donderdag 27 juni 2013

Ballonnenvrees 26 juni 2013

De tweede editie van Ballonnenvrees in 't Werkhuys, door mezelf georganiseerd en gepresenteerd, mocht het dan wel met best wat minder volk moeten doen dan de eerste keer, toch waren ook dit maal de artiesten van hoge kwaliteit.
Na m'n inleidingsgedicht opende You On Stage-presentator Tryggve Bauweraerts met enkele rake gedichten, waarna zijn spitsbroeder Yannick Moyson en twee met gitaren uitgeruste kornuiten als Het Bochelprincipe enkele geslaagde voorbeelden etaleerden van poëzie versus muziek en zo ook hun fixatie met tijd en de rugklachten waar ze zich amper zorgen over maken naar voor brachten.
Vervolgens, ook uit Antwerpen, de enige echte Antistresspoweet, met een snedige aanval op de besparingen van het huidige stadsbestuur, typisch op z'n Erwins, en een knap gebrachte bijna-doodervaring. Gert Vanlerberghe, ikzelf, las een intens stuk uit de roman Als een Ballon voor, waarna Sven De Swerts, die maar liefst vier vrouwen die hadden afgezegd, moest vervangen, bijna klaarkwam tijdens het brengen van zijn geslaagde poëzie. Het deel voor de pauze werd muzikaal afgesloten door meervoudig winnares van Vlaamse cabaretwedstrijden Ann Kenis, die haar twee grootste hits, waaronder natuurlijk 'Kringloopwinkelvrouw' van achter de piano op ons afvuurde. De ramen van 't Werkhuys alsook de vele bierglazen braken net niet door haar in vijfde versnelling geschakelde vocale toonladders.
Neobeatnik uit Eindhoven Derrel Niemeijer had op de eerste editie helaas moeten afzeggen, maar opende met verve het tweede deel van de avond. Hij wou een gedicht opdragen aan Amanda Malinka, maar die was er niet, dus werd Runa Svetlikova zijn slachtoffer. Hij bracht zijn gedichten weer typisch op z'n Derrels - als een reïncarnatie van Allen Ginsberg die eerst door de beerput moest om hier in 't Werkhuys te geraken - en dat maakt hem net zo uniek.
Ikzelf volgde hem op met enkele van m'n meest recente teksten en vervolgens was het de beurt aan Runa Svetlikova en haar straffe poëzie. Daan Taks, uit Tilburg, blonk ook uit in zijn voordracht. Zo bracht deze Brabantse dichter het gedicht dat hij in de kortfilm Dood Aan de Powezie, van Von Solo - dit weekend door ons ingeblikt in Antwerpen en binnenkort op uw dichtstbijzijnde filmfestival - voorleest.
Vervolgens enkel nog talent uit Turnhout, eerst met Tom Driesen, die zeer sterke gedichten voordroeg, al was zijn slam over op school gepeste kinderen het allersterkst, en alsof dat nog geen hoogtepunt was, kwam daarna uit dezelfde stad nog de kers op de taart Charlotte Van den Broeck, die vorige keer al een succes was maar ook nu weer uitblonk met haar bijzonder mooie gedichten.
Er was weinig publiek. Er waren veel artiesten. Er was bier. Er was leut. En er was Derrel, met zijn mening over Ballonnenvrees.
Bedankt iedereen en tot op de volgende edities in het najaar! 27 september in Turnhout, 9 oktober weer in 't Werkhuys, 30 oktober in De Kleine Hedonist.

Gert Vanlerberghe

zondag 23 juni 2013

Monthly singles chart

In the beautiful new single of Brussels-based band Girls In Hawaii you can just hear and feel the pain in which it has been drenched. It is our new number one single!

  1. Girls In Hawaii - Misses
  2. Queens Of the Stone Age - My God Is the Sun
  3. The Soft Moon - Want
  4. Pet Shop Boys - Axis
  5. Black Sabbath - God Is Dead?
  6. Marble Sounds - No One Ever Gave Us the Right
  7. Boards Of Canada - Reach For the Dead
  8. Vampire Weekend - Ya Hey
  9. Queens Of the Stone Age - If I Had a Tail
  10. Primal Scream - 2013
  11. Woodkid - I Love You
  12. Deerhunter - Monomania
  13. Dans Dans - Au Hasard
  14. Nick Cave & The Bad Seeds - Mermaids
  15. Foals - Late Night
  16. HAERTS - Wings
  17. The National - Don't Swallow the Cap
  18. These New Puritans - Fragment Two
  19. Balthazar - Sinking Ship
  20. Sleepers' Reign - Four Dots
  21. The National - Demons
  22. The Strokes - Happy Ending
  23. Sir Yes Sir - Keep the Horsemen Out
  24. I Will, I Swear - Sleep
  25. Junip - Line Of Fire
  26. The Boxer Rebellion - Diamonds
  27. Sigur Rós - Isjaki
  28. Steak Number Eight - Cryogenius
  29. Protection Patrol Pinkerton - This Time
  30. Bliksem - Face the Evil

zaterdag 22 juni 2013

La France 1-15 juni 2013 (3)


