maandag 24 september 2012

Monthly singles chart

The weekly singles chart has become a - more or less - monthly singles chart. So much more has changed after a month! For one thing, Dead Can Dance is our latest number one single! The Danish Raveonettes have their three singles at the same time in the list!


  1. Dead Can Dance - Amnesia
  2. Kapitan Korsakov - In the Shade of the Sun
  3. Muse - Madness
  4. The Raveonettes - Observations
  5. The Black Keys - Little Black Submarines
  6. Tame Impala - Elephant
  7. Dead Can Dance - Children of the Sun
  8. Aroma di Amore - Hoor Hoe Weent Mijn Ziel
  9. The Presets - Youth In Trouble
  10. Antony & The Johnsons w/t Danish National Chamber Orchestra - Cut the World
  11. Kalisto Bay - Broken Clocks
  12. We Have Band - Tired of Running
  13. Two Door Cinema Club - Sleep Alone
  14. Miike Snow - Bavarian #1
  15. Sigur Rós -  Varúð
  16. dEUS - The Soft Fall
  17. Biffy Clyro - Stingin' Belle
  18. Wallace Vanborn - We Are What We Hide
  19. The Killers - Runaways
  20. A Place to Bury Strangers - You Are the One
  21. The Smashing Pumpkins - The Celestials
  22. The Raveonettes - She Owns the Streets
  23. Agent Fresco - Tempo
  24. Calexico - Para
  25. Love Like Birds - Sailorboy
  26. Animal Collective - Today's Supernatural
  27. Sigur Rós -  Rembihnútur
  28. The Raveonettes - The Enemy
  29. Grizzly Bear - Sleeping Ute
  30. Great Mountain Fire - If a Kid

zondag 23 september 2012

De tien strafste optredens van de afgelopen zomer!


