolkte kliffen van Goat Island, waar toeristen in regenponcho's een natte tocht langs de American Falls maken, en dan rechtdoor naar onze lotsbestemming: de natte hel. Wanneer het bootje de Horseshoe Falls nadert, begint de motor een wilde worsteling met de kolkende golven. Een wit inferno doemt voor ons op en gaat ons met vlugge natte tongen te lijf. Het bootje slingert wild heen en weer, terwijl onze ogen nog weinig meer dan water - overal water - kunnen bespeuren en onze oren gevuld worden met het angstaanjagende geraas van de waterval. Adrenaline schiet door ons lichaam en met ontzag in de ogen en een opgelucht lachje merken we hoe de Maid of the Mist langzaam maar zeker terug vaart, met een drijfnat dek vol dolenthousiaste passagiers. Wat een ervaring.
Na drie uur ben ik weer in The Annex, waar ik enkele uren op adem kom van de vermoeiende en voor mijn voeten belastende dag. Wanneer Edith thuiskomt van haar repetitie trekken we het nachtelijke Toronto in. We belanden in de jazzbar The Rex en drinken er bier uit de streek.
Gisteren was een rustiger dagje, hoewel ik zowat half Toronto heb rondgewandeld. Ik begon in het oosten van de stad. Daar ligt Greektown, de belangrijkste Griekse gemeenschap in Noord-Amerika. Een gezellige buurt, waar witte standbeelden, Griekse zuilen en blauw en wit het straatbeeld domineren. Griekenland moet het goed doen op het EK, want een groep van twintig jongens zingen uitbundig overwinningsliederen, met Griekse vlag en trommel in de aanslag.
Ik stap iets verder de tuin van een kunstschool binnen, waar een orkest van zo'n dertig studenten "The Suburbs" van Arcade Fire speelt. Mooi gedaan. In mijn lange maar trage wandeling door de stad ontdek ik nog veel meer gezellige buurten met die typische huisjes. In tegenstelling tot de voorbije dagen prop ik me vandaag vol: eerst met heel veel fruit, dan een uitgebreide lunch, dan nog enkele muffins. Ik slenter over de boulevards. Het zijn lange afstanden en ik word er moe van. Ik zet me neer op het Nathan Philips Square en val zelfs in slaap. Ik drink een pintje in de Horseshoe Tavern en wacht er op Edith. Het is met de grootste moeite dat ik me wakker probeer te houden, maar de weinige slaap die ik in Toronto heb gehad, eist al zijn tol.
Samen met mijn T.O. couchsurfer, die eigenlijk afkomstig is van Oost-Québec, kuieren we door Graffiti Alley, een aaneenschakeling van smerige steegjes langs de achterkant van restaurants. Dit gaat eindeloos door. Hier zitten erg knappe kunstwerkjes bij, maar ook enkele gedrochten. Edith gaat werken en ik leg me neer in Trinity Park. Het is al avond, maar het toch nog erg warm. Na even uit te rusten, wil ik Historic Fort York bezoeken, maar de gekostumeerde werknemers zeggen me dat het gesloten is. Ik neem de streetcar naar het noorden en stap af bij Honest Ed's.
's Avonds laat wandel ik voor de laatste keer Spadina Avenue af richting Downtown. Het lichtspektakel op de CN Tower, die op een kruising van een minaret en een ruimteantenne lijkt, is verbluffend. Ik sla af in Queen Street West en ga enkele punkoptredens in The Bovine bekijken, een van de coolste bars van Canada. De bands die optreden zijn The Stragglers, The Cola Heads en The Burnouts, maar de eerstgenoemde zijn veruit de beste. Edith komt in het laat nog af en samen ontmoeten we hier en daar nog wat mensen en drinken we bier aan de lopende band. Dit was mijn laatste avond in Canada, en nu wacht ik met spijt in het hart om op het vliegtuig te stappen dat me naar JFK Airport zal brengen. Vandaar heb ik nog één laatste vlucht te gaan, over de grote, donkere waterplas die mijn wereld afscheidt van deze wereld waarin ik bijna twee weken lang heb mogen vertoeven. Een reis die ik nooit zal vergeten.

vrijdag 15 juni 2012

Canada deel 3

Verslag reis naar Oost-Canada 1-13 juni
Deel 3: Occupons Montréal, de Ottawa Locks en Westfest