Deel 3: Het land van de ooievaars

In het midden van een bos in de Franche-Comté staat een hypermodern treinstation met een zeer coole klok. Ik neem er de volgende dag een vroege TGV, die me in korte tijd naar het schattige stationsgebouw van Colmar brengt. Ik steek het rustige park Champs-de-Mars over, voorbij enkele sfeer scheppende fonteinen en arriveer in de binnenstad, die net is aan het wakker worden. De 16e- en 17e-eeuwse huisjes zijn erg typisch voor de Elzasstreek, die heen en weer werd geslingerd tussen Frankrijk en Duitsland, en zien er inderdaad erg Duits uit. Voeg daarbij de antieke uithangborden en je waant je soms echt in Duitsland. Een van die opmerkelijke huizen is het Maison des Têtes, gebouwd in de vroege 17e eeuw door Antion Burger. De façade is met grappige beelden van hoofden versierd. Het grootste deel van de vakwerkhuisjes in de binnenstad lijkt rechtstreeks uit een sprookje te komen. Onder de mooiste gebouwen zijn het Koïfhus, ooit nog douanegebouw, het met prachtige tekeningen van Duitse keizers versierde Maison Pfister, de Corps de Garde, het zeer oude Maison Adolphe en het geboortehuis van ontwerper Antoine Bartholdi, de man achter het Vrijheidsbeeld. Colmar heeft een indrukwekkende zandbruine kathedraal met rode en groene dakpannen - net als het voormalige Dominicanerklooster en het Koïfhus overigens. Twee ooievaars vullen van op hun nest op het dak van de kathedraal de Place de la Cathédrale met hun hysterisch geklepper.
Het is heel aangenaam om in de toeristische straatjes te lopen, waar al die vakwerkhuisjes in verschillende kleuren de grootste aandacht van de toeristen krijgen. De esthetische hoogtepunten van de stad zijn de wijken La Poissonnerie en Petite Venise. Hier waan ik me echt in Disneyland. Nee echt, het is te schattig allemaal. Laatstgenoemde wijk kreeg haar naam omdat de huisjes hier zeer dicht bij het riviertje Lauch staan. Het doet inderdaad wat aan Venetië of Brugge denken. Bootjes varen op de Lauch. Treintjes boordevol toeristen rijden langs het water. Het mooiste zicht heb je van op de Pont Saint-Pierre. Erg schilderachtig. Ik groet nog gauw Manneken Pis - alles kan blijkbaar in Colmar - neem de trein naar Brussel en stap af in Seléstat. Het oude stadje telt enkele mooie huizen, Elzas style, en twee kerken die het vermelden waard zijn: de romaanse Sainte-Foy en de gotische Saint-Georges. Vooral die laatste is een bezoekje meer dan waard. Er klinkt treurige religieuze muziek. Aan het station zie ik in de verte de Vogezen, met als kers op de taart het majestueuze Château du Haut-Koenigsbourg.
De bus in, naar wijnstadje Ribeauvillé, veel toeristischer dan tussenstop Seléstat. De middeleeuwse vakwerkhuisjes zijn om het schattigst en de ooievaars verjagen er elkaar van de daken. Best amusant om te zien. Verder zijn er de 13e-eeuwse Metzgerturm en enkele mooie kerken. In de Grand'Rueheb ik een goed zicht op een heuvelflank met maar liefst drie middeleeuwse kastelen. Ze doen me wat denken aan de kasteelruïnes van de Rijn, tussen Koblenz en Mainz. Ik klim halfweg de heuvel op om een beter zicht te krijgen op het Château Saint-Ulriche. Hier, hoog boven Ribeauvillé, aan de rand van de Vogezen, kom ik helemaal tot rust. Ik schrijf een gedicht nabij een wijngaard, gebouw op de flank, en kijk voortdurend op naar de twee van de drie kastelen die van op deze plek zichtbaar zijn.
Dan zeg ik dit kleurrijke stadje en zijn gevederde inwoners vaarwel en reis ik naar Straatsburg, laatste Franse etappe van mijn reis. Aan het begin van m'n busrit passeren we een wei waar minstens twintig ooievaars hun acrobatentoeren uithalen. Best impressionant. Plots breekt de zon door de wolken en strelen de eerste stralen de donkergroene flanken van de ballons - de heuvels aan deze kant van de Vogezen. Knap zicht, zeker omdat het Château du Haut-Koenigsbourg duidelijk is te zien vanaf de expresweg. Niet veel later ben ik in Straatsburg en stap ik uit de gigantische 'platte bol' van het station. Het heeft iets futuristisch. Ik volg de rivier Ill en ga meteen naar Valentina's appartement, aan het Justitiepaleis.
Het is pas de dag erna dat ik Straatsburg echt bezoek. De Elzas is een opmerkelijke streek. De Alsaciens zijn het beu om Frans dan weer Duits te zijn. Ze zijn 'Alsacien'. Voilà tout. Heel wat straten en pleinen hebben dan ook twee namen. Zo is Place de la République ook de Kaiserplatz. Die laatste naam lijkt Duits, maar is eigenlijk het dialect van de Elzas. Het is hier trouwens dat mijn wandeling begint, tussen het Palais du Rhin en het theater. De Avenue de la Liberté leidt naar de monding van de Aar in de Ill en de Eglise Saint-Paul. Het is ook hier dat de Ill zelf afsplitst en enkele honderden meters verder weer samenkomt. Zo vormt de rivier de Grande-Ile, ofwel de binnenstad van Straatsburg. Ik bereik Place Saint-Etienne/Steffesplan en passeer het Lycée, een elegant gebouw met koepeltjes en torentjes. OP het plein zelf, aan een oude kerk, staat het standbeeld van de Meiselocker, die met een fluitje meesjes lokte, en herinnert een bordje aan La Main Noire, een eerste opstand van jongeren tegen de Duitse bezetting in 1940. De zeer jonge aanvoerder werd onthoofd.