  1. The Cure, Pinkpop, 26 mei 2012: Dit was niet echt in de zomer, maar aangezien het zo'n verdomd goed concert was, het al snikheet was en ik deze zomer geen Werchter of Pukkelpop heb gedaan, moest mijn favoriete band er zeker bij. Het was de vierde keer dat ik ze live zag en alles zat gewoon perfect. Uit bijna elk album werd wel iets gespeeld, zowel de hits (zo goed als alle hits zijn de revue gepasseerd) als de cultnummertjes als de verrassingen - wie had bijvoorbeeld het speelse "Bananafishbones", het droevige "Trust" of het intense "Want" zien aankomen? Robert Smith en de zijnen brachten een magistraal optreden tegen het vallen van deze onvergetelijke avond en toverden een glimlach op het gezicht van elke festivalganger. Naar verluidt waren ze nog beter dan op Werchter, dus ik had er goed aan gedaan om naar het noorden af te zakken, al was het maar enkel omdat ze met het magische "Plainsong" openden, wat ze op de Schuur zijn feestje niet deden.
  2. Sigur Ros, Openluchttheater Rivierenhof, 27 augustus 2012: Mijn vijfde keer Sigur Ros alweer, maar ik kon écht geen nee zeggen. Ze speelden namelijk op de prachtige, supergezellige locatie van het Openluchttheater Rivierenhof, in Deurne. Sigur Ros is zo'n band waar je echt geen geluidsproblemen bij kan dulden. Toch stoorden de herhaaldelijke problemen me amper en genoot ik met volle teugen van hun magische concert, dat opende met het serene "Ekki Mukk", en verder het ene hoogtepunt aan het andere schakelde, of wat dacht je van het donkere "Ny Batteri", de post-rock van "Saeglopur", het oh zo mooie "Olsen Olsen", de kippenvel die "Vaka" je bezorgt, of de vernietigende waanzin van "Popplagið"? Jonsi verontschuldigde zich tegen het einde van het optreden voor "all the mess", maar dat hadden we hem al lang vergeven. Het sprookje eindigde na veertien keer puur genieten en iedereen ging tevreden naar huis!
  3. Dinosaur Jr, Rock Herk, 14 juli 2012: J. Mascis, Lou Barlow en Murph mogen er dan wel als bompa's uitzien, ze weten toch steeds hoe ze een onvergetelijk concert moeten brengen. Al drie keer zag ik deze dinosaurussen van de alternatieve rock live, en telkens was het dik in orde, vanavond misschien zelfs de beste keer van de drie. Een uur lang teisterden hun gitaren en drums onze hersenpan, met klassiekers als "Freak Scene", "Out There" en "Feel the Pain". Ze lijken trouwens elke keer ongeveer dezelfde set te spelen. Zo zag ik "Take a Run At the Sun" en "Start Choppin'" nog nooit live, maar is hun cover van The Cures "Just Like Heaven" er wél elke keer bij. Legendarische band!
  4. Steak Number Eight, Rock Herk, 14 juli 2012: Op wat hopelijk niet de laatste Rock Herk wordt, zag ik tal van straffe bands, maar dan vooral op het hoofdpodium. De Vice Club kon me, wegens een overdosis metalcore, amper boeien, maar hier en daar stond er toch iets goeds. Steak Number Eight bijvoorbeeld, onze Belgische metaltrots! Deze piepjonge heren zag ik een week later ook op Boomtown, maar wegens de geluidsnormen kwamen ze daar toch een pak minder gevaarlijk over. Niets daarvan op Herk! Ik stond helemaal vooraan en geraakte haast in trance door die perfecte mix van post-rock en progmetal. Hét hoogtepunt was opener "The Sea Is Dying", maar tijdens "Pyromaniac" en "Dickhead" werd het moshen als een stelletje gekken. Vergeet niet dat ik tussen metalcorefans stond, die duidelijk niet op hun honger bleven zitten met Steak Number Eight!
  5. Therapy?, Casa Blanca, 2 augustus 2012: Wie Therapy? zegt, zegt Noord-Ierse alternatieve metal uit de jaren negentig. Nochtans zijn deze sympathieke heren albums blijven maken, en die klinken nog steeds verre van slecht. Een band van dit kaliber gratis aan het werk kunnen zien, is wel een beetje raar, maar honderden rasechte Therapy?-fans plus een hele hoop nieuwsgierigen lieten dit zich geen twee keer zeggen. Het resultaat was een waanzinnige moshpit op strakke, snoeiharde klassiekers zoals "Isolation", "If It Kills Me", "Knives", "Nowhere" en "Screenager", zelfs hun ballade en cover van Hüsker Du "Diane" werd zeer stevig gespeeld. Het speelgenot droop van de rockers - voor de gelegenheid in kostuum - af en sloeg onvermijdelijk over op het publiek. Casa Blanca had veel straffe namen dit jaar, maar Therapy? was de kers op de taart!
  6. The Mars Volta, Ancienne Belgique, 26 juni 2012: Mijn favoriete project rond Omar Rodriguez-Lopez mocht een succesvol AB-jaar afsluiten. Met hun album Noctourniquet is The Mars Volta weer maar eens een andere richting ingeslagen. In de AB speelden ze zo goed als het volledige album, met als hoogtepunten de maagstompen "Aegis" en "Dyslexicon", het dansbare "The Whip Hand", de geweldige single "The Malkin Jewel" (gevolgd door een draak van een experiment, "Broken English Jam" - zéér saai op den duur) en de chaotische brij van "In Absentia", dat op plaat toch een pak beter overkomt. Gelukkig kwam er nog een bisnummer, als was het er maar één: "Goliath", favorietje van menig The Mars Volta fan en een van de meest opvallende en geschifte songs op hun fantastische vierde album The Bedlam In Goliath. Met die zotte gitaarriffs van Omar en Cédrics hemeltergende zang was dat puur genieten en besefte ik dat, hoe goed de nieuwe ook is, er niks boven de oude The Mars Volta gaat! Jammer voor ons was "Goliath" ook meteen het enige oude nummer dat we kregen. Dit optreden was uiteraard zeer de moeite maar zoveel minder goed dan dat in de Vooruit een tijd terug, want dat concert was echt om duimen en vingers bij af te likken!
  7. The Raveonettes, Rock Herk, 14 juli 2012: The Raveonettes had ik nog nooit live gezien, en aangezien ze al zo'n tien jaar bestaan, werd dat wel eens tijd! Genoeg hitjes om uit te kiezen. Genoeg songs ook, zeker nu met het nieuwe album, waarvan ze onder meer de nagelnieuwe single "She Owns the Streets" brachten. De geluidsproblemen die het Deense duo had, konden me amper deren, ik was al lang blij dat ik alles kon staan geven op heerlijke retrorockers als "Love In a Trashcan" en "That Great Lovesound". Mijn persoonlijke hoogtepunt was "Apparitions", een bloedmooi, vrij donker nummer dat me kippenvel geeft, en waar ik trouwens al meer dan een jaar elke ochtend mee wakker word. 
  8. Great Mountain Fire, Linkerwoofer, 11 augustus 2012: Veel straffe namen ook op Linkerwoofer, maar het Brusselse Great Mountain Fire zorgde voor het hoogtepunt. Op Boomtown waren ze oké, maar eerder op het jaar - op mijn eigenste TrixTrax-Fest - zorgden ze al voor een vet feestje. Dat deden ze op Linkerwoofer dunnetjes over en hoewel zo goed als niemand hen kende en ze toch vrij laat speelden, was hun concert op de linkeroever van de Schelde een heuse overwinning - numéro deux in Antwerpen! Hoewel ze door Studio Brussel zo goed als genegeerd worden, wens ik hen een echte doorbraak in Vlaanderen door. Maar met dansbare indiepopliedjes als "If a Kid", "Late Lights" en "Cinderella" of floorfillers zoals "Sudden Hush" en "The Ark" mag dat geen probleem zijn.
  9. Reiziger, TrixTrax-Fest, 20 september 2012: Op het uiterste randje van de zomer nog ons TrixTrax-Fest! Zeer goede editie, vooral dankzij de drie laatste bands. De absolute afsluiter was Reiziger. Die kennen we nog van tien jaar geleden. Na een lange pauze zijn ze terug en staan ze klaar om de Belgische podia te plat te spelen met hun vuile post-punk, die wel eens aan Karate doet denken. Een hoogtepunt was "To Force", maar eigenlijk was het niveau heel het optreden lang torenhoog. Reiziger is back!
  10. The Hidden Cameras, Westfest, 8 juni 2012: Ook in Canada heb ik enkele concertjes meegepikt, bijvoorbeeld op het gratis festival Westfest in de hoofdstedelijke suburbs. Hier zijn ze zo goed als onbekend maar in Canada hangt er toch wel een serieuze buzz rond het meerkoppige gezelschap van The Hidden Cameras. Op deze mooie bijna-zomerse avond speelden ze de maple leaves van de bomen en maakten ze van mijn laatste avond in Ottawa een onvergetelijke ervaring, met hun straffe orchestrale melodieën, sfeervolle blazers, catchy synths en een overdosis aan levenslust. R.E.M. en The Smiths zijn nooit ver weg bij deze negenkoppige band uit Toronto, maar dat kan natuurlijk niet slecht zijn!

vrijdag 21 september 2012

TrixTrax-Fest 20 september 2012

Indiefans konden gisterenavond hun hartje weer ophalen, want na een lange zomerslaap opende het TrixTrax-seizoen weer, en wel met een nieuw TrixTrax-Fest, dat ook meteen de vierde verjaardag van het online magazine IndieStyle vierde.

Hoewel de affiche ontegensprekelijk minder straf was dan die van in mei, hadden we ook voor deze editie alweer enkele rake namen! Om iets 'speciaals' te doen voor onze allereerste samenwerking met IndieStyle, besloten we een wedstrijd te houden om zo de opener voor TrixTrax-Fest in september te kiezen. Zo'n 150 bands schreven zich in en de winnaar was Vincent & Jules, winnaars van Het Groot Geweld in 2011. Hoewel ze ook van mij vier of vijf sterren hebben gekregen en ze op vi.be echt onweerstaanbaar klonken, viel dat live eigenlijk allemaal nogal mee. De heren van Vincent & Jules brachten in de Bar een interessante set van catchy, vrolijke nummers, doorspekt met leuke synthdeuntjes. The Galacticos zijn nooit ver weg, en dat bedoel ik niet noodzakelijk in negatieve zin. De jeugdigheid mag dan wel van deze band afstralen als van geen ander, me omver blazen deden ze niet. Naast oudere songs kwamen ook gloednieuwe aan bod, "Ivy" bijvoorbeeld. Het laatste nummer kon me wel meer boeien dan de rest, wat vaak bij beginnende bandjes het geval is. Dit had ik ook al eerder met Humble Flirt en Tannhauser. Coole opener, maar ik kan niet anders dan aan al die andere interessante bands denken die we niét hebben gekozen.

