dinsdag 31 mei 2016

Edinburgh & Glasgow 27-30 mei 2016

Edinburgh!!! Leith Will Never Die

Na een bewogen vlucht vol dronken Waalse rugbyfans die de boel op stelten zetten en de stewardessen horendol maken, landt het toestel in Edinburgh, de Schotse hoofdstad, het Athene van het Noorden, gekluisterd tussen mistige heuvels en de kille Noordzee. Een Britse stad op vrijdagavond. Hoe lang was dat niet geleden? Let's get wild.
De dubbeldekbus die me naar het centrum rijdt, spuwt me uit op de drukke Princes Street. Het zicht op Edinburgh Castle is indrukwekkend. Princes Street Garden is een knappe tuin in het dal tussen Old en New Town, bezaaid met beelden. Ik steek de brug over aan de National Gallery, een van de vele musea in Griekse stijl, en wandel naar Old Town. Via de schattige doorgang Milne's Court bereik ik Lawn Market, waar de Royal Mile begint, een aaneenschakeling van wandelstraten. Hier staat The Hub, de hoogste kerktoren van Edinburgh, nu omgevormd tot een kunstcentrum. Verschillende 'closes' komen uit op de Mile. Het zijn doorgangen die naar oude binnenplaatsen leiden. Zo is er het woonhuis van de Schotse dichter Robert Burns. Op Parliament Square groet het beeld van de econoom Adam Smith me. Het staat naast de interessante Saint Giles Cathedral, die ik morgen zal bezoeken. Een andere opmerkelijke kerk is Canongate Kirk, waar ik over het kerkhof slenter. In de verte steken de monumenten van Regent Gardens in New Town tegen de horizon af.
Ik ontmoet mijn Spaanse gastvrouw Rocio aan het beeld van het beroemde hondje Bobby, en samen met haar Franse vrienden starten we een kroegentocht aan Grassmarket. Eerst een bodem leggen met fish & chips, vervolgens de kelen open trekken voor het Schotse bier, dat we rijkelijk laten vloeien. De pubs sluiten hier vroeg, dus rond halftwee zakken we al af naar Southside, waar ik overnacht, niet ver van de legendarische vulkaan Arthur's Seat.
's Morgens keer ik terug naar de Royal Mile. Naast het kerkhofje van gisteren liggen het charmante Dunbar's Close Garden en het huis van Adam Smith. Iets verderop vergaap ik me aan het modernste parlement van Europa. Holyrood Parliament werd ontworpen door de architect Enric Miralles, en het resultaat is van een verbluffende originaliteit! In 1997 toonde het resultaat van een referendum aan dat de tijd rijp was voor een Schots parlement, als belangrijke stap van de 'devolution', een proces dat in gang werd gezet door Tony Blair, bedoeld om de Scottish National Party te paaien, maar die hebben het als springplank gebruikt om hun separatistische programma door te drukken. Het meest recente referendum spreekt dan ook boekdelen over welke richting Schotland zou willen uitgaan, al gaat lang niet iedereen daarmee akkoord, en het debat is heftig, net als bij de Brexit. Het is het eerste parlement sinds Schotland bij Groot-Brittannië ging horen in 1707. Ertegenover liggen het Palace of Holyroodhouse, de residentie van de koningin, en de romantische ruïne van Holyrood Abbey. In het oosten ligt Arthur Seat, als een ronkend reptiel. Die is voor later.