Ik ga recht naar Place de la Cathédrale en wandel rond het enorme bouwwerk, versierd met honderden beelden. Het is zonder twijfel een van de meest indrukwekkende kathedralen die Europa rijk is. Op dit plein staat een van de mooiste huisjes van Straatsburg: Maison Kammerzell. Ik bezoek de kathedraal, waarvan de 142 meter hoge toren een viertal eeuwen lang de hoogste van alle christelijke kerken was. Eerst de trappen op, helemaal naar boven tot op het terras. Knap panorama, waarbij vooral het Palais des Rohan en, in de verte, het moderne Palais de l'Europe, met de Europese instellingen, opvallen. Natuurlijk ga ik ook binnenin een kijkje nemen. Wat een schitterend interieur! Al die beelden, die glas-in-loodramen, die kunstwerken. Achter de Pilier des Anges staat de astrologische klok een gigantisch en prachtig toonbeeld van precisie en vakmanschap. Het bevat mooi beschilderde beeldjes van engelen, apostelen, een haan, Christus, de Dood... - de hele thematiek van Jezus' laatste avond en van het Laatste Oordeel - er zijn schilderijen, torentjes, een wenteltrap... Om halfeen zet het een en ander zich in beweging. Zo defileren de apostelen voor Jezus, terwijl de haan drie keer de verloochening van de Messias door Petrus kraait.
Ook de rest van het eiland is de moeite. Zo zijn er enkele leuke pleintjes en marktjes, en de met bloemen getooide bruggetjes over de Ill, heel toeristisch allemaal. Ik volg de rivier aan de zuidkant van het eiland, voorbij het Palais des Rohan en het Käufküss, het voormalige douanegebouw. Voorbij de sluizen op de Ill ligt Petite France, vergelijkbaar met Petite Venise in Colmar, maar dan met witte huisjes in plaats van gekleurde. De vissershuisjes dateren van de 16e en de 17e eeuw en geven deze wijk een erg typerend karakter.
En alsof dat nog niet genoeg is, zijn er nog meer naar het westen de pont couverts - niet bepaald overdekt, al waren deze bruggen dat wel in de Middeleeuwen - met vier middeleeuwse toren en de dam die Vauban op de Ill liet bouwen. Van op die dam kan je uitkijken over die vier torens, met daarachter de grachten van Petite France en nog verder de Notre-Dame. Dit is dé foto van op de postkaartjes. Het plaatje klopt helemaal wanneer een zwanenkoppeltje met hun kuikens voorbij komt zwemmen. De hele namiddag kuier ik nog rond in de stad, en 's avonds maak ik een wandeling langs de Ill, heel het Grand'Ile rond. De historische gebouwen zijn mooi verlicht, vooral de Barrage Vauban. Aan de monding van de Aar ga ik in een zomerbar aan het water nog een panaché drinken en kruip ik in m'n pen, vervolgens in m'n bed.
Op m'n laatste volledige dag in Frankrijk vertrek ik naar de Europese wijk, aan het 'kruispunt' tussen de Ill en het kanaal dat de Rijn met de Marne verbindt. De glazen en stalen reuzen zijn de Europese Raad, het Europees Parlement en het Paleis van de Rechten van de Mens. Op een grasveldje aan de brug staan heel wat tentjes opgesteld met kartonnen borden en spandoeken waarop de ene beschuldiging aan het adres van de Europese Unie na de andere staat te lezen. Het Parc de l'Orangerie, iets verderop, is de woonst van heel wat ooievaars. Op de schoorstenen van het Pavillon Joséphine en in de bomen hebben ze hun nesten gebouwd.
Vervolgens ga ik in het natuurgebied Forêt de Robertsau wandelen, een uitgestrekt bos met vele vijvers en een rijke diversiteit aan fauna... en dus ook heel wat muggen... Ten oosten van het bos vormt de Rijn de grens tussen Frankrijk en Duitsland. In een bar te midden van het niemandsland van de Straatsburgse haven probeer ik de befaamde tarte flambée.
's Avonds ga ik met Valentina en twee vrienden naar de Mudd Club, waar jazzband Kamasuki optreedt. De ochtend brengt het vooruitzicht dat ik Joke eindelijk zal zien, maar haar trein vanuit Berlijn heeft vertraging en door vakbondsacties rijden er amper treinen in de Elzas. Heel vervelend, maar het stralende weer en de pittoreske binnenstad doen me gauw weer beter voelen. Ik bezoek nog de Eglise Saint-Pierre-le-Jeune en geniet van de bijzondere verzameling fresco's en de mooie kloostertuin. Vaak zijn de verborgen hoekjes de beste. Een oud vrouwtje vertelt me dat er zowel katholieken als protestanten naar deze kerk komen en dat zou al eeuwen het geval zijn, ook in minder tolerante tijden. Na nog enkele uren slenteren neem ik de trein naar Luxembourg, doorheen het aantrekkelijke Elzasland, tussen Zwarte Woud en Vogezen, steeds verder noordwestwaarts, en Joke zuidwestwaarts, met allebei slechts één doel: Luxembourg... en elkaar :-)