6 juni 2012, Montréal

Rustige dag vandaag, maar alweer zeer bewogen avond. 's Morgens zijn Alvaro, Thomas en ik het kolossale bedevaartsoord Oratoire St-Joseph gaan bezoeken, dat op de helling van de Mont-Royal staat. Dit 20e-eeuwse bouwwerk heeft een gigantische basiliek, waar de orgelmuziek je sterke religieuze gevoelens geeft, of je dat nu wil of niet. Verder zijn er heel wat kapelletjes waar je een kaarsje kan branden, voor de familie, voor de doden, of voor wanneer je wil genezen van mank been. Aan de ingang van de kapel hangen zo demonstratief tientallen krukken, als 'bewijs' dat deze plek, met een beetje hulp van St-Jozef, wonderen kan verrichten. Er is ook een rots waarvan steeds straaltjes water druppelen en waarin je muntjes kan gooien om een wens te doen. Intrigerende plek!
Verder een dag van onthaasting. Ik neem een banlieuetrein naar Deux-Montagnes en rust wat uit aan het pittoreske meer. Tegen de vooravond ben ik weer in Montréal, waar ik enkele uren door Vieux-Montréal, Centre-Ville en de Vieux-Port wandel, die laatste tot aan de Tour de l'Horloge, vanwaar je een mooi zicht hebt op de skyline van mijn geliefde stad en op het Parc Jean Drapeau.

Ik wandel rustig verder tot in het Quartier Latin, waar al heel wat lawaai wordt gemaakt. Impulsief beslis ik om ook vandaag mee te lopen in de 'stoet'. Omdat het zo'n mooi weer is, is er veel meer volk dan gisterenavond. Honderden mensen maken lawaai met alles wat ze maar in handen krijgen, maar er zijn ook echte instrumenten aanwezig, zoals een gitaar en een accordeon. De politie komt de betoging net zoals elke avond illegaal verklaren, en de hele groep zet zich weer in beweging, luid aangemoedigd door voorbijgangers en andere studenten in de Rue Saint-Denis, waar we als helden worden toegejuicht. Het lawaai is oorverdovend. Wat een belevenis! Overal zie je mensen met maskers opduiken, of met pandaknuffels, uit protest tegen het maskerverbod en als steun aan de Anarchopanda, die de problematiek sterk in de verf zet door helemaal verkleed als panda door de straten te lopen. Als ik me niet vergis, is hij enkele dagen geleden gearresteerd. Bij het kruispunt met Rue de Mont-Royal, ontmoet UMAQ de Engelstalige universiteit McGill. Het is een ontroerend maar vooral oorverdovend weerzien, waarbij het kruispunt volledig wordt ingepalmd en er geen enkele bus of auto doorkan. Dit duurt nog minstens een halfuur lang, en de studenten en andere activisten zijn nog lang niet van zin om op te hoepelen wanneer ik dat wel doe en voor de laatste keer de metro naar Alvaro's appartement neem, voor mijn laatste nacht in deze complexe, fascinerende mierenheuvel met de klinkende naam... Montréal.
Ondertussen is Thomas ook binnengekomen. Het is na middernacht en hij wil gaan zwemmen. Geweldig idee, ook al ben ik erg moe! Tenslotte moeten we als couchsurfers toch minstens één keer gebruik maken van Alvaro's gratis zwembad?

7 juni 2012, Ottawa Locks, Rideau Canal, Ottawa
Wanneer je het centrum van Canada's kleine hoofdstad binnenwandelt, liefst langs de McKenzie King Bridge, trekt het Rideau Canal meteen de aandacht, met aan de linkerkant het magistrale Westminster Palace-achtige parlement en aan de rechterkant het Château Laurier Hotel, dat sterke trekjes van een willekeurig Loirekasteel heeft. Ottawa ligt dan ook aan de grens tussen de provincies Ontario en Québec.
Het Confederation Square is een ideaal vertrekpunt voor een wandeling door deze erg Britse stad, met Engelse pubs en rode dubbeldekbussen. Zeer opvallend is het enorme oorlogsmonument in het midden van het plein, maar ook de vele standbeelden van historische figuren waarmee het bevolkt is, heeft een leuk effect.
Aan het überluxueuze Château Laurier Hotel heb je een zeer goed zicht op de Ottawa Locks, een tiental sluizen die een hoogte van 25 meter overbruggen tussen de Ottawa River en het Rideau Canal. Dit wordt nog steeds handmatig geregeld!
Nu zit ik onderaan de Locks, met mijn blik op de rivier en de oever van zusterstad Gatineau en haar vele musea gericht en het geruis van een door de onderste sluis veroorzaakte waterval in het rechteroor. Ook zichtbaar zijn de Alexandra Bridge en Nepian Point, met het grote Samuel de Champlain standbeeld dat hoog boven Ottawa River uitkijkt over de provincie Québec. De hoorn van een cruiseschip galmt in mijn linkeroor. Tijd dat ik ook weer eens opstap. Eerstvolgende stop is de Commissariat Building, het oudste gebouw van de stad.