Voorbij Calton Hill nu, met de National Monument, Nelson's Monument en het Observatory. Ik neem Leith Walk, een walhalla voor hipsters, met een indrukwekkend aantal koffiebars en barbiers. Dit is de biotoop van Spud, Rent Boy, The Beggar en Sick Boy zoals we die kennen van Irvine Welsh' romans Trainspotting en Porno, en van de film door Danny Boyle (momenteel wordt ook de opvolger van Trainspotting verfilmd!). Aan Leith Links staan de Banana Flats, waar enkele junkies uit het verhaal vertoeven. Iets verderop bewonder ik een knappe muurschildering die meer uitleg geeft over de sociale strijd in Leith. Het haventje Leith Docks aan Water of Leith is pittoresk, met enkele bootjes, een vuurtoren, wachttorens, en eidereenden en zwanen die net als ik van de zon genieten. Een bankje aan de Royal Navy Memorial is de ideale plek om wat in mijn reislectuur A Decent Ride te lezen, die avonturen van Juice Terry volgen, een van de personages in Porno. Aangemeerd aan het winkelcentrum Ocean Terminal ligt de Royal Brittania, 'het drijvende paleis' van de Queen.
New Town werd ontworpen door de jonge architect James Craig, die hiervoor in 1767 het groen licht kreeg. De Scottish National Portrait Gallery is gehuisvest in een indrukwekkend victoriaans-gotisch paleis. In St. Andrew Square Garden prijkt het standbeeld van Henry Duncas op de zuil van het Melville Monument. Het gotische monument voor Sir Walter Scott, schrijver van Roy Roy en Ivanhoe, en ontzettend belangrijk voor de Schotse cultuur en identiteit, is het hoogste schrijversmonument ter wereld. Vanop de North Bridge krijg ik een mooi overzicht over Old Town, Princes Street Garden, de musea, Calton Hill etc.
Ik bezoek de erg oude Saint Giles Cathedral, met opvallend glas-in-lood en natuurstenen gewelven. Het pronkstukje is de prachtige verrassende Thistle Chapel, met een plafond als een Atomium tot in de zoveelste macht. Elke orderidder heeft zijn eigen stoel met embleem: een leeuwtje, een luipaard, een scholekster, een wereldbol met regenboog... Via een doorgang onder Lady Stair's House volg ik de citaten van Schotse schrijvers in de stenen naar het 17e-eeuwse huisje dat The Writer's Museum herbergt. Veel foto's, eerste uitgaves, manuscripten en persoonlijke spullen van Robert Louis Stevenson, Robert Burns en Walter Scott (van deze laatste een schaakbord, hobbelpaard, pijp...). Er is ook een nagebouwde drukkerij, en in het salon hangt een mooi wandtapijt met de silhouetten van deze drie schrijvers. In het gastenboek schrijft iemand dat het jammer is dat J.K. Rowling, als grootste Schotse schrijfster, niet aan bod komt. Die heeft het duidelijk niet begrepen...
Een hoogtepunt van een compleet andere orde is Camera Obscura. De ruimte bestaat uit verschillende verdiepingen met wel honderden waanzinnige installaties met optische illusies. Zo is er de angstaanjagende vortex tunnel in Bewilderworld, en het psychedelische spiegelpaleis, waar je hopeloos verdwaalt. In Light Fantastic ontvouwen tientallen optische illusies zich, sommige best angstaanjagend, zoals het monster van Frankenstein, een dinosaurus, een gigantische spin... Er zijn ook replica's van schetsen van Escher en schilderijen van Archimboldo. En dan zijn er nog de vele optische spiegels natuurlijk. Als kers op de taart is er de Camera Obscura zelf, helemaal bovenin het gebouw. Het is een donkere kamer waarin een eenvoudige houten witte tafel de reflectie van een klein spiegeltje van een periscoop ontvangt. Hiermee kan je min of meer heel Edinburgh bespioneren, door in te zoomen op bepaalde voorbijgangers op Castle Hill, of ze zelfs te 'verpletteren' door op de witte tafel te slaan. Je kan je urenlang overgeven aan geometrisch en optisch bedrog. Dit is een absolute aanrader voor jong en oud!