FIN

donderdag 20 juni 2013

La France 1-15 juni 2013 (2)


Deel 2: Van Côte-d'Or tot Franche-Comté

De heuvels en bergen van Rhône-Alpes ruil ik in voor het vlakkere Bourgondië. Mijn reis gaat van centraal-zuid-Frankrijk helemaal naar Antwerpen, en dit is de eerste keer dat ik een echte opmars maak naar het noorden. Dijon, bekend van de mosterd, ligt in de Côte-d'Or, ter hoogte van de Loirestreek en het noorden van Zwitserland. Nog een heel eind en een week tijd voor ik m'n vriendin Joke in Luxemburg ontmoet. Dijon is de stad van beeldhouwer François Rude en van componist Rameau. Wat de stad zo charmant maakt, zijn de vele schattige vakmanshuisjes. Ik ga van plein tot plein: Place Darcy met triomfboog Porte de Guillaume en het parkje met de ijsbeer van Pompon, het neoclassicistische Place de la Libération en het grote Palais des Etats, Place Grangier en haar handvol art nouveau gebouwen en als pareltje het kleine Place François Rude, dat een mooi geheel krijgt door de fontein, de carrousel en het zeer mooie vakmanshuis waar nu restaurant Au Moulin à Vent is gevestigd. Ook in de rest van het centrum vind ik heel wat van die oude huisjes. Niet ver van het Palais des Etats staat Eglise Saint-Michel, dat met een zeer knap uitgewerkt portaal kan pronken.
Na heel wat heen en weer lopen op de boulevards om een herberg te vinden, bereik ik Place de la République, aan de rand van de binnenstad. Ik verfris me aan de omvangrijke fontein. Iets verder vind ik het Hôtel Voguë en de opmerkelijke Eglise Notre-Dame. Mooie glas-in-loodramen binnenin maar het is de buitenkant die het kerkje zo bekend maakt. Van op de voorgevel kijken 80 figuren - personen, dieren, monsters - waarvan 50 waterspuwers op me neer. Ik ga er vlak onder staan en blijf een kwartier lang kijken naar het indrukwekkende effect, met risico op een stijve nek de dag erna. Een van de beelden aan de klokkentoren stelt de bekende Jacquemart, uit Kortrijk, voor en ook La Chouette, een piepklein beeldje van een uil aan de noordkant van de kerk, hoort tot de folklore van Dijon.
Ten zuiden van Place Grangier staan drie kerken vlak naast elkaar: de eerste is omgebouwd tot theater, de tweede stelt moderne kunst tentoon, de derde is de kathedraal, een gigantisch bouwwerk met veelkleurige dakpannen en een vroeg-middeleeuwse crypte. Deze laatste is een echte aanrader. Het zuilenwoud van de rotonde is indrukwekkend te noemen. De onderkant van Sint-Benignus' tombe bevindt zich aan de rand van dit kleine heiligdom. Een pareltje van de romaanse architectuur! In het westen van de stad stroomt het Canal de Bourgogne. Het begint aan het gezellige Port du Canal. Als je het een tijdje volgt, kom je uit op het Lac Kir, een oase van rust. Ik wandel het helemaal rond en plof neer op een bankje aan het strand. Wat een weertje. Acht uur 's avonds en het is nog steeds erg warm. Terug naar de stad. Op het Place Emile Zola verwijzen de namen van restaurants bijna allemaal naar werken van Zola. Ik bestel een pasta in La Pizz'Zola - pourquoi pas ?
De dag nadien, vrijdag, neem ik de trein, door het mooie Côte-d'Or landschap, naar Beaune. Ik volg de omwalling tot aan de Porte Saint-Nicolas en duik de binnenstad in. In een tuintje aan het belfort en de Notre-Dame staan verschillende beelden van Dali rond een verfrissend fonteintje. In de kerk zelf zijn enkele mooie fresco's en wandtapijten te bewonderen. Wanneer een begrafenisstoet onverwacht komt binnenvallen, verlaat ik discreet de kerk. Iets verder staat het voormalig hospitaal Hôtel-Dieu, door het echtpaar Nicolas Rolin en Guigone de Salins opgericht in 1440 om de armen beter te kunnen verzorgen. De binnenplaats is ronduit prachtig. De geel, groen, zwart en rood gekleurde dakpannen van het gebouw zijn heel typerend voor de streek. Ik wandel rond in deze laat-middeleeuwse parel, dat sinds de Revolutie Hospices de Beaune heet. Pronkstuk is de Salle des Pôvres, met daarachter de kapel. Hier staan, net als 600 jaar geleden, 30 bedden. De zieken werden hier zo goed mogelijk verzorgd, onder de wakende ogen van de groteske figuren op de in verschillende kleuren geschilderde steunbalken. De schilderijen van Isaac Moillon in de Salle Saint-Hugues stellen de wonderen van Christus voor. Ze nemen zowat alle muren en het volledige plafond in beslag. De zaal ernaast vertoont een maquette van het Hôtel-Dieu en enkele oude medische voorwerpen. In het midden van de zaal zie ik door een glazen vloer de Beauzaize stromen. Inderdaad, het hospitaal is gebouwd op een riviertje! De Salle Saint-Louis bevat enkele Vlaamse wandtapijten die de Parabel van de Verloren Zoon en het verhaal van Jacob en Esau vertellen. Achterin staat het schitterende schilderij Het Laatste Oordeel, door Vlaams schilder Rogier Van der Weijden, een van mijn favoriete schilders uit de Renaissance. Een leuk weetje is dat dit betoverende gebouw nog als decor heeft gediend voor La Grande Vadrouille, de populaire film met Louis de Funès.
Ik volg het heldere riviertje tot aan een park, waarachter een zeer mooi wijngaardlandschap zich uitstrekt. Je kent het plaatje wel: wijngaarden van elkaar gescheiden door bemoste muurtjes, tractors druk in de weer, schuurtjes, wijngaardslakken, hagedissen, bloemen en insecten in alle kleuren van de regenboog. Ik trek verder de beboste heuvels in. Het landschap is werkelijk om van te smullen. In de verte ligt het wijndorp Pommard, dat ik bereik na een flinke afdaling. Elk huis lijkt wel een wijnkelder te hebben, iedereen hier is viticulteur. Het is extreem warm en ik moet nog helemaal terug naar Beaune. Gelukkig vist een vriendelijke dame me halverwege de weg op. Terug in de jeugdherberg in Dijon drink ik nog wat biertjes met de Mexicaanse tekenaar Rodrigo en Patrick, een student uit Manchester. Geen idee welke nationaliteit het bier had - Frans of Duits. Niet Belgisch. En dat zegt genoeg. Maar uitstekend gezelschap voor m'n laatste avond in Bourgondië!