Mijn enthousiasme stijgt amper - of zelfs niet - bij de jongens van The Dukes, die de Club mochten openen. Deze HUMO's Rock Rally halve finalisten brengen een soort van standaardrock die best aardig is maar ook niet meer dan dat. Hun cover van The Flaming Lips was gewoon de rockversie, zonder al te originele toevoeging. Naargelang het concert het einde naderde, werden de nummers wel iets avontuurlijker, met zelfs een vrij intense afsluiter. Net als Vincent & Jules eens tof om live te zien, maar niets dat je je binnen enkele jaren nog echt zal herinneren, tenzij ze doorbreken, want catchy melodieën schrijven kunnen beide bands echt wel! Ik heb veel mogelijke StuBru-hitjes gehoord tijdens deze eerste twee optredens.

En dan haalt TrixTrax moeiteloos weer het niveau van de vorige editie, en dit met Interesting Television Programs. Dat dit duo 'interessante' muziek zou maken, zou afbreuk doen aan de erg opwindende muziek die ze maken. Die is experimenteel ten top en bevat ontelbare echo's van shoegaze- en post-punkbands, groovy baslijnen, vette gitaarriffjes, en zang en teksten die we van arty post-punk gewoon zijn. Een hip tripje enkele tientallen jaren terug in de tijd, maar met eigen, moderne toevoegingen die van deze band voor vele aanwezigen de revelatie van de avond maakten.

En dat kwam vooral omdat we de twee afsluiters al kenden natuurlijk. Neem BRNS bijvoorbeeld, die Brusselse indieband die op het punt van doorbreken staat, als dat al niet is gebeurd. Net zoals hun voorgangers Great Mountain Fire bliezen ze het publiek dat in de Club stond omver, en dat was heel anders dan hun middelmatige optreden op We Are O'pen vorige winter. Hun opwindende, dansbare indiepop, met een hoofdrol voor de percussie weggelegd - doet nog het meest aan Foals denken, en brengt je even goed in hogere, muzikale sferen. Hoogtepunt was hun hitje "Mexico", maar heel het optreden was een aaneenschakeling van straffe songs en een opperbeste sfeer in het publiek. Alweer een overwinning van Brussel in Antwerpen!

Vaste waarde Reiziger mocht de concertavond afsluiten. Deze heren en dame kent u misschien nog van de herrie die ze eind jaren negentig maakten. Een tiental jaren stonden deze cultband op non-actief - toen kwam Geert Plessers trouwens op het geniale idee om Confuse the Cat uit de grond te stampen - maar nu treden ze gelukkig weer op. Ze openden met "The French Belgian Winter" maar ook andere topnummers volgden, waaronder "Windows of the World" en maagstomp "To Force". Het werd een energiek optreden met songs die wel eens aan Karate doen denken en waar het je-m'en-foutisme dat post-punk zo karakteristiek maakt, nooit ver weg is. Indrukwekkende beurt die Reiziger maakte, zo rond middernacht. Na al deze aardige tot fantastische acts kon u nog de nacht inzetten op de muziek van onder meer Bloc Party en Django Django, want IndieStyle had nog enkele DJ's klaarstaan.

Het TrixTrax-seizoen is bij deze geopend! Tien maanden achter elkaar opperbeste muziek op de derde donderdag van de maand en dit steeds gratis! In november is het de beurt aan Imaginary Family en Scarlett O'Hanna, die vorig jaar al eens met Cobson op het TrixTrax-Fest stond en zo'n indruk op ons maakte dat we haar er ook dit jaar bij wilden hebben, maar dan met een compleet verschillend muziekproject, waarmee ze het voorprogramma van muzikale helden Wilco deden.

zondag 16 september 2012

ZuiderZinnen 2012

Zondag 16 september 2012. Mooi weer. Mogelijk de allerlaatste ZuiderZinnen op 't Zuid in Antwerpen. Het was vandaag ook de autoluwe dag en dat gold voor heel het centrum van Antwerpen. Dat maakte het extra gezellig om vandaag in de stad rond te dwalen. Er stonden zoveel interessante artiesten op dit fantastische literaire festival, en het werd dus knopen doorhakken. Zo kon ik onder meer Vitalski, Nigel Williams en Kristien Hemmerechts helaas niet zien.

Ik kwam m'n VIP-bandje halen aan het Grote Podium op de Leopold de Waelplaats op het moment dat De Laatste ZuiderZinnenband samen met gastmuzikant Guy Swinnen de laatste noten van "Nothing On My Radio" speelden. Met Willy Willy erbij klinkt dat natuurlijk indrukwekkender, maar toch was het leuk om nog eens wat Scabs-nummers live te kunnen zien. "Hard Times" werd een waar meezingmoment.

Met mijn zus en mijn neef trok ik naar Caffè Internazionale, een hippe pastabar, waar ik later op de dag mijn ding zou doen. Eerst Jeroen Olyslaegers. Die las het eerste hoofdstuk - hoofdstuk nul - uit zijn nieuwste roman, vers van de pers, Winst, een vervolg op zijn opmerkelijke Wij en deel twee van een drieluik. Het verhaal volgt de zoon van Georges, de protagonist van Wij, en speelt zich af in het heden, ofwel de wel zeer nabije toekomst, want de euro is al gecrasht en vervangen door de euromark. Hoofdstuk nul gaat al meteen over iemand - Georges' zoon? - die als een heilige Sint-Joris tot op de tanden gewapend zijn eigen draak bestrijdt, een braamstruik die de hele tuin dreigt te overwoekeren. Ik ben benieuwd hoe de roman verder gaat.