7 juni 2012, Murray Street, Ottawa
Dat het regelen van de sluizen handmatig gebeurt, heb ik vanmiddag zelf kunnen vaststellen. Twee bootjes moeten via de Locks de rivier bereiken, waarmee ze de sluisbedienden heel wat werk geven. Wanneer ik de heuvel opklim, zijn ze nog maar aan de tweede sluis bezig. Ik blijf een kwartiertje kijken, tot zo één sluis is opengezet, de bootjes erdoor zijn gevaren en de sluis weer is wordt gesloten. Dit zal nog een hele tijd duren, want er zijn nog zes of zeven van die sluizen. Wel eens interessant om te zien hoe dat in z'n werk gaat.
Ik wandel Parliament Hill op, dé trekpleister van Ottawa. Je vindt er het schitterende complex van maar liefst drie rijkelijk versierde parlementsgebouwen, en in totaal een tiental massieve torens met waterspuwers en andere beeldjes. De hoogste toren is de opvallende Peace Tower, die met zijn 92 meter hoogte erg op de Big Ben lijkt. Aan het portaal van het Center Block herinneren een leeuw en een eenhoorn ons aan het Britse verleden van de stad. Ik kuier op de promenade aan de achterkant van dit gebouw. Deze kant van de heuvel is bezaaid met zwarte standbeelden, heeft een mooi tuintje en een zomerpaviljoen en biedt een zeer knap zicht op de Ottawa River, vele bruggen, Gatineau en de bossen in de verte. 
Iets later laat ik me opslorpen door Downtown Ottawa, waar de buildings niet zo hoog zijn als in Montréal en wellicht ook Toronto. Interessant is de Sparks Street Mall, een lange winkel- en wandelstraat dat de Centre-Ville doorkruist. Wanneer ik Katies appartement bereik, is ze niet thuis. Het zal voor later zijn. Eerst de overkant van de rivier gaan verkennen. Via de Portage Bridge wandel ik van Ontario naar Québec, van Ottawa naar Gatineau, en meer bepaald het stadsdeel Hull. Hier heb je een zeer mooi zicht op Parliament Hill. Terwijl ik het schitterende panorama bewonder, belt Katie me. Ze vraagt me om vanavond naar het restaurant waar ze werkt te komen. Dat restaurant heet Murray Street en bevindt zich dan ook in Murray Street. Van daar schrijf ik nu, terwijl ik overheerlijke gerookte eendenborst op z'n Canadees verorber. Dit is een restaurant met lekkere Canadese vlees- en kaasgerechten. Ik heb het dus getroffen.
Na het telefoontje vervolg ik mijn wandeling door een parkje langs de rivier. Wanneer ik mijn leeg flesje frisdrank wil weggooien, kruipt er een jonge rode eekhoorn met een stuk kaas in de pootjes uit de vuilbak. Ontroerd wacht ik tot het na twee minuten besluit om in een van de omstaande bomen te verdwijnen, en pas dan kan ik het flesje weggooien. Eekhoorns zijn dagelijkse kost in de Canadese steden. Vooral de grijze en de zwarte. De rode zie je hier iets minder vaak. Even verder wandelt een groep Canadese ganzen nieuwsgierig voorbij. Ook aan hen geen gebrek in de Canadese rivieren en meren.
Het Canadian Museum of Civilization ofwel Musée Canadien de Civilisations telt twee architecturaal fascinerende gebouwen, die door het genie Douglas Cardinal zijn ontworpen. Ook de collectie is echt de moeite. Een uur lang wandel ik in toonzalen tussen schilderijen, ruïnes, nagebouwde totempalen en poppen van indianen en Inuits. Vooral de reconstructies van dorpen van de eerste volkeren die Canada bewoonden, zijn een echte aanrader. Zo zie ik er onder meer hoe de pelshandel met de eerste ontdekkingsreizigers in zijn werk ging. Er is ook een zaal over de Maya's, met prachtige kunstwerken en griezelige maskers van honderden jaren oud. Je kan ook het Canadian Postal Museum bezoeken, als dat je interesseert.
Het meest interessante aan het museum is Canada Hall, een knap staaltje van make-belief. Deze gigantische zaal herbergt een nederzetting in Saskatchewan, met een levensgrote kerk, een schip, verschillende huisjes en winkels waar je kan binnenstappen... Allemaal levensecht. Wanneer je in de straatjes wandelt, lijkt het alsof je echt buiten bent, omdat de verlichting doet vermoeden dat het schemert. Dit is een verbluffend museum dat je bij een bezoek aan de Canadese hoofdstad absoluut niet mag overslaan.
Ik steek de Alexander Bridge over. Het uitzicht op Ottawa lijkt op dat van een reisbrochure waarop enkele bekende monumenten uit Europa in hetzelfde landschap zijn gefotoshopt. Alleen vandaag al heb ik zo'n 35 foto's met een of meerdere parlementsgebouwen erop genomen. Zo mogelijk is het uitzicht vanop Neptian Point, aan het beeld van onze goede vriend Samuel, nog mooier. In de tuin van de nabij liggende National Gallery of Canada, met het bekende spinnenbeeld, genieten enkele bosmarmotten van de zon. Ze hebben niet veel tijd meer, want vanavond zal er een storm losbarsten boven Ottawa. Iets verder is er nog de Notre-Dame basiliek, een aardige kerk om eens binnen te springen.
Dan is er Byward Market, de meest levendige buurt van Ottawa. Ik stap Katies restaurant in Murray Street binnen om er mijn rugzakken te droppen en krijg er meteen een groot glas water. Na een vrolijke kennismaking, begeef ik me richting het Rideau Center winkelcentrum, dat ook 's nachts open is (behalve de winkels zelf dan). Vanop de McKenzie King Bridge heb ik een opmerkelijk uitzicht. In het noorden gaat de zon onder, wat de lucht achter het parlement en het kasteel een prachtige oranjegloed geeft, terwijl er in het oosten een onweer - inclusief bliksems - komt aanstormen. Het is nog even lopen tot aan Murray Street, maar ik ben nét op tijd binnen. Een korte maar hevige regen- en hagelbui zet de hele hoofdstad op z'n kop. Gelukkig ben ik droog en heb ik nog mijn eendenborst en het aangename gezelschap van het voornamelijk vrouwelijke personeel.