Edinburgh Castle is op een uitgedoofde vulkaan gebouwd. Saint Margaret's Chapel is het oudste gebouw van Edinburgh en een van de oudste kerkjes van Schotland. Het dateert uit de tijd van de Noormannen. Ertegenover staat Mons Meg, een gigantisch middeleeuws kanon, en iets naar beneden liggen de graven van legerhonden op het hondenkerkhofje. Indrukwekkend is de Scottish National War Memorial, een omvangrijk eerbetoon aan oorlogsslachtoffers uit de twee wereldoorlogen. Ook de Great Hall en de koninklijke vertrekken mag je niet links laten liggen bij een bezoek aan het kasteel. In een van de kamers werd James VI van Schotland (beter gekend als koning James I, want later was heel het eiland van hem) geboren. In The Honors of the Kingdom toont een knappe tentoonstelling met poppen de geschiedenis van de Schotse (en Britse) monarchie, met als belangrijke spelers Robert the Bruce, Mary Stuart, James VI... Een vitrine pronkt met de kroon, degen, koningsstaf en ook de Stone of Destiny. In een reconstructie van gevangeniscellen leer ik hoe de Prisoners of War leefden en wat ze als souvenir achterlieten.
Het is stralend weer. De Royal Mile en Grassmarket vullen zich met toeristen en straatmuzikanten. De doedelzak klinkt overal. Ik begin een erg aangename wandeling langs Water of Leith, niet ver van Charlotte Square in New Town, en die gaat van de imposante Dean Bridge (ooit een van de hoogste bruggen ter wereld) tot in Leith. Ik volg het vrolijk kabbelende riviertje in een groen, schilderachtig, authentiek landschap. Wanneer ik iets voor Stockbridge naar de oever afdaal, ontmoet ik Peach, een intrigerende Schotse kunstenares die, te midden van al deze rust, artistieke foto's neemt. Ze is ook beelden kunstenaar, actrice, muzikant en dichteres, en al gauw praten we honderduit over zowat alles wat met kunst heeft te maken. Op Princes Street nemen we afscheid en ik keer terug naar Old Town. Daar ligt The Elephant House, het café waar J.K. Rowling heel wat uren doorbracht tijdens het schrijfproces voor de romans van Harry Potter. In dezelfde straat is er een griezelige muziektempel in het thema van het monster van Frankenstein. Heel inspirerend is het pittoreske kerkhof van Greyfriars, waar het hondje Bobby en zijn baasje liggen begraven. Een bekende scène uit Harry Potter werd aan een van de graftomben gefilmd. Een aanrader om hier in de vroege avondzon rond te kuieren, in een spirituele bui, op zoek naar stukje van jezelf dat je nooit zult vinden. Erachter ligt het pompeuze paleis van Heriot's School, een inspiratiebron voor J.K. Rowling.
Rond halfnegen is het nog steeds mooi weer, en Edinburgh begint wat tipsy te worden. De sfeer op Grassmarket is uitgelaten. Zelfs nu het stevig is afgekoeld lopen er nog verschillende mannen in kilt rond. Ook kortgerokte dames zijn hier geen rariteit. In de rockbar Opium blijf ik voor enkele covers van een singer-songwriter, van Oasis tot Arctic Monkeys. Frankenstein is dan weer overgeschakeld van rock op dance en R'n'B. Dansen.
Een klim naar de top van de 251 meter hoge vulkaan Arthur's Seat maakt me meteen wakker. Goedemorgen! Het is een korte maar intense klim, want ik heb een nogal moeilijke en relatief gevaarlijke route uitgekozen. Mooi zo. Buiten adem ontmoet ik een koppel uit Rhode Island en geniet ik van de wijde omgeving en de heerlijke rust, met hier en daar de roep van een fazant of het fluiten van een leeuwerik. In de stad wordt een marathon gelopen, de atleten zijn een leger mieren.
Glasgow!!! Station To Station