Tom Naegels las een kortverhaal voor (hoewel dat 'voorlezen' niet het juiste woord is, aangezien hij het wel van buiten leek te kennen) over Dirk, een zeer godsdienstig kereltje dat met een tweedehands gekochte fiets gewoon een toer door Antwerpen wil maken maar plots de vorige eigenaar tegen het lijf loopt. Erg grappig verhaal en heel leuk gebracht door deze 'ombudsman' van De Standaard en tevens ook schrijver van Los. Vervolgens bracht Geert Briers enkele gedichten voor, in het midden van het café van op een bierbak. Over sprookjes en tepels, sokken en Duitse new wave, de Champs-Elysées en ijsbeer op een stokje. Zijn 'hit' liet hij door iedereen in het café mee scanderen.

En na al die bekende schrijvers en dichters kwam ik dus. Gert Vanlerberghe opende met zijn gedicht "Schemerklok" en las daarna een stuk uit het begin van "Als een Ballon", die dit najaar zou verschijnen. Hoofdstukken heeft de roman niet, omdat het één lange flow is, slecht hier en daar gescheiden door drie sterretjes. Felix bereidt de nieuwjaarsdrink die hij voor zijn straat organiseert voor, maar moet voortdurend aan zijn verleden denken. Zijn wilde jaren in New York liggen al lang achter hem maar toch laten ze hem maar niet los. Dit wordt onherroepelijk versterkt wanneer hij zijn oude vlam Laura op de Vogelenmarkt tegen het lijf loopt, en dan vervolgens nog eens Niels, zijn vriend en later zelfs rivaal. Beide ochtendlijke ontmoetingen zetten de hele plot in beweging... met onvoorzienbare en erg pijnlijke gevolgen...

Na mij kwam Maarten Inghels, die een stoel in het midden van de bar plaatst en van daarop zijn publiek toesprak. Eerder deze week verbrandde Harold Polis symbolische een papiertje met een wel erg negatieve recensie over Inghels' roman De Handel In Emotionele Goederen, al bleek later dat het gewoon een blanco papiertje was. Deze ludieke actie werd door enkele politici vergeleken met boekenverbrandingen. Kan het nog gekker? Maarten Inghels beloofde in elk geval dat hij het boek niet zou verbranden. Daarna las hij er twee fragmenten uit, waarvan de stijl allerminst puberaal klonk, zoals de recensist beweerde. Het tweede fragment eindigde met een schijnbaar eindeloze opsomming van emotionele(?) goederen. Zijn debuut lijkt me erg interessant. Ikzelf werd trouwens als de jongste 'artiest' in Caffè Internazionale aangekondigd, maar Maarten Inghels is toch nog twee jaar jonger dan mij. Ongelofelijk wat hij nu al bereikt heeft - laat de recensisten er het hunne maar van denken...

Enkele uren 'op café zitten' terwijl het zo'n mooi weer is buiten, zijn genoeg. We repten ons nog even naar de Galerie Ludwig Trossaert, waar we iets te vroeg aankwamen en nog konden genieten van de prachtige kunstwerken die er hangen... en van Geert Briers' poëzie, en wel exact dezelfde gedichten in dezelfde volgorde. Zoveel straffe namen op ZuiderZinnen die ik vandaag, wegens een overvloed aan keuzemogelijkheden, niet kan zien, maar dan toch nog een artiest twee keer aanhoren. Ik hou wel van zijn poëzie, en hij kan het ook heel goed brengen. In tegenstelling tot in Caffè Internazionale hadden de artiesten hier wel een microfoon tot beschikking, wat nodig was, want telkens er iemand binnenkwam, hoorde we de muziek van op het Groot Podium.

We kwamen eigenlijk voor Bart Van Loo, die eerder op de dag al een optreden had gegeven in Café Local, maar het nu ook in de kunstgallerij deed. Aangezien hij slechts een kwartier had, bracht hij de intro van het derde deel van zijn Frankrijktrilogie, O Vermiljoenen Spleet!, waarin hij over zijn avonturen in het erg nabij gelegen Hotel du Commerce uit de doeken doet. Hierbij konden we proeven van enkele citaten uit de bijna pornografische romans van onder meer De Sade, Apollinaire en Racine. Hoewel het eerste deel, Parijs Retour, ondertussen zowat mijn reisbijbel is geworden, heb ik de twee andere delen nog steeds niet gelezen. Foei! Of interesseren gastronomie en erotiek me niet? Bart begint volgende week trouwens aan een tournee doorheen heel Vlaanderen, met zijn voorstelling over de Franse chanson. Een aanrader!

Bart en ik praatten wat bij, bezochten even de backstage in het museum en zetten ons in een luie stoel voor het Groot Podium, aan de andere kant van de horizontale fontein. Nog even bezocht ik Chat Le Roi, waar de poëzievoorstellingen van onder meer Von Solo en Martin De Jong net waren afgelopen. Dan maar terug naar de Leopold de Waelplaats, waar Allie Sees, het bandje van Lut Van Nooten met onder andere Geert Vanbever aan de gitaar, begon op te treden. Ik kende haar gevoelige en erg persoonlijke liedjes al van Stand-Up Tragedy, maar het was de moeite om er eens een volledig concert van te zien. Ook Ernst Löw liet ons genieten van enkele Nederlandstalige liedjes. Deze Nederlandse Antwerpenaar - of Antwerpse Nederlander - vond het ontzettend jammer dat ZuiderZinnen mogelijk aan hun laatste editie waren en zei dat zo'n geweldig initiatief echt niet mocht stoppen. Het publiek beaamde dit met een luid applaus.