9 juni 2012, trein naar Toronto
De reis is ondertussen meer dan halverwege en ik ben onderweg naar de laatste etappe, Toronto. Deze treinreis zal bijna vijf uur duren. Tijd genoeg dus om terug te blikken op de afgelopen dagen.
Donderdagnacht ben ik met Katie, Jane en Sarah naar een hip-hop party geweest. Niet echt mijn ding, maar voor de gemiddelde homie is dit grijpfestijn wellicht het van het. Maar het was best leuk!
's Anderendaags is het weer wat uitbollen in Ottawa, waarvan je het grootste deel al op één dag hebt gezien. Eerst in een park aan een zijrivier van Ottawa River, waar de eekhoorns en meeuwen elkaar bekampen, daarna in de diplomatenwijk, en met name aan Rideau Hall, de woonst van de gouverneur-generaal, de op één na hoogste macht in Canada. Aan de rand van het park waarin dit gebouw ligt, vind je 24 Sussex Drive, het bekendste adres in heel Canada. Hier woont de eerste minister.
Ik neem een bus naar Downtown, waar ik een afspraak heb met Katie. Samen bezoeken we het Canadian Museum of Nature, waar niet alleen heel wat Canadese dieren zijn opgezet (bizon, beer, veelvraat, eland...), maar je ook tussen de skeletten en levensgrote poppen van dinosaurussen en mastodonten kan wandelen. Ten slotte zien we nog het geraamte van het grootste dier dat ooit heeft geleefd, de blauwe vinvis, enkele levende insecten, weekdieren en amfibieën, en - waarom niet? - een gouden munt ter waarde van $1000000.
Na het museumbezoek neem ik de bus naar Westboro, waar het hele weekend Westfest wordt georganiseerd, een gratis festival met Canadese bands. Na een djembéles en een concert van The Cougar Chick Tribute Band, komen er twee bands naar mijn hart. Eerst is er de synthpopband Silkken Laumann, die met zware beats en donkere synths het volk aan het dansen krijgen. Afsluiter is de populaire negenkoppige alternatieve groep The Hidden Cameras, die ondanks een mengeling van genres en invloeden - ik hoor onder meer The Smiths en R.E.M. - toch een eigen sound hebben, die vooral gekenmerkt wordt door straffe melodieën, sfeervolle blazers, catchy synths en een overdosis aan levenslust. Het werd een uitzinnig feest daar in de Ottawaanse suburbs. Na afloop slenter ik nog door de nachtelijke straten van de hoofdstad en stuit ik op het Hard Rock Café. In Murray Street wacht ik samen met Jane tot Katies shift erop zit. En dan slaaptijd! Vanmorgen ben ik om halfzes opgestaan om op tijd deze trein te halen. Nog vijf dagen in Canada. Het begint jammer genoeg te korten!

Deel 4: De derde hoogste toren ter wereld, de zonnige Toronto Islands, The Maid of the Mist en de T.O. underground

donderdag 14 juni 2012

Occupons Montréal - le vidéo

Snel in elkaar geflanst videoverslagje van de twee manifestaties waar ik vorige week in Montréal aan heb deelgenomen. Het is duidelijk dat er de tweede avond veel meer volk op straat kwam. Indrukwekkend was het moment wanneer de Franstalige betoging van UQAM en de Engelstalige betoging van McGill University elkaar ontmoetten.


Veekly zingles xart

dEUS new at #2 with a refreshingly new song! Our Icelandic heroes still at #1 though.