In Waverley Station neem ik de trein naar Glasgow, een bruisende moderne stad in de vallei van de Clyde, die nog weinig met haar cliché van vuile industriestad vol Dickensiaanse miserie heeft te maken. De trein glijdt het zakencentrum binnen, over de Clyde, in een woud van glas en beton. Eerste stop is George Square, een levendig plein vol standbeelden, met onder meer de uitvinder James Watt, dichters Robert Burns en Thomas Campbell, en hoog op zijn zuil Sir Walter Scott. Voor de imposante City Chambers bewaken twee stenen leeuwen de Cenotaph, het oorlogsmonument van Glasgow. Oostwaarts voorbij het met knappe fresco's bekladde Graham Hills Building van Stratheclyde University, naar Castle Street, waar ik het oudste huisje van Glasgow bezoek, uit de 15e eeuw. Het interieur van de 13e-eeuwse Saint Mungo's Cathedral is fraai en in de crypte tref ik de tombe van deze patroonheilige aan, te midden van heel wat zuilen en spitsbogen.
Achter de kathedraal doemen de grafmonumenten van het kerkhof hoog op. Net als Greyfriars een betoverende plek, erg romantisch. Het meest opmerkelijke monument is dat van John Knox, grote meneer van de Reformatie. Vanop zijn zuil geniet hij nu voor eeuwig en drie dagen van een prachtig zicht op de kathedraal en het historische centrum. Na een deugddoende wandeling in deze Necropolis begeef ik me zuidwaarts, voorbij Glasgow Cross en Mercant Cross, naar Barras Market, een hele wijk die omgetoverd is in een bruisende vlooienmarkt, inclusief heel wat pubs. Het 800 jaar oude Glasgow Green biedt rust en ontspanning. Het is zo warm vandaag dat heel wat Glaswegians hier komen bruinen. En het briesje van de Clyde doet deugd. Deze plek leverde James Watt een eurekamoment op, en Bonnie Prince Charles bereidde zich er voor op een belangrijke veldslag. Het is altijd de broeihaard voor sociale vooruitgang geweest, van stakingen tot revoluties. In het midden staat een obelisk. Queen Victoria kijkt streng vanop de Doulton Fountain, de grootste terra cotta fontein ter wereld, naar The People's Palace, waar de belangen van het volk centraal staan (dat is ook de leuze van de stad), van de suffragettes over de vakbonden tot de Schotse socialistische partij. Ook criminaliteit, alcohol en vrijheid komen aan bod. Mis zeker het karikaturenkabinet niet. Iets verderop staat de veelkleurige Templeton Carpet Factory schitterend te wezen.
Ook langs de Clyde relaxt men dat het een lieve lust is. In sommige pubs hangen berichten dat voetbalkleuren en -symbolen niet zijn toegelaten, wellicht omdat de rivaliteit tussen supporters van de Glasgow Rangers en die van Celtic vaker wel dan niet gewelddadige proporties kan aannemen. In een bar smul ik van een haggis, een traditioneel Schots gerecht met ingewanden in een schapenmaag geperst. Best lekker maar wordt al gauw erg zwaar. Ik neem de metro naar Govan Cross, vanwaar ik de futuristische gebouwen aan de Clyde bewonder. Achter de driemaster de Glenlee ligt Riverside Museum, een grillige veelhoek. In Klevingrove geniet ik van het schilderachtige zicht op het universiteitsgebouw aan het riviertje Kelvin. Iets verderop ligt het kolossale paleis dat het Kelvingrove Art Gallery and Museum huisvest. Zo. Dat was Glasgow in een notendop.
Terug naar de hoofdstad. Peach wacht me op aan het monument voor Walter Scott en we vlijen ons neer in Princes Street Garden, in de zon, met zicht op het kasteel. Ze maakt muziek onder de naam Small Feet Little Toes en geeft me een privéconcert op haar flat in Westend. De vriendin van haar Franse flatgenoot heeft net een coole job te pakken gekregen en dat vieren we met whisky, bier, cider, Franse wijn en een ginbrouwsel van de hand van de Amerikaanse flatmate. Cheers! De bevvy zaait de zaadjes voor een kanjer van een kater, slechts enkele uren later. Niets wat een ochtendwandeling van Princes Street naar het kasteel, en een stevig Brits ontbijt niet min of meer kan verhelpen echter. Mijn citytrip was veel te kort, alles was veel te kort. Ik heb hier en daar wat geproefd van wat Schotland heeft te bieden, en laat de herinnering nog wat branden op mijn tong. Choose life.