Nabil Khazzaka en band - hoewel die enkel uit Raphaël bestaat - had de twijfelachtige eer om het festival - dat eigenlijk al aan het opruimen was - af te sluiten. Zijn muziek kan worden omschreven als electropop, al hanteerde Raphaël vaak wel erg speciale instrumenten, waaronder een Egyptische harp. Nabil was een echte springbal on stage en bracht de ene meezinger na de andere. Enkele nummers, zoals het ontroerende "The Moorlough Shore", hadden zeer duidelijke invloeden van Ierse folk, dit met een vette drum'n'bass-sausje erover. Nabil en Khazzaka waren gekleed in Nederlandse voetbaltruitjes - laten we niet vergeten dat het thema België-Nederland is - en trokken tijdens hun cover "België" - dan toch nog een meezingmoment op dit late uur - een Belgische vlag omhoog. De afsluiter was zijn nieuwste single "Keep Your Body In Motion", iets platter dan de andere nummers maar een echte radiohit als je het mij vraagt. Erg energiek optreden, frisse drum'n'bass, knappe stem. Een geslaagde afsluiter voor ZuiderZinnen 2012 - laten we hopen dat het niet de laatste keer was!

maandag 10 september 2012

Boedapest: 4-8 september


Canada ligt alweer ver achter me – al is dat relatief, maar niet voor een reiziger! – dus het is nog eens tijd voor een reisje. En wat voor één! Vijf dagen in een van de mooiste steden van Centraal-Europa: Boedapest, hoofdstad van Hongarije.
De eerste nacht breng ik door in Charleroi, om de ochtend erna op tijd mijn vliegtuig te halen. Een verder vrij saaie vlucht brengt me op het einde wel een zeer mooi uitzicht over deze stad aan de Donau. Van boven gezien al zeer geslaagd! Deze eerste dag wil ik bijna alles in Pest gezien hebben dat op m’n planning staat. Beginnen doe ik in de wijk Józsefváros, het achtste district. Lang blijf ik daar niet. Ik passeer de studentenbuurt, waar ik al enkele zeer mooie kerken en paleizen passeer, en begeef me naar het zuiden van Belváros, het hart van Pest. Ik passeer het opmerkelijke Párizsi Udvar, een indrukwekkende passage van winkeltjes. Heel even kom ik op de Váci utca, de beroemde en gezellige winkelstraat van Boedapest, maar daarna begeef ik me via het Március 15. tér naar de kade van de Donau. Hier staat de parochiekerk, en je hebt er een zeer mooi en veelbelovend zicht op de twee heuvels aan de rivierkant van Boeda. Vooral de burcht en het kasteel met het koninklijk paleis tekenen zich af tegen de nogal grauwe hemel.
 Ik wandel noordwaarts langs de Donau, passeer een niet onaardige Griekse kerk en bereik zo het Vigadó tér, een verzorgd pleintje met een imposant paleis aan de overkant. In de verte zie ik de beroemde Kettingbrug. Dat is wel nog even wandelen. Aan de overkant van de rivier is het zicht op het koninklijk paleis, met zijn karakteristieke koepel, veel duidelijker geworden. Morgen zal ik van op de heuvel dan weer ongetwijfeld een heel mooi zicht op Pest hebben. Het is gezellig kuieren over de kaaien, die met het oog op toerisme zeer knap is aangelegd. De Széchenyi lánchíd ofwel Kettingbrug bereikt Pest aan het Roosevelt tér, een plein dat op een belangrijk verkeersknooppunt ligt. Ik stap er het Greshampaleis binnen, en dat is voor elke Jugendstil-liefhebber sterk aan te raden. Wat een interieur!
 Tijd om door te dringen tot het eigenlijke centrum van Pest, het gezellige en erg populaire Vörösmarty tér, waar je gebak kan gaan eten in café Gerbeaud of een rockmenu kan verorberen in het gloednieuwe Hard Rock Café. Ik doe geen van beide maar bezoek als fan wel even het laatstgenoemde café, dat trouwens in een imposant paleis is gevestigd. In deze wijk zal ik nog vaak komen tijdens mijn reisje. Ook de Váci utca vertrekt – of eindigt – hier. In het midden van Vörösmarty tér staat een groot standbeeld ter ere van de gelijknamige dichter, de trots van het literaire Hongarije. Iets verderop een ander pleintje, met een schattig kerkje (inclusief zeer mooi interieur), een mooie art-nouveaugevel en het kolossale, sobere stadhuis: het Szervita tér. Ik ga terug naar het Roosevelt tér, passeer de door twee tongloze leeuwen bewaakte toren van de Kettingbrug en stuit op het monument Schoenen langs de Donau, die een van de gruwelijkste periodes uit de naziperiode van Hongarije herdenkt. Toen duwden de Duitsers regelmatig een heel aantal joden, die eerst hun schoenen moesten uitdoen, in de koude rivier, waar ze dan werden geëxecuteerd. De schoenenbeelden die er nu staan zijn in alle maten en stijlen. Hier waren uiteraard ook kinderen bij! In sommige schoenen liggen kaarsjes. Hier heb je ook het beste zicht op de Matthiaskerk aan de overkant van de Donau. Ook de koepel van het wereldberoemde parlement, dat zich op enkele honderden meters verder aan de kant van Pest bevindt, is van hier al zichtbaar. Maar ik keer nog even terug en ga via het Roosevelt tér naar de basiliek, met een al even imposante maar sobere koepel en twee hoge tweelingstorens.
 Het interieur is ronduit schitterend. De combinatie van marmer, goud en mozaïek doet elke toerist watertanden. In de kapel ligt een wel heel bijzonder relikwie bewaard: de gemummificeerde rechterhand van Sint-Stefanus. Ik beklim de 352 treden en geniet van een zeer mooi uitzicht over heel Boedapest, inclusief de omringende heuvels. Weer op de begane grond begeef ik me noordwaarts. Vermeldenswaardig zijn nog het bankgebouw, het postgebouw (met prachtige groene dakpannen) en Szabadság Ter, waar je de mooiste art-nouveaugebouwen van Boedapest vindt. Iets verder bezoek ik ook even een overdekte markt.