De spoorwegen brengen me de volgende dag naar Besançon, in het hartje van de oostelijke regio Franche-Comté, te midden van het Juragebergte. De geboortestad van Victor Hugo is gezellig, maar momenteel helaas één grote werf. Het ligt in een bocht van de rivier Doubs, Boucle du Doubs genaamd. Mooi zicht op de vele oude universiteitsgebouwen aan de Quai Vauban. Ik bezoek de Madeleinekerk in de wijk Battant en stap tot aan La City en een gebouw dat lijkt op een in stukken verdeelde taart. Dit is de zakenbuurt van Besançon. Wanneer ik de Doubs oversteek, zie ik in de verte de citadel van Vauban liggen, die ik later op de dag zal bezoeken. De binnenstad telt heel wat universiteitsgebouwen, waarvan enkele voormalige kloosters zijn.
Op Place de la Révolution vind ik een marktje en een fontein maar erg speciaal is het allemaal niet. Gezelliger is Place du 8 Septembre, met onder meer het stadhuis, de Eglise Saint-Pierre en een carrousel in het thema van Victor Hugo. De schrijver heeft een beeld aan het 15e-eeuwse Palais Granvelle, niet ver van het Théâtre du Grand-Kursaal. Iets verder de heuvel op tref ik Square Castan aan en z'n zeer interessante overblijfselen uit de Romeinse stad Vesontio, waaronder enkele nog rechtopstaande zuilen, en de Porte Noire, een witte - niet zwarte - antieke poort opgericht in 175 ter ere van Marcus Aurelius. De talloze beelden waarmee het is versierd, zijn door Vadertje Tijd sterk vervlakt. Achter dit Romeinse monument rijst de mooie gekleurde toren van de kathedraal. Ook het interieur mag er zijn!
Ik klim de heuvel op tot aan de citadel. Dit meesterwerk van Vauban is een complex van torens, omwallingen, kazernes... en herbergt enkele musea en zelfs een zoo. Wanneer ik op de omwallingen kuier, heb ik een zeer mooi panorama op de rode stad Besançon, de Doubs en twee andere forten: Fort de Chaudanne en Fort de Bregille. Het Musée de la Résistance et de la Déportation toont door middel van schrijnende uitvergrote foto's en propaganda hoe ver de fascistische waanzin werd gedreven, met als thema's onder meer het Frankrijk van Pétain, de deportaties, de waanzinnige martelingen, de gestoorde medische experimenten... De foto's en citaten doen m'n maag omkeren. Kinderen zijn niet toegelaten in dit museum en dat is eigenlijk terecht. Zwaar onderwerp, vreselijke periode. Het volkskundemuseum van de Franche-Comté is lichter verteerbaar en toont hoe de Comtois vroeger leefden. Voor de kinderen is er ook een museumpje over UNESCO. Het regent voor het eerst tijdens m'n reis. De stortbui maakt het afdalen er niet gemakkelijker op. Ik beland aan de stadspoort Porte Rivotte en steek de Doubs weer over, waarna ik op m'n gemak de rivier volg. Mooi. Zelfs na een regenbui. Het parkje dat naar het station leidt, loopt langs enkele middeleeuwse torens en komt uit op een plein met oorlogsmonumenten. Sandrine en haar gastvrije gezin pikken me op aan het station en rijden me naar Serre-les-Sapins, het dorpje waar m'n gastgezin voor dit weekend woont.
Sandrine brengt me de volgende dag naar de Basilique Saint-Ferjeux. Op bussen moet je hier niet rekenen. Indrukwekkend bouwwerk uit de 19e eeuw maar helaas gesloten. Ik begeef me naar het centrum, langs de Doubs, en bezoek het Musée des Beaux Arts et de l'Archéologie. Ik bewonder schilderijen van onder meer Monet, Matisse, Jordaens, Courbet, Ingres en Rubens en een typisch zwart beeld van Rodin. Ook de zeer mooi geverfde Egyptische sarcofagen en de opgravingen uit Vesontio zijn een blikvanger. Er moet iets in het rioolwater hebben gezeten op het einde van de Grande-Rue, nu Place Victor Hugo, vlakbij Square Castan. Zowel Romantische schrijvers Victor Hugo en Charles Nodier als de broertjes Lumière, uitvinders van de film, zijn hier geboren. Hugo verhuisde al snel naar Parijs en is, ook in ballingschap, altijd Parisien in hart en nieren geweest, eerder dan Besontin. Zijn geboortehuis opent pas in september zijn deuren als museum, maar voor zij die niet kunnen wachten is er natuurlijk het museum op Place des Vosges in Parijs. "Je condamne l'esclavage, je chasse la misère, j'enseigne l'ignorance, je traite la maladie, j'éclaire la nuit, je hais la haine..." Dat staat er te lezen op een tweede standbeeld van deze voorvechter van de mensenrechten, op de Esplanada des Droits de l'Homme, niet ver van de Chapelle Notre-Dame-du-Refuge, met haar prachtige koepel, in een mozaïek van vele kleuren.
Ik doe het rustig aan vandaag en kuier afwezig langs de vele kerken, kloosters, abdijen, pleinen en fonteinen die deze stad rijk is. Ik ga nog de astrologische klok bezoeken in de kathedraal. Het is een knap staaltje van 19e-eeuws technisch vernuft. Klokslag drie uur veranderen enkele beelden van plaats. Ik bol uit langs de rivier, aan de versterkte stadsmuren van de Gare d'Eau. Zeer prettig om hier te wandelen - of beter, te strompelen, met al die blaren op m'n voetzolen - en het zicht op de citadel is zeer de moeite. Ik keer terug naar de Place de la Révolution, waar ik heb afgesproken met Patrick en zijn vriendin Josie, die vier maanden in Besançon heeft gestudeerd en binnen enkele dagen met Patrick, die haar komt opzoeken, samen weer naar Manchester zal reizen. We drinken bier in twee verschillende café's, aan elke kant van de Doubs, waarna we weer afscheid nemen.