woensdag 25 mei 2016

Melancholia

Wachten op een barst. Breken voor de schade opgemeten.
Een celdeling.
Bevrijd en in angstzweet bevroren.
Fantoompijn. Agorafobie.
L'union fait la force. Bloedarmoede. Leeg en belegen.
Een uitgewerkte pil. Waar is de calcium.
Waar is de nooduitgang.
Slapen in jouw afdruk.
Melancholia kijken met een glas, dan de hele fles wijn,
en 's nachts hetzelfde dromen over Mars,
die opgedoken van achter de zon ons met een kopstoot
reduceert tot de eindeloze slierten van irrelevantie
die we al lang in vaste vorm waren.
De vaas breekt, valt in exact dezelfde scherven uiteen als de vorige keer.
En de lijm is op.
En de winkel is gesloten, nee verhuisd, nee opgedoekt, nee failliet.
Elke ochtend een langere rij bij de voedselbedeling.
Kansloze kinderen.
Kansloze kleinkinderen.
Kansloze achterkleinkinderen.
Een credo: Wij zijn niet kapot te krijgen.
Toch niet van buiten uit.
Er kruipen termieten over onze geslachtsdelen.
Wij weven twijfels in het zonlicht. Vakmanschap.
Kijk ons roepen.
Hoor ons denken.
Niets is nog van porselein. Gehard als alles is in het vallen.
Wij verkopen ons koninkrijk voor een paard.
Een taxi die met gierende banden een remspoor achterlaat.
Wij zijn elkaars slijmspoor. Wij kotsen replica's van de ander.
Wij hebben ons de huid te hard aangespannen.
Fluit eens op mijn wang.
Onze tongen zijn larven op hun rug geworpen.
Gal lekt waar het niet spuiten kan.
Dikke zwarte druppels. Als pek.
Een aderlating. Een nieuwe mens. Wij zijn veel van elkaar maar spreken af:
geen voetnoten, geen biddende valken boven speeltuinen,
geen alligators op golfterreinen.
We zijn geen wonden, hoogstens gehalveerde hagedissen.
We zijn het spartelen verleerd. Ook dat hoort erbij.
Het is nu voluit inhaleren,
verdampte boodschappen uitblazen in het gezicht.
Rooksignalen. Schouderklopjes. Een pillamp in de ogen.
Ontkurk de fles. Blaas de illusies eruit.
Hier wordt geleefd.
Hier scheiden wegen.
Hier borrelt iets.

vrijdag 20 mei 2016

Berichtgeving

Sommige waarheden komen van zo
diep dat je ze enkel kunt hoesten.
Ver vanuit de bast, de holle put betraliest
door ribben die bij de minste trilling breken.
Dit is geen hart dat gelucht, dit is de ziel uitkotsen,
dossiers en blauwdrukken, levenslopen verbonden
door aders en draden, convergerende verhalen.

Geef me een lepel en ik schraap de nuance van het
achterste van mijn tong, daar waar smaak zich niet waagt,
en katapulteer het in uw verbijsterde gezichten.
Zit er nog iets tussen mijn tanden?
Heb ik iets van u aan of heb ik mezelf
zonet zomaar even averechts gebraakt?
Zit mijn façade nu diep in mij verscholen, en kan enkel
een zielenknijper tot bij mijn uiterlijke schijn?

Een flinke hoestbui en alweer wat betekenis gelekt.
Als klokkenluider reis ik naar het middelpunt
van de waarheid, tot aan de nek in de lava,
een strijd tegen draken, met de hoop om af te varen
in de bloedsomloop, flarden op pad naar het brein,
van een taal die verdwijnt, een schimmenspel
van visies en kanten en water en wijn.

De dronken dans relativeert zichzelf te pletter
in het aanzien van twijfels die knagen en vreten en bijten,
een waarheid met diplomatie besmet, te beleefd en te bedeesd
om de straten met kraters te slaan, een wereld die beeft
op haar grondvesten, ontdaan van verklaringen, onwetend,
in de war, met gewiste hersenlagen, als na een coma.

Nee, niets daarvan. De diepgewortelde leugen
heeft zich goed ingedekt, tot in het beenmerg verzekerd
tegen doofpotten die overkoken, rook waar ook vuur is,
complotten die ontpoppen tot feiten. Zot zijn doet geen zeer.
Maar nog zo'n hoestbui en je wordt gehospitaliseerd.
Dingen zien die er niet zijn, daar hebben ze pilletjes tegen.

vrijdag 13 mei 2016

Afscheidsconcert Melting Time

Na 8 mooie jaren houdt de Belgische post-punkband Melting Time het voorlopig voor bekeken. De bandleden gaan zich elk op nieuwe projecten storten. Niels, Naomi, Tomas en Mauro waren de afgelopen jaren uitgegroeid tot een van de strafste Belgische bands, met enkele EP's, twee singles van internationale allure ('Eyes/Ice' en 'Sun') en een tournee in de UK op hun palmares. Voor De Nacht van Pafke werkten ze op vraag van regisseur Kris J. Verdonck met mij samen om een 10 minuten lang eerbetoon aan Jean-Marie Berckmans uit de grond te stampen. Gisterenavond trakteerden ze Trix op een stomend en onvergetelijk afscheidsconcert, met een greep uit hun meest rake songs, inclusief twee covers, één van Joy Division en één van Nirvana. Enkele foto's van dit nu al legendarische concert, van de hand van Danny Quintelier.

zondag 8 mei 2016

Wij van vele jaren

De reptilisering van de mens,
met de jaren word je steeds meer leguaan.
Koudbloedig zweren we zomerkleren af,
wij hebben het namelijk altijd koud.
Ook in juli. De illusie dat we vruchtbare levens
hebben geleid werpen we van ons af,
zo vervellen we uit comfort. Naakt als we zijn
in onze angst, onze spijt, ons nooit genoeg,
onze laatkomerij. Een winterslaap houdt ons
gevangen tussen vier isolerende muren.
Een terrarium waar kachels belachelijk
hoge temperaturen uitademen en de koelkast
volgepropt met onvoldoende voedsel.