 Van hier is het rechtdoor naar het parlementsgebouw. Ik knik even naar Ronald Reagan, passeer het Jugendstilmuseum en beland op het overheidsplein. Zo van dichtbij komt het parlementsgebouw niet zo indrukwekkend over. Vanaf de andere oever is dat wellicht heel anders. Ik bewonder nog de Várhegy ofwel burchtheuvel, aan de andere kant van de rivier, en neem dan de metro naar de basiliek, waar de beroemdste straat van Boedapest begint, de Andrássyboulevard, die omwille van een indrukwekkende verzameling aan interessante architectuur op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat. Ze is helemaal doorgetrokken tot aan het Heldenplein en scheidt Terézváros van Erzsébetváros, de joodse wijk.
 Na een kort bezoek aan de schitterende opera, besluit ik laatstgenoemde buurt op het gemak te verkennen. Ik slenter langs mooie voorgevels en stap een willekeurig cafeetje binnen, dat trouwens ook een boekenwinkel is. Je kan hier enkel koffie, thee of sap drinken. Ik zet me aan een tafeltje met enkele joden en lees wat in m’n roman. Een halfuurtje later wandel ik de hoek om en doemen de Grote Synagoge en de witte kubus van de Heldentempel voor me op. Op een pleintje staat een metalen constructie van de hand van Imre Varga, namelijk De Treurwilg, die de dood van honderdduizenden joden herdenkt. Ook ‘De Engel van Boedapest’, de Zweed Raoul Wallenberg, kreeg hier een welverdiende gedenkplaat. Hij hielp duizenden joden het land uit, waardoor ze aan een gruwelijke dood ontsnapten. De synagoge is de grootste in Europa en de tweede grootste ter wereld en op z’n minst indrukwekkend te noemen. Dit is een zeer aangename wijk. Ik passeer nog het gedenkteken van Carl Lutz, alweer een filantropische Zweed, en enkele kleinere synagoges. Er is ook nog de gezellige Gozsdu-udvar, een van de vele passages die Boedapest rijk is.
 Terug naar de Andrassyboulevard nu, daar was ik nog lang niet halverwege. Eerst over het mondaine Liszt Ferenc tér, met stijlvolle restaurants en veel bomen. In het midden natuurlijk een standbeeld van deze geliefde componist. Dat is natuurlijk niemand minder dan Franz Liszt, de Duitse benaming. Voorlaatste ‘halte’ op de boulevard is het Kodály körönd, een rond punt dat vol standbeelden staat en wordt omringd door alweer art-nouveauhuizen. Eindpunt is dan het Heldenplein, waar een wel erg imposant nationaal monument staat. De zuil op de Hösök tere stelt de aartsengel voor, met de Hongaarse kroon in de hand. Daarachter staan de leiders van de zeven historische stammen te paard en in de zuilen van de halve cirkel achter deze centrale standbeeldengroep staan de beelden van de belangrijkste historische figuren uit de Hongaarse geschiedenis. En dat is nog niet alles. Aan weerszijden van het plein staan twee Griekse tempels, allebei kunstmusea, en in de verte heb je nog uitzicht op het Stadspark, ofwel Városliget, en het allegaartje van architecturale pareltjes dat Vajdahunyad vár uitmaakt, een verzameling van Roemeense kastelen en kerken in verschillende bouwstijlen, romaans, gotisch en zelfs renaissance. Het geheel komt wat Efteling-achtig over, maar laat een diepe, onvervalste indruk op me na. Ik groet de Anonieme Geschiedschrijver en verken het mooi aangelegde Stadspark, dat nog enkele andere monumenten herbergt. Het monument voor 1956 herdenkt de moeizame revolutie van dat jaar en het ‘tijdswiel’ dat iets verder staat zou een zandloper zijn die over één jaar gaat… al schijnt die uiteindelijk toch niet zo nauwkeurig te zijn.
 Ik neem de metro naar Deák tér, een van de drukste pleinen van Boedapest. Daar heb ik met mijn couchsurf host Szilvia afgesproken. We gaan iets eten in een straat met enkel restaurants, in Józsefváros. Ik eet de typische Hongaarse goulash, die hier als soep wordt gegeten, niet als hoofdgerecht, erg lekker! Daarna proberen we een alternatieve club uit in de hippe joodse buurt. Tijd om enkele Hongaarse bieren te proeven.
 De volgende dag verken ik Boeda, maar eerst wil ik nog enkele straten in Józsefváros aflopen. Tot nu toe heeft Boedapest best wel een goede indruk op me achtergelaten, maar steden als Wenen en Praag liggen nog steeds meters voor. Dat moet met Boeda veranderen. Ik bezoek Vásárcsarnok, een gigantische hal die door Eiffel werd ontworpen. Imposant gebouw met verschillende kraampjes die niet ver van de Szabadság Híd ligt, een groene hangbrug over de Donau die recht naar de Gellértheuvel leidt. De ideale plek om de rivier eindelijk eens over te steken dus, ware het niet dat ik mijn lange wandeling in het noorden wil beginnen en eerst nog de Hongaarse vestiging van het bedrijf waar ik werk wil bezoeken. Dat is bijna helemaal in het noorden, ter hoogte van het Margiteiland, aan de kant van Pest. Hiervoor moet ik natuurlijk de metro nemen, maar niet voor nog eens een bewonderende blik te werpen op het Vrijheidsbeeld, dat van op de heuvel fier over de stad uitkijkt. Ik word openhartig ontvangen door mijn collega’s, waarvan ik de meeste nooit eerder heb gezien. Na een dik uur vind ik dat het welletjes is geweest en steek ik de brug over naar het Margiteiland, dat tussen beide oevers ligt. Dit is een groene oase waar veel stedelingen komen onthaasten. Er is een mooie rozentuin, een gratis dierentuin met als hoogtepunt een pony, en een metershoge fontein. Vanop de brug heb ik een interessant zicht op de licht bocht van de Donau, ter hoogte van de Kettingbrug, en op het parlement en het koninklijk paleis, twee bolwerken van macht die elkaar streng aankijken, al heeft het veel lager gelegen parlementsgebouw die staarstrijd natuurlijk gewonnen. Het koninklijk paleis huist nu de nationale galerij.