Het laatste deel van deze reis gaat over de Elzas.

dinsdag 18 juni 2013

La France 1-15 juni 2013 (1)


Deel 1: Van Auvergne tot Alpen

La France. Samen met Italië mijn favoriete bestemming, zeg maar. Ik kom er vaak, voor een dag of twee, of voor een viertal dagen, en ik heb al heel wat verschillende streken gezien. Nu is de tijd rijp voor een intiemere band met dit land. Twee weken lang in het uiterste oosten, tegen Zwitserland en Duitsland, van de Alpen tot de Elzas. Maar eerst vlieg ik naar het charmante vulkanische niemandsland van de Auvergne.
Eens geland op het vliegveld van Clermont-Ferrand, groet de massieve vulkaan Puy-de-Dôme me al in de verte. Het is een uurtje wandelen tot het centrum en mijn eigenlijke wandeling begint dan ook aan de Basilique Notre-Dame-du-Port, een indrukwekkend bouwwerk, maar het interieur van dit heiligdom is eerder sober te noemen, op de veelkleurige glas-in-loodramen na. Ik daal af in de crypte, waar je de eeuwen kan ruiken. De verlaten smalle straatjes aan de voet van de basiliek brengen me naar Square Pascal en de monumentale fontein van Amboise. Hier heb ik een mooi zicht op de rest van de stad en de omliggende heuvels, de vulkaan incluis. Boven de daken komt de gitzwarte kathedraal piepen, mijn volgende stop. Binnenin deze parel van de Franse gotiek vergaap ik me aan de prachtige schilderijen, fresco's en andere kunstschatten. Een smalle spiraaltrap brengt me tot helemaal bovenin de klokkentoren, op een terras vlak boven de waterspuwers. Op het dak van de kathedraal tuurt Maria met kindje Jezus naar de rest van de streek. Tussen de twee identieke torens doemt de 1500 hoge dromedarisbult van de Puy-de-Dôme weer op. Een valk duikt weg in zijn nest in de rechtertoren. Ik daal de trap weer af en zet mijn weg verder in dit gezellige maar bescheiden stadje.
Meer naar het westen is er nog Place de Jaude, een typisch Frans plein met als centrale punt het standbeeld van Vercingetorix. Ten zuiden van Place de Jaude is er een moderne studentenwijk, met de wandelboulevard Mail d'Allagnat, waar de bars de namen dragen van Franse schrijvers. Ik volg de boulevard en kom tot rust in Jardin Lecoq, waar jong en oud een luie zaterdagnamiddag doorbrengen te midden van een weelde van flora en aan een pittoreske eendenvijver. Het standbeeld van een naakt badende vrouw laat weinig aan de verbeelding over. Haar gevederde minnaar, een woerd, wijkt niet. Ik keer terug naar het centrum en kuier nog wat rond in de zonovergoten stad. Na al die dagen van regen zijn de Auvergnats blij met dit relatief warme weer. De terrasjes zitten vol. Clermont-Ferrand is een gezellig stadje met interessant cultureel erfgoed dat teruggaat tot de Middeleeuwen en de Romeinse tijd. Ideaal om hier mijn reis te beginnen. Niets al te spectaculairs of wereldschokkend moois, gewoon een mooie Franse provinciestad omgeven door groene heuvels, of beter, slapende vulkanen.
Mijn gastvrouw Megan woont in een gezellige HLM-wijk in het zuiden van de stad. Te midden van veel groen en woningen in pastelkleuren vind ik haar appartement. Ik krijg meteen een Grimbergen en daarna rijden we samen met een vriendin de heuvels in. Een magnifiek landschap ontvouwt zich wanneer we het Plateau de Gergovie beklimmen. We passeren het middeleeuwse Château d'Opme. Bovenop het plateau, ooit het slagveld tussen Vercingetorix' mannen en de Romeinen, staat een indrukwekkend monument ter ere van deze gebeurtenis. De plek heeft iets majestueus, zeker nu het begint te schemeren. Een kudde schapen blaat in de verte, verder horen we enkel de wind, die vrij spel heeft op deze hoogte, en de krekels.
We wandelen wat over het plateau, langs een smal rotsweggetje, en genieten van de zonsondergang, die de door de vulkanen gegolfde horizon roze kleurt. Langzaam gaan alle lichtjes van Clermont-Ferrand aan, dat diep beneden in het dal ligt. De zonsondergang op de Stromboli-toppen is adembenemend... Een vleermuis vergezelt ons op de terugweg, en plots springt er iemand met een luide kreet uit het donkere struikgewas. Beide vrouwen gillen. Het is een van hun vrienden, die ons was tegemoet gekomen. De grapjas. Met beide auto's rijden we naar voorstad Chamalières, waar we op een verbazingwekkend vuurwerk worden getrakteerd. Dan is het te voet naar de Mail d'Allagnat, waar we samen met de rest van hun kliekje nog iets gaan drinken in Le Rimbaud. Als eerste dag kon dat tellen!
De dag nadien neem ik de bus naar het bezoekerscentrum van Puy-de-Dôme, die van op die plek nog hoger lijkt. En die reus moet ik nu beklimmen! Na een capuccino begin ik eraan, eerst door halfverlaten bossen naar de Col de Ceyssat - met als enige metgezel een hert dat zo subtiel mogelijk probeert weg te vluchten - vervolgens recht naar boven de kolos op, via de Chemin des Muletiers. Het uitzicht is adembenemend: overal afwisselend licht- en donkergroen beboste heuvels, af en toe aan het oog onttrokken door een vastberaden mistgordijn.
De klim is moeilijk, maar uiteindelijk bereik ik de top, met de karakteristieke televisietoren. Jammer dat de mist het eerste halfuur in die mate met het panorama speelt dat er maar weinig van te zien is. Gelukkig wordt het daarna beter. Het panorama van de Chaîne des Puys is ronduit schitterend. De meest in het oog springende vulkanen die je van hier kan zien zijn Puy de Côme, les Suchets, Puy Chopine, Puy de la Nugère en Puy des Goules. Nog verder dan de Strombolitoppen zie ik de besneeuwde bergtoppen van het Centraal Massief. 
Clermont-Ferrand ligt in het dal, en de twee ezelsoren die ik van hier kan zien, is natuurlijk de kathedraal. Ik lunch in het bezoekerspaviljoen en begin aan de afdaling. De noordflank van deze Schone Slaapster is mooier, met een afwisselend natuurlandschap. Dit is het 'vulkanenpark', dat zich zeer ver uitstrekt. Het laatste stuk van de wandeling is iets saaier, gewoon een padje door het bos, maar het brengt me wel tot aan de bushalte.