  1. Sigur Rós -  Varúð
  2. dEUS - Quatre Mains
  3. The Dandy Warhols - Sad Vacation
  4. The Rapture - Sail Away
  5. Animal Collective - Honeycomb
  6. A Place to Bury Strangers - So Far Away
  7. Steak Number Eight - Dickhead
  8. Blaudzun - Solar
  9. Gazpacho - Black Lily
  10. Moss - What You Want
  11. Gravenhurst - The Prize
  12. Boy & Bear - Feeding Line
  13. Beach House - Lazuli
  14. DZ Deathrays - Dollar Chills
  15. The Hickey Underworld - The Frog
  16. Woodkid - Run Boy Run
  17. Richard Hawley - Leave Your Body Behind You
  18. Great Mountain Fire - Late Lights
  19. Spector - Chevy Thunder
  20. The Mars Volta - The Malkin Jewel
  21. Tubelight - In Your Eyes
  22. Spector - Celestine
  23. Sioen - Johnny, Mary, Tommy & the Sun
  24. A Place to Bury Strangers - You Are the Sun
  25. Sky Castles - Camp, Not Kitch
  26. Jack White - Sixteen Saltines
  27. Kapitan Korsakov - Lest My Water Break
  28. Arctic Monkeys feat Richard Hawley - You and I
  29. Miike Snow - Paddling Out
  30. Beach House - Myth

Canada deel 2

Verslag reis naar Oost-Canada 1-13 juni
Deel 2: Het zonnige Montréal, het rebelse Quartier Latin en... Vive le Québec libre!?

4 juni 2012, Basilique Notre-Dame, Montréal
Montréal! De hippe metropool Montréal, op één na grootste Franstalige stad ter wereld, bakermat van het complexe Nieuw-Frankrijk, waar Frans- en Engelstaligen in fragiele harmonie samenleven, waar, net zoals in Québec, achter elke straathoek geschiedenis valt te ontdekken, terwijl de typische buildings die de skyline telt dan weer een onmiskenbare Noord-Amerikaanse aard verraden. Deze stad is duidelijk veel groter dan Québec City, en dat is op alle vlakken merkbaar. Grote avenues en boulevards verdelen de metropool in tientallen stukken, en verschillende wijken zweren bij een eigen identiteit. Een uiterst unieke Noord-Amerikaanse stad dus, met een opvallend rijke geschiedenis, en duizenden sporen uit een Frans en Angelsaksisch verleden.
Neem nu Place d'Armes, een gezellig pleintje in het hart van de financiële wijk, met een imposant monument ter ere van Maisonneuve, de stichter van Montréal. Hier kan je een van de allermooiste kerken van Noord-Amerika bezoeken, de Basilique Notre-Dame, van waaruit ik nu schrijf. In dit prachtige godshuis kan je je gemakkelijk een uur lang vergapen aan al dat moois. Het altaar is ronduit schitterend, een streling voor het oog van elke bezoeker. Verder een indrukwekkende verzameling glas-in-loodramen en schilderijen in een nochtans relatief kleine ruimte. Ook het orgel is de moeite, evenals een gigantisch kunstwerk getiteld Marche de l'Humanité, in een aparte kapel. Mijn bezoek aan Montréal had niet beter kunnen beginnen!
Ik had veel geluk toen Viviane, een huisgenote van Magali, me voorstelde om samen naar Montréal te rijden. Na een kort bezoek aan haar universiteit gingen we samen met twee carpoolers en route! Tijdens de bijna drie uur lange rit praatten we honderduit over het Québecs nationalisme - Viviane en Luc zijn echte separatisten - en over hoe in Québec bijna alle separatisten links geïnspireerd zijn, terwijl Vlaams nationalisme een rechtse aangelegenheid is. Canada maakt beslissingen - stapt in oorlogen, stapt uit het Kyotoverdrag... - waar Québec vaak lijnrecht tegenover staat. Ook hebben de Engels- en Franstaligen twee verschillende culturen en zouden er maar weinig raakvlakken zijn. Interessante kwestie die meteen aan Brussel doet denken. Maar het verschil tussen links en rechts separatisme is bij het vergelijken van Québec en Vlaanderen best frappant. Ik ben dan ook blij dat ik nu in dé stad ben beland waar ik de problematiek het best kan meten.
Tijdens de lange rit stak er een hert de weg over, wat een zowel moedige als domme stunt is op een Canadese snelweg. De gele waarschuwingsborden met en eland erop staan er dus zeker niet voor spek en bonen!
Aangekomen in Montréal ging iedereen zijn of haar eigen weg, en kan ik nu mijn wandeling door Vieux-Montréal beginnen!