 Voor mijn eerste adresje in Boeda moet ik de stijl Rozenheuvel beklimmen. Een moeizaam paadje vol scherpe klinkers leidt mij en twee Turkse toeristen naar boven. De beloning voor deze vermoeiende klim onder een onverbiddelijke zon is voor de Turken iets groter dan voor mij. Een van hun geprezen derwisjen ligt hier begraven. Gül Baba legde het loodje nog voor de Ottomanen Boedapest konden innemen. Het mausoleum is helemaal op z’n Turks ingericht, met kleurrijke tapijten. Een herinnering aan de Turkse periode uit de Hongaarse geschiedenis. Dat en enkele baden natuurlijk. De Turken blijven respectvol naar de tombe kijken. Ik heb het na nog geen tien minuten wel gezien natuurlijk. Ik daal de heuvel af en wandel langs de rivier, tot recht tegenover het parlementsgebouw. Hier heb je de tegenhanger van het Deák tér in Pest: het belangrijkste metroknooppunt in Boeda is het Batthyány tér, een van m’n favoriete plekjes in de stad, omdat je van hier in een oogopslag zowat alle belangrijke monumenten van Boedapest kan zien: in de verte de citadel, het Var Palota ofwel koninklijk paleis en de Kettingbrug, aan de andere kant het Margiteiland, vlak tegenover mij het parlement en hoog boven het plein uit de oh zo mooie Matthiaskerk. Op het plein staat een andere kerk die zeker de moeite is, de Sint-Annakerk.
 Ik begin de klim van de burchtheuvel en bereik zo het meest toeristische gedeelte van Boedapest: het Vissersbastion en de Matthiaskerk, met daarrond de barokstraatjes. De zeven torens van dit bastion, in het Hongaars Hálaszbástya, moeten alweer de zeven overwinnende Magyarenstammen voorstellen. Vanop de arcades heb je een ongelofelijk uitzicht over de Donau en Pest. Dit is puur genieten! De Matthiaskerk vormt de kers op de taart in deze wijk, die ook op de UNESCO-lijst staat. De spitse toren stijgt hoog boven de heuvel uit en de kleurrijke dakpannen zijn een streling voor het oog. Het is erg aangenaam om tussen de vele toeristen, met een ijsje in de hand, deze wijk te verkennen. De gevels in de straatjes rondom de kerk zijn de moeite. Aan de andere kant van de heuvel heb je zicht op de rest van Boeda, het noordwesten van de stad. Ik wandel langs deze kant en bereik zo het kantoor van de president, waar ik net de ceremoniële aflossing van de wacht bijwoon.
 Aan het koninklijk paleis kan je neerkijken op de Kettingbrug en de basiliek. Dit paleis is zoals eerder aangegeven een museum geworden, maar het hele complex is een interessante verzameling van torentjes, wallen en tuintjes. Bovendien is het uitzicht op het eiland hier uitstekend. Ik daal de heuvel af en bereik het Clark Adám tér, met het nulpunt van Hongarije. Hier speel ik even vals en neem ik de bus tot aan de voet van de Gellértberg, die ik ook helemaal ga moeten beklimmen. Halverwege stop ik even aan het Gellért-monument, dat je ook al van op de Pest-oever kan zien. Van hieruit is het nog een hele klim naar de citadel. Ik moet even op adem komen wanneer ik de top bereik, maar het zicht is onvoorstelbaar. Vooral wanneer je de citadel binnen gaat en het Vrijheidsbeeld nadert, heb je een volmaakt 360° uitzicht over de wijde omgeving. In de citadel bezoek ik de lugubere SS-bunker, met wassen beelden van soldaten en krijgsgevangenen, maar ook met eloquente foto’s over de Shoah, die vaak gruwelijk verminkte of uitgemergelde lichamen laten zien, vooral van kinderen. Ik word er stil van.
 Ik daal af naar het Gellért-hotel, een reusachtig gebouw dat tegenover een ander interessant monument staat: een kerk die uit het binnenste van een rots is gehouwen. Deze keer steek ik wel de Szabadság Híd over. Aan het Weststation ga ik met een collega Thais eten en een groep van Hongaarse collega’s vergezellen in een zomerbar aan de rand van het Stadspark. Tijd voor meer Hongaarse bieren en een gezellige avond op z’n Boedapests. In metro naar het 16e district, waar ik overnacht, geven enkele dames me nog wat Hongaarse wijn. Aan de terminus van de metro moet ik nog een bus nemen, maar die heb ik gemist, en ik weet helemaal niet in welke richting ik moet lopen. Een taxi dan maar.
 De derde dag staat vooral in het teken van de communistische periode van Boedapest. Maar eerst neem ik een treintje naar Oboeda, waar ik langs de Romeinse ruïnes van Aquincum loop, de wieg van Boedapest, nu helemaal in het noorden van de stad. Oboeda huist ook nog het Fö tér, een gezellig pleintje, maar verder niet veel bijzonders. Terug naar Pest, om een van de meest tot de verbeelding sprekende musea van de stad te bezoeken: het Museum van de Terreur!
 Dit gebouw op de Andrassyboulevard werd zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog als in de jaren vijftig door de bezetters – eerst de nazi’s, daarna de communisten – gebruikt. Hier werden heel wat mensen maanden- of zelfs jarenlang in vastgezet, soms zelfs gefolterd of terechtgesteld. De inkomsthal bestaat uit een duizelingwekkend hoge muur met zwart-witfoto’s van de slachtoffers, met daarvoor een grote sovjettank die tot aan de banden in het water staat. Een lift brengt me naar de verschillende zaaltjes, die elk in een ander teken van deze twee verschrikkelijke periodes staan. Eerst en vooral leer ik iets bij over de Pijlkruisers, een groep mijnwerkers die wel erg fanatiek de leer van Hitler toepasten. Deze onverlaten hebben ontzettend veel joden gedeporteerd. Videoschermen met authentieke beelden etaleren het fanatisme van zowel de fascisten als de communisten, maar al heel snel concentreert de thematiek van het museum zich op de laatstgenoemde periode, die voor de meeste mensen nog vers in het geheugen ligt. Mátyás Rákosi liet Hongarije kreunen. Social-realistische schilderijen, gespierde socialistische standbeelden en talrijke propaganda proberen ons tevergeefs te overtuigen van het idyllische aan deze periode, maar veelzeggender zijn de verhoorskamers, de claustrofobische cellen en natuurlijk de strop. En dan zijn er nog de vele getuigenissen van Hongaren die opsluiting en foltering hebben overleefd maar wel enkele dierbaren hebben moeten achterlaten. Heel wat mensen zijn onder valse voorwendsels door de communistische staat terechtgesteld. Deze golf van terreur verminderde aanzienlijk in de tweede helft van de Koude Oorlog, maar was pas echt voorbij na het vallen van het IJzeren Gordijn. Dit museum laat niemand onberoerd.