De pendelbus passeert het spastadje Royat, met haar historische Eglise Saint-Léger. Voor ik bij Megans huisgenootjes ga dineren, bezoek ik nog even het middeleeuwse stadje Montferrand, dat kan uitpakken met een monumentale kerk en schattige vakwerkhuisjes, dat allemaal op een steenworp van Clermont-Ferrand.
Een interregionale trein brengt me de dag nadien naar de Rhônestreek. Lyon is net als Parijs een hutsepot van statische 19e-eeuwse gebouwen, middeleeuwse monumenten en moderne architectuur. Het is warm en ik voel me nu echt in het zuiden. Ik wandel van de zakenwijk Part-Dieu, met de toren die wat op een krijtje lijkt, naar het eerste arrondissement. Nog voor ik de Pont Lafayette oversteek naar het 'eiland' tussen Rhône en Saône merk ik de basiliek en de metalen toren op de Fourvièreheuvel op. Indrukwekkende herkenningspunten van de stad. Ik steek de Rhône over en geniet van het zicht op de vele bruggen en de bijna appelblauwzeegroene rivier. Centraal gelegen is Place des Terreaux, met als trofee een indrukwekkende fontein van steigerende paarden. Ook het stadhuis mag er zijn. Het is rijkelijk versierd met beelden en de minikoepel geeft het een wat komisch zicht. Verder is het typisch Frans en zeer geslaagd. Ook het Museum voor Schone Kunsten vind je terug op Place des Terreaux. Ik kuier rond in de binnentuin, waar schoolkinderen afkoelen tussen de sculpturen. Achter het stadhuis ligt Place Louis-Pradel, een gezellig plein met verschillende beelden, heel wat trapjes, een moderne fontein en het best lelijke operagebouw.
Vervolgens beklim ik de trappen van de Colline de la Croix-Rousse, dat een prachtig vergezicht biedt op de stad en op de Colline de Fourvière, met de basiliek en de op de Eiffeltoren lijkende metalen constructie ernaast, in het bijzonder. Ook van op Place Rouville heb ik een mooi panorama. Ik daal verder de heuvel af, naar de Saône. In een van de gezellige straatjes aan de oever vind ik een bibliotheek met op de façade een zeer knappe 'literaire' muurschildering. Zo heeft Lyon er wel meer.
Ik passeer de Eglise Saint-Nizier en beland in het culinaire straatje Rue Mercière, waar een gedenkplaat herinnert aan Etienne Dolet, een man naar mijn hart. Zijn humanistische en vrijdenkende geest kwam hem duur te staan. Hij werd levend verbrand. Via Place des Jacobins en Rue Emile Zola kom ik uit op het grote centrale plein Place Bellecour, met in het midden een ruitersstandbeeld ter ere van Lodewijk XIV, de man die het Franse volk van de ene oorlog in de andere stortte, in plaats van het te voeden. Van op de oever van de Saône kijk ik uit op de Fourvièreheuvel, aan de voet waarvan twee kerken zijn gebouwd: Saint-Georges en Saint-Jean. Ik steek de brug over naar het deel van het vijfde arrondissement dat Vieux-Lyon heet en bezoek ze allebei. De imposante Cathédrale Saint-Jean staat op een pittoresk plein. Binnenin worden op een groot doek knappe beelden van Lyon en de kathedraal geprojecteerd. Zoiets heb ik nog nooit gezien in een kerk. Ook de antieke klok in een zijkapel naast het altaar mag er zijn. Naast de kathedraal stuit ik op de ruïnes van een oudere kerk. De helling van Fourvière beklimmen kost me liters zweet maar de moeite loont, want het panorama is verbluffend. De rood-witte stad strekt zich helemaal voor me uit, met de Tour Part-Dieu als hoogste herkenningspunt. 
De Basilique Notre-Dame de Fourvière is versierd met zeer knappe religieuze beelden, maar het is vooral het interieur dat het'm doet. Het geheel van glas-in-loodramen, muurschildering, fresco's, sculpturen en vergulde versieringen is gewoonweg adembenemend... Op een van de fresco's zijn verschillende Franse kathedralen en basilieken herkenbaar. Leuk voor de Frankrijkkenner! Een verdieping lager is nog een iets kleinere en meer sobere gebedsruimte, en er zijn ook nog eens heel wat aparte kapellen. Iets verderop rijst de metalen toren als een Tour Eiffel in het klein. Deze fallus is door ene heer Gay laten bouwen. Een lange aaneenschakeling van trapjes brengen me naar de gezellige benedenstad van Vieux-Lyon, met de typische pleintjes, souvenirswinkeltjes en restaurants. Heel deze wijk staat op de lijst van UNESCO Werelderfgoed en dat is niet meer dan terecht. Bezienswaardig zijn nog een oude wisseltempel en de Tour Rose.
Terug iets de helling op is er de jeugdherberg, waar ik deze nacht zal verblijven. Op het terras - the view! - zit een Australiër Grimbergens te hijsen. Guy heeft zes jaar in China gewoond en zwerft nu wat rond in Europa. Met zijn best goed niveau van Chinees maakt hij indruk op een Chinese toeriste. Ik neem afscheid en volg een antieke kasseiweg naar de ruïnes van twee Gallo-Romeinse theaters, hoog de heuvel op. Er wordt net een podium gebouwd voor een meerdaags festival, waar heel wat klassieke concerten zullen plaatsvinden maar ook bands als Woodkid komen optreden. Ik ga eten in een typisch restaurant van de streek, een echte bouchon, en wil daarna een Grimbergen gaan drinken op het terras van de jeugdherberg, wanneer ik Guy tegenkom, vergezeld van een Amerikaanse vrouw genaamd Montse. We gaan naar het eerste arrondissement, naar een Couchsurf meeting in een Spaanse bar. Jammer dat het bier er ofwel Duits ofwel Spaans is, maar de excentrieke Australiër zorgt wel voor een onvergetelijke conversatie waarin hij zichzelf steeds probeert te bewijzen naar ons toe. Op een gegeven moment gaat hij op zijn kruk staan en spreekt hij de omzittenden op het terras aan in het slechtste Frans ooit. Hij wil weten wie er in de politiek van Frankrijk geïnteresseerd is, maar niemand verstaat hem. Hilarisch. We ontmoeten nog enkele reizigers van over de hele wereld, waarna Montse en ik weer naar de jeugdherberg gaan. Het zicht op de heuvel is zeer mooi. Zowel de basiliek als de televisietoren zijn verlicht. Op het terras drink ik dan eindelijk mijn Grimbergen en geraak ik in gesprek met iemand uit Besançon, waar ik later op de week zal vertoeven. Ik werp m'n blik nog een keer op de verlichte stad en ga ook maar eens slapen.