4 juni 2012, Champs de Mars, Montréal
Vieux-Montréal, de wijk in het zuiden, dicht bij de rivier, heb je gauw gezien. Het bestaat voornamelijk uit het voormalige financiële centrum, dat een beetje aan het New Yorkse Wall Street doet denken. Een beetje maar, want bijna alle instellingen zijn al lang naar Toronto verhuisd. In de Bank of Montreal in de Rue Saint-Jacques is er een klein, interessant museumpje dat het vermelden waard is. Belangrijker is het Vieux Seminaire de Saint-Sulpice, aan de overkant van Place d'Armes. Daar zie ik de oudste klokkentoren van Noord-Amerika!
In navolging van Parijs is er in Montréal ook een Champs-de-Mars, waar je lekker in de zon kan gaan liggen. Met een goed boek bijvoorbeeld. Daar zit ik nu trouwens te schrijven. Niet ver van Place Vauquelin en het Montréalse stadhuis. Aan de overkant is er de Colonne Nelson, die, in tegenstelling tot zijn Ierse tegenhanger nog niet is opgeblazen, doch al wel enkele keren onthoofd. Zulke monumenten zijn hier gevoelig. Dat geldt ook voor uitspraken zoals De Gaulle die in 1967 van op het balkon van het mooie stadhuis deed: Vive le Québec libre! Het is een understatement dat dit bij de Engelstalige bevolking niet echt werd geapprecieerd.
Tegenover het Hôtel de Ville heb je dan weer het Château Ramezay, dat een bewogen geschiedenis heeft. Het werd in 1775 door het Amerikaanse leger ingenomen, in een ware campagne tegen de Britse overheerser. Nog iets verder naar de Saint-Laurent rivier doemt de grote koepel van Marché Bonsecours op, met ernaast de Chapelle Notre-Dame-de-Bonsecours, die uitkijkt op de haven.
Het is heerlijk rondkuieren in de Vieux-Port. Hier heb je een erg mooi zicht op het Parc des Iles, ook wel Parc Jean Drapeau genoemd, en alle curiositeiten die erop te bespeuren zijn. Ook staat er de tent van Cirque du Soleil, die deze week weer duizenden bezoekers zal lokken.
Ik neem de metro naar het Ile Sainte-Hélène, een van die twee eilanden. Hier vond in 1967 de befaamde Wereldtentoonstelling plaats. Zo werd er onder meer de Biosphère gebouwd, een gigantische bol waar je tegenwoordig iets over het Canadese ecosysteem kan opsteken. In de verte ligt het Ile de Notre-Dame. Helaas is dit de hele week afgesloten, omdat hier vrijdag de Formula 1 wedstrijd begint. Dan wandel ik maar verder over Sainte-Hélène.
Ik rust even uit aan een mooie vijver, vanwaar ik een knap zicht op de skyline van Montréal en op de Mont-Royal heb. Daarna steek ik de brug over de Saint-Laurent over, die hier ontzettend breed is. Omwille van een misrekening, moet ik echter heel lang lopen voor ik Downtown Montréal kan bereiken. De brug voert me niet tot aan de stad maar draait plots naar links af, langs een groot, onoversteekbaar dok. Aan mijn linkerkant bewonder ik Habitat '67, nog zo'n knap architecturaal staaltje uit dezelfde tijd als de Biosphère. Deze appartementen lijken zo op elkaar gestapeld alsof een kind met de blokken heeft zitten spelen. Elk blok lijkt willekeurig op de vorige te zijn geplaatst. Iets verder neem ik dan toch maar een taxi tot in de stationsbuurt. Tussen al die hoge buildings, waaronder het karakteristieke 1000 De La Gauchetière, voel ik me als een mier in het bos.
In de gezellige Rue Saint-Paul wandel ik een restaurant binnen. Ik bestel er een poutine, een typisch Québecs gerecht dat bij een eerste kennismaking wat vreemd aandoet. Het zijn namelijk lekker gebakken frietjes die zwemmen in bruine saus en... kaas! Best lekker, maar niet om elke avond te eten. De Montréalers zijn er dan weer gek van. Een halve Nederlander, Karim genaamd, dient op. Hij begint meteen te vertellen over hoe een van zijn voorvaders een Haagse beul was, die korte metten maakte met ter dood veroordeelden. Ook hij is een couchsurfer.
Dat doet me eraan denken dat ik maar eens moet opstappen om mijn Montréalse gastheer te gaan ontmoeten, in zijn appartement op de Côte-Vertu. Nog enkele minuten genieten van de avondzon op de Champs-de-Mars, en ik neem de metro, wat in Montréal trouwens altijd een belevenis is. De inwoners hebben de metro zo aangenaam mogelijk gemaakt, met heel wat kunstwerken en versieringen. Ze hebben de metro broodnodig, vooral tijdens de ijskoude winters. Daar is vandaag natuurlijk niets van te merken. Het was eindelijk eens een mooie zomerse dag. Morgen bezoek in Centre-Ville, het 'eigenlijke' Montréal.