 Ik lunch met enkele collega’s, alweer op het kantoor, en neem daarna enkele bussen naar het uiterste zuidwesten van de stad. Net buiten de stadsgrenzen ligt daar Memento Park, een zoveelste herinnering aan de socialistische periode. Hier zijn alle standbeelden die decennialang op de pleinen in Boedapest stonden, opgeslagen en tentoongesteld, voor wie nostalgisch is naar deze tijd, of voor de toeristen natuurlijk. Hoewel het park niet groot is, is het wel een interessant bezoek. Je ziet als West-Europeaan niet elke dag authentieke, buitenproportionele communistische beelden van onder meer Lenin, Marx en Engels. Van Stalin zijn enkel de benen nog te zien, want het beeld was bij de val van de Sovjetunie doormidden gezaagd. Al deze beelden – of ze nu van de socialistische leiders en filosofen, of van allegorische werklieden zijn – ze zijn allemaal naar de marge van de stad verbannen.
 Terug in Pest kuier ik wat rond in mijn geliefde Belváros, terwijl de meeste mensen zich op terrasjes verschalken. Voor het eerst steek ik de Kettingbrug over naar Boeda, waar ik de kabelbaan naar het koninklijk paleis neem. Het is al lang beginnen schemeren en zowat alle belangrijke monumenten aan de overkant zijn verlicht. Dit is magisch… Na minutenlang staren naar dit stille schouwspel besluit ik de burchtheuvel af te dalen. Net zoals bij de heuvel van Montréal doe ik dat niet langs de officiële weg. Er is wel een zandweggetje langs een erg steile helling, maar die lijkt bijna nooit te worden gebruikt. Ik kan me nog net aan een tak vasthouden, waarbij ik een aantal splinters in m’n hand krijg. Toch maar langs de trapjes, die me wat aan die van de heuvels in Triëst doen denken. Altijd gezellig. Aan het Batthyány tér smullen mijn ogen nog van het prachtig verlichte parlementsgebouw. Daarna neem ik de metro naar het West End shopping center, waar ik met enkele bekenden nog iets ga drinken.
De dag nadien verlaat ik Boedapest en neem ik een treintje naar Szentendre, een schattig rivierstadje op 20 km ten noorden van Boedapest. Mooie huisjes, souvenirswinkeltjes, kerken, pleintjes, een groot Servisch kruis op de Fö tér, en zelfs de kleinste synagoge ter wereld, een monument dat de vele gedeporteerde joden moet herdenken maar dat ook een religieuze functie heeft. Het vrouwtje dat bij binnenkomst de krant zit te lezen reikt me een keppeltje aan, dat ik bij bezoek moet opzetten. Maar dé attractie is voor mij het marsepeinmuseum! Aan de ingang krijg ik al meteen enkele stukjes marsepein om te proeven. Het rijhuisje herbergt enkele waanzinnig knap gemaakte marsepeinwerkjes, zoals een levensechte Michael Jackson en Princess Di, Muppets, Disney- en sprookjesfiguren, andere animatiefiguren, bekende componisten, koningen en politici, het parlementsgebouw van Boedapest, een reusachtige taart, muziekinstrumenten… allemaal van marsepein!! Ik bezoek ook de werkplaats en het winkeltje, waar ik twee figuurtjes koop. De ene maakt al snel een afdaling in mijn slokdarm, de andere is voor Szilvia. Het uitzicht aan de Donau is erg mooi. Dit is echt al het platteland. De Servische kathedraal torent hoog uit boven de heuvel waarop het centrum is gebouwd.
Ik neem een bus naar Visegrád en stap uit aan de forse Salomontoren. Van hier kan je de steile heuvel opklimmen, helemaal naar de versterkte burcht. Hier staat een heel decor van een ridderverhaal. In het fort bezichtig ik enkele middeleeuwse zalen met wassen beelden die het leven op het hof moeten voorstellen. Ook wapens en opgezette jachtdieren staan er opgesteld. Het uitzicht vanaf het hoogste punt is adembenemend. Je ogen kunnen er de Donauknie langs beide kanten ver volgen. De rode huisjes en groene heuvels liggen er vredig bij. De afdaling langs de andere kant van de heuvel duurt bijna een halfuur. Ik beland in het dorpje zelf, zie de ruïnes van het koninklijk kasteel – ooit een van de belangrijkste hoven van Europa! – werp nog een laatste blik op het fort, dat nu wel erg ver en hoog lijkt.
In Szentendre neem ik een boot naar Boedapest. Een absolute aanrader, want je ziet het groene landschap langzaam maar zeker verstedelijken. Van op de oever van Szentendre zwaaien kinderen ons uit, even later worden we vergezeld door kajakkers, die ons proberen in te halen, we varen onder een hangbrug door, herkennen de heuvels van de hoofdstad en stilaan ook monument na monument, varen langs het Margiteiland, en stoppen eerst in Boeda en dan in Pest.
Ik besluit eerst iets te gaan eten op het Szervita tér, en wandel daarna nog tot in de late uurtjes rond in Pest, met als hoogtepunt het mooi verlichte Heldenplein!
Op alweer m’n laatste dag in Boedapest besluit ik nog eens de burchtheuvel te beklimmen, naar het reeds door een zwerm toeristen geplaagde Vissersbastion. Op het centrale plein staan twee valkeniers, de ene met een havik, de andere met een indrukwekkend grote arend. Ik bezoek de sublieme Matthiaskerk. De vele verbouwingswerken die er gaande zijn kunnen toch de pracht en praal van het interieur niet vergallen. Er is een klein museumpje, dat zeker ook de moeite waard is. Ik neem afscheid van Boeda door nog eens door de barokstraten te slenteren, daal vervolgens de heuvel langs alweer een andere route af, steek de Kettingbrug over en ga nog gauw een goulash eten op het Szervita tér, in datzelfde restaurant als de avond voordien. Daarna neem ik de metro richting luchthaven.
Vijf dagen Boedapest, het is natuurlijk niet niets. Maar toch heb je zo nog een heleboel dingen gemist. De vele warmwaterbaden, om maar iets te noemen. Boedapest is een prachtige stad die zich zeker met Wenen of Praag mag meten. Eeuwen van geschiedenis hebben hier een schat aan sporen achtergelaten. Het is een stad die onmogelijk kan vervelen!