Dag vier al, de tijd vliegt. In de voormiddag volg ik de Saône zuidwaarts naar de wijk La Confluence, waar beide rivieren samenkomen. Daarna doe ik een korte toer door de binnenstad. Zo passeer ik het Hôtel-Dieu, een uit de kluiten gewassen voormalig hospitaal, waar Rabelais als dokter werkte. Ik neem de metro naar het Parc de la Tête d'Or, een groene oase met serres, een meer en het Plaine africaine, een heuse zoo met onder meer apen, flamingo's, pelikanen, stekelvarkens, krokodillen, luipaarden, olifanten en giraffen.
Ik bereik de Rhône en steek die over naar het rustige dorp Caluire-et-Cuire, dat ik helemaal door moet om uiteindelijk op de Saône te botsen. Middenin de rivier ligt het groene Ile Barbe, met een bescheiden oude abdij en een schattig kerkje. De rest van de namiddag maak ik een lange stadswandeling, maar rustig aan. De Colline de Fourvière heeft echt iets Italiaans met al haar weggetjes langs stenen muurtjes en cypressen, en de benedenstad Vieux-Lyon telt enkele goed verborgen binnenplaatjes en doorgangen tussen de oude huisjes. Ik begin echt van deze authentieke wijk te houden. Net als gisteren ga ik in een van de typische bouchons eten, maar deze keer aan de andere kant van de Saône, in de Rue Mercière, en in gezelschap van Montse. En of het vlees weer overheerlijk is. Lyon is niet voor niets de culinaire hoofdstad van Frankrijk. Samen met Céline, m'n nieuwe gastvrouw, bestel ik nog een biertje op de oever van de Saône, met zicht op Fourvière. Aah, c'est la vie...
De volgende dag neem ik de trein richting Alpen. Aangekomen in Grenoble, begin ik meteen aan een serieuze klim, de versterkte rots La Bastille op. Trappen, zandweggetjes en uit stenen gehouwen treden voeren me naar boven, langs verschillende fortruïnes en in een mooi natuurlandschap. Het uitzicht op de besneeuwde bergtoppen van de Alpen, het Massief van Vercors en het Massief van Belledonne is subliem. De puntige toppen van de Vercors zijn heel typerend. De Isère kronkelt door de stad van Stendhal. Hoog boven het fort zweven verschillende parachutes. Jep, ik ben in de Alpen. Zelfs op deze hoogte is het warm genoeg om in bloot bovenlijf te zonnen. En met zo'n panorama heb je weinig zin om je ogen te sluiten!
De versterkingen op deze rots werden aangebracht door graaf Lesdiguières, maar natuurlijk had ook superman Vauban, onder Lodewijk XIV, in de pap te brokken. Het was generaal Haxo die Vaubans plan voor de versteviging van de Bastille 150 jaar later verderzette. De bergen die je van op het hoogste punt van de donjon kan zien, zijn tot 3000 m hoog. De meest opmerkelijke zijn de Chamechaude, de Mont Saint-Eynard, le Grand Colon, l'Obiou en de hoogste berg van Europa, met een hoogte van 4807 m, de Mont Blanc, moeilijk zichtbaar door de wolken. Ik geraak aan de praat met een Nederlandse vrouw die vrijdag de Alpe d'Huez zal beklimmen voor het goede doel. Ik wens haar veel succes.
Ik neem de téléphérique, vier vliegende bollen van professor Gobelijn, naar de benedenstad. Eerste halte is Place Saint-André, met het sierlijke Palais du Parlement du Dauphiné en een standbeeld van Bayard, ridder zonder vrees, die begraven ligt in de Collégiale Saint-André. Naast de kerk kan je iets drinken in een van de oudste café's van Frankrijk, waar schrijvers als Rousseau, Laclos en Stendhal wel eens kwamen pintelieren. Het Café de la Table Ronde dateert dan ook van 1739. Ik begin mijn Stendhalwandeling aan de Halles Sainte-Claire, waar vroeger een klooster stond, en neem de Rue Jean-Jacques Rousseau. Meteen bots ik op het huis waar Rousseau in de zomer van 1768 toevlucht nam toen het hem in Parijs eventjes te heet werd. Verder in de straat staat het geboortehuis van Stendhal. De jonge Henri Beyle onderging er een strenge opvoeding na het overlijden van zijn moeder. Zijn grootvader ontfermde zich over de zevenjarige stakkerd. Het is ook in dit appartement dat Henri begon te schrijven. Het kijkt uit op de Jardin de Ville, waar een monument is opgedragen aan de schrijver van Le Rouge et le Noir.
De bekende treille van Stendhal en het terras met exotische planten van zijn geliefde grootvader dokter Gagnon keken op dit plein uit. De wandeling gaat dwars door het reeds gekende Place Saint-André. Voor Julien Sorel uit Le Rouge et le Noir, meesterwerk van de Franse Romantiek, liet Stendhal zich inspireren door Berthet, die hier op het justitiepaleis werkte. Enkele tientallen meters verder, in de Rue Chenoise nummer 18, woonde Victorine Bigillion, waar de schrijver tot over zijn oren verliefd op was. De straat mondt uit op de Place Notre-Dame, waar de sobere kathedraal van Grenoble staat, met vlak ernaast de Eglise Saint-Hugues, waar de jonge Stendhal met bloedend hart de begrafenis van zijn moeder bijwoonde. Ik ben helemaal alleen in de rustgevende kerk en probeer me voor te stellen hoe de jongen met krop in de keel zag hoe de kist van zijn moeder naar het altaar werd gebracht. 
Verder naar Place de Verdun, iets te stijf naar mijn smaak maar met een goed zicht op La Bastille. In Parc Paul Mistral komen heel wat mensen van het stralende weer genieten. Ik zet me neer op een bankje tussen het spuuglelijke stadhuis en de merkwaardige Tour Perret en slenter vervolgens nog wat rond in de binnenstad, van de slaperige Place Victor Hugo tot de Rue Raoul Blanchard, waar aan weerszijden een gebouw staat dat met Stendhal heeft te maken: het Maison Neuve dat vader Chérubin Beyle had laten bouwen en het voormalige Jezuïetencollege, waar Stendhal drie jaar naar school is geweest. Het college draagt nu zijn schrijversnaam. De mooiste wijk van Grenoble is die waar de snel stromende Isère de heuvel passeert. Op deze kant van La Bastille staat een voormalig klooster, tussen cypressen, trappen, steegjes - erg Italiaans eigenlijk. Van hier ook weer een mooi zicht op de stad en de bergen. Terug in Lyon ga ik nog iets drinken met Céline en enkele van haar vrienden, op de heuvel van Croix-Rousse. Eerst passeer ik de nog de Fresque des Lyonnais, een groot fresco op twee gevels van een huis, met heel wat bekende Lyonnais, zoals de gebroeders Lumière, die eigenlijk in Besançon zijn geboren, en Saint-Exupéry, piloot en schrijver van Le Petit Prince.

In volgende delen: Dijon, Beaune, Besançon, Colmar, Straatsburg...