5 juni 2012, Square Dorchester, Montréal
Dag vijf. Na een ochtendwandeling door Westmount, de sjieke Engelstalige buurt op de helling van de Mont-Royal, beland ik in de hippe museumwijk. Het kruispunt aan het Musée des Beaux-Arts staat vol met moderne kunstwerken, vooral beeldhouwwerken van onder meer koeien, olifanten... Ernaast staat een schattig kerkje. Het Musée is in verschillende paviljoenen opgedeeld, waardoor het hele complex bijna een miniwijk op zich is.
De Rue Crescent begint hier ook, een zeer trendy straat met mooie Victoriaanse huisjes, hippe bars en nachtclubs, maar helaas zonder Hard Rock Café. Na even zoeken, vraag ik waar ik het kan vinden, maar jammer genoeg blijkt dat, net als die in Antwerpen, het Montréalse Hard Rock Café is opgedoekt.
Iets verder ligt het gezellige Square Dorchester, waar ik nu op een bankje zit te schrijven, te midden van bedienden in hun rook- en lunchpauze, van toeristen, duiven en eekhoorns, en in de schaduw van Montréals hoogste wolkenkrabbers, waaronder het iets oudere Sun Life gebouw. Ook op dit plein staat het imposante Cathédrale Marie-Reine-du-Monde, met haar magnifieke interieur, met onder meer een schitterend baldakijn. Het geheel is een sterk verkleinde replica van de Sint-Pietersbasiliek in Vaticaanstad, met hier en daar natuurlijk wat aanpassingen. Een bezoek meer dan waard!
Gisterenavond belde ik bij Alvaro, mijn gastheer van Colombiaanse afkomst, aan. Deze joviale man heeft nog een tweede gast deze week, de sympathieke Amerikaan Thomas. Alvaro heeft maar één missie: het zijn couchsurfers zo goed mogelijk naar hun zin te doen hebben. En daar slaagt hij met grote onderscheiding in. Zo hadden we vanmorgen een uitgebreid Colombiaans ontbijt.
Tijd om de Ville Souterraine te gaan verkennen, een heuse ondergrondse stad die onder Centre-Ville loopt, zodat niemand tijdens de strenge winters kou hoeft te leiden. Zelfs op een stralende dag als deze is een bezoekje aan deze aaneenschakeling van winkels de moeite waard.

5 juni 2012, belvédère top Mont-Royal, Montréal
Wat een onbeschrijfbaar uitzicht heb je hier! Je ogen kunnen de rivier volgen en de buildings en kerktoren op de voorgrond komen na deze stadswandeling en die van gisteren al erg vertrouwd over.
Even terugblikken op de afgelopen uren. Op een erg schattig pleintje in het hart van Montréal, te midden van de drukke winkelstraten en tegenover het mooie neogothische kerkje Cathédrale Christ Church, versierd met stenen smoelwerken, ontmoet ik twee charmante Engelstalige Montréalsters, die allebei weg zijn van België en me informeren over de dagelijkse manifestatie, die ik vanavond zou willen bijwonen. Vervolgens begeef ik me weer de heuvel op, langs betonnen en glazen reuzen, voorbij het zeer knappe La Foule Illuminée, een geel glasfiberen sculptuur van de hand van Raymond Mason - erg leuk!
Op de campus van de Engelstalige McGill universiteit is het feest! Heel wat studenten studeren vandaag af, en het park is zodoende bevolkt door een gezellige drukte van trotse studenten - mét hoofddeksel en toga - en zo mogelijk nog trotsere ouders, die druk foto's van hun sjiek uitgedoste lievelingszoon of -dochter nemen. De campus is een bedrijvig complex van grote historische gebouwen, standbeelden en bloemenperkjes - en net zoals die van Harvard is ook deze campus erg groen!
Iets verder brengen stenen, en later houten, trapjes me in het Parc Mont-Royal, tot aan de top van deze wereldberoemde heuvel, die Jacques Cartier in 1535 beklom en benoemde.

5 juni 2012, Montréal
Ik zit in het appartement op de Côte-Vertu te schrijven. Het is avond. Ik heb een heel bewogen namiddag en avond gehad.
Bovenop de Mont-Royal staan een groot kruis en een hoge televisietoren. Het is nog een korte klim, maar uiteindelijk geraak ik er. Deze twee herkenningspunten kan je vanuit de hele stad zien. Nu moet ik alleen nog beneden zien te geraken. Omdat ik de trapjes en paadjes wat beu ben, besluit ik om de steile helling af te dalen. De eerste 'weg' die ik hiervoor kies lijkt me na enkele minuten al gauw te gevaarlijk, en met de grootste moeite klauter ik weer naar boven. Even later, na het uitproberen van andere routes, kom ik een Australische dame tegen, die de berg opklimt. Samen met een jongeman uit Boston en een Russische jongedame probeer ik het in de andere richting. Die is gelukkig iets minder steil en zo hoef ik geen halsbrekende toeren meer uit te halen.
Ik daal de Boulevard Saint-Laurent af, de multiculturele Main met tal van restaurants die gerechten van over de hele wereld serveren. Slovenië, Ierland, Italië, Libanon, Thailand, China... de hele wereld is hier aanwezig. Zo beland ik iets later in het Quartier Latin, waar de UQAM is gevestigd, de universiteit waar de studenten al meer dan honderd dagen protest voeren tegen de overheidsdiensten. Het is gezellig om op het gemak door de Rue Saint-Denis te kuieren, langs de vele bars en restaurants. Overal zie je hier het carré rouge, dat ook ik op mijn hemd draag. De band Cheesecake Ninja speelt aan de ingang van Berri-UQAM, de drukste metrohalte van Montréal. Ze maken een soort van vereenvoudigde mathrock. Erg tof om te zien. Aan de overkant van de straat koop ik een studententijdschriftje genaamd Gribeault. Hier gaat het straks allemaal gebeuren, net zoals elke avond.
Maar eerst nog een uistapje naar het Parc Olympique en zijn gigantische constructies. De Biodôme, het Stade Olympique, de Tour de Montréal, het lijken wel witte ruimteschepen die op aarde zijn neergedaald. De laatstgenoemde is trouwens de hoogste scheve toren ter wereld en staat in een hoek van 45° gebouwd. Ik neem de funiculaire, die me schuin naar boven voert. Hier kan je heel Montréal zien. De haven, de rivier en haar eilanden, het pretpark La Ronde, het woud van wolkenkrabbers en de omringende heuvels, waar het blijkbaar serieus is aan het regenen. Wat een prachtig uitzicht, verdorie!
7:15 pm: De eerste regen valt na een ongelofelijk warme en zonnige dag. Ik kom net terug in het Quartier Latin na een bezoek aan de Tour Montréal en stap een willekeurige faculteit van de UQAM binnen, de Franstalige universiteit.
7:30 pm: De regen is een stevige bui geworden. Ik kuier in een hal waarvan de muren vol met spreuken van onder meer Castro en Marx zijn geschilderd. Leuzes en citaten schreeuwen het uit: gedaan met de onderdrukking, wij buigen niet voor wet 78. In de centrale hal staat in het groot te lezen: OCCUPONS NOS QUARTIERS.
7:50 pm: Ik verlaat het gebouw. Wat een regen weer. Alsof God de betoging niet wil. Maar God is een totalitaire zak die uiteraard niet veel sympathie heeft voor opstand, lees er het Oude Testament maar op na.
7:52 pm: Ik neem Rue Saint-Denis, dan Boulevard de Maisonneuve en bereik de Place Emilie-Gamelin, waar de betogingen beginnen.
8 pm: Ik schuil nog even in het metrostation en eet een stuk brood tussen de zwervers.
8:10 pm: Ik steek de straak over naar het plein. Tientallen mensen staan er al, 'gewapend' met hun 'casserolles'. Steeds meer mensen voegen zich bij de groep, en ik begin enthousiast mee te drummen. Er zijn spandoeken, verschillende instrumenten, V for Vendetta-maskers, noem maar op. Montréal is er weer klaar voor.
8:30 pm: Een jongedame met V-masker op kleedt zich volledig uit, behalve haar baskets dan, en paradeert uitdagend langs de zijkant van het plein. De politie laat haar de metro in duiken, maar niet voordat ze een lange dikke trui heeft aangetrokken. Anonymous heeft maar één gezicht, maar vele lichamen.
8:40 pm: De politie spreekt ons toe en waarschuwt in de twee talen dat deze betoging onwettig is. Maar door het toenemende lawaai is dit amper verstaanbaar. We trekken snel de straten in, maar worden al na enkele meters, aan het kruispunt Rue Berri en Rue Sainte-Catherine tegengehouden door agenten op fietsen. Een blokkade die zijn effect niet mist, maar wij slaan rap een andere straat in, waardoor de fietsers zich moeten haasten om ons weer voor te zijn en ons even verder weer te blokkeren. Een tiental politiewagens rijden wat onhandig in het rond. We laten de fietsende agenten een paar keer zweten. Eerst draaien we Rue Berri in, vervolgens Rue Saint-Denis, waar langs beide kanten van de straat het uitgaansvolk ons luid toejuicht. Wanneer we na een tiental minuten op een blokkade van politiewagen stuiten, draaien we gauw de Rue Ontario in, die naar de binnenstad leidt. Het is een kat- en muisspel waarbij de kat steeds moeite moet doen om de sluwe muizen voor te zijn.

8:50 pm: We bereiken Place des Arts, waar een veertigtal agenten oprukken, matrak in de aanslag. Sommige activisten gaan de dialoog aan, maar de politie zwijgt in alle talen. Ik en enkele andere studenten geven hen het V-teken. Iets verder vertraag ik mijn pas en laat ik de betoging voorbij gaan, richting de zakenwijk. Als staart volgen er tientallen politiewagens, wat vrij hallucinant is om te zien. Wat er verder gebeurt, weet ik niet, maar wellicht was het een betoging zonder incidenten. De dagen van traangas en rubberen kogels zijn al enkele dagen voorbij, en maar goed ook.
9 pm: Ik verlaat de betoging.
9:10 pm: De politieagenten keren terug naar het hoofdkwartier op de Place des Arts. Wat een ongelofelijke ervaring! Het volk in opstand. Gewapend enkel met vredesboodschappen, zin voor verandering en de ijzersterke drang naar een betere toekomst.


Deel 3: Occupons Montréal, het ontzagwekkende Parliament Hill, de Ottawa Locks en de 553 meter hoge CN Tower