Wij hebben geleerd om zonder oogleden
te slapen, waakzaam in onrustig dromen.
Het is vaak lang wachten op bezoek
van ons gebroed, maar wij baden in geduld,
met schubben als antennes, afgestemd
op de golflengtes van een wagen die vertraagt,
een vrouw die even draalt en zomaar
willekeurig voor de eenzame oprit blijft staan.
Potentieel bezoek steeds om de hoek. Een koekjesdoos
klaar voor gretig graaiende kinderhanden die
ook vandaag niet zullen komen opdagen.
Het eenzaamste huis in de eenzaamste straat.

Een ommetje naar het park is niets meer dan
alleen zijn in het openbaar. De eens hongerige
eendensnavels zijn die droge kruimels beu.
De jogger knikt zijn bezwete hoofd enkel nog
uit gewoonte. Even geroutineerd als de klok
die in de keuken tikt en onze harten die dat
voorbeeld nauwgezet volgen. Synchroon.
Een metronoom. De thuisverpleger lapt ons
om de week beroepsmatig op. We krijgen
pillen in alle kleuren, voor het hart en voor de kop.
Onze staart groeit alsmaar langer met ervaringen
die er geen zijn. Ze sterven af als dronken hersencellen,
gebukt onder fantoompijn. Een ontspannen snaar,
tot in de ziel versleten. Onaangeroerd door aandacht.
Door iedereen vergeten.

De tand des tijds hakt in op onze huiden, grauw en rauw.
Kanonnenvlees van de willekeur, voor een frisse bries,
de eerste vorst, of die nacht waarin onze afgerafelde adem
afgesneden door een opeenstapeling van schrik,
een verstikkend aura gevoed door de jaren.
Een doodsangst zonder genade, enkel geëvenaard
door de oorlogswonden van het leven, dat niets meer
te bieden. Het is leven omdat er niets anders opzit.
Shellshock. Posttraumatisch leven.
Wij legionairs. Wij leguanen.
Wij van vele jaren. Wij ouden van dagen.
Ook de wijsheid die we in pacht zijn we vergeten.
Wij bange slangen. Wij schildpadden zonder schild.
Wij glijden in holen en spleten, kruipen weg onder een steen.
En daar wachten we. Dat is alles wat we hebben.


Op 18 mei koos Judith Anaf, copywriter bij Zinfonie, dit gedicht als de Azerty Factor tip van de week. Waarvoor dank! Haar analyse:

“Ik dacht eigenlijk altijd dat dit de Azerty’factory’ was, een fabriek dus. Zoals in ‘Het land van de grote woordfabriek’. En dat de teksten als pakketjes van de loopband vallen. De grote hoeveelheid inzendingen verraste mij. Zeker omdat ik er een aantal meerdere keren wilde lezen, om de dubbele bodems eruit te halen. Uiteindelijk koos ik voor dit gedicht van Vanlerberghe over het ouderdomsproces van de mens. Zijn doorgetrokken vergelijking met een leguaan schudt je zintuigen wakker. In zijn eerste strofe speelt hij warm en koud tegen elkaar uit: ‘altijd koud’ versus de warme maand juli. Kachels versus de koelkast.
De tweede strofe start meteen met een ijzersterk beeld: ‘Wij hebben geleerd om zonder oogleden te slapen’. Daar krijg ik het letterlijk even koud van. De kille eenzaamheid sluipt ook in de altijd volle koekjesdoos, de wandeling in het park en het getik van de keukenklok. En het ‘oplappen’ door de thuisverpleger gebeurt louter beroepsmatig, voor mocht je nog een greintje menselijke warmte voelen.
In de laatste strofe drijft Vanlerberghe de vanitas-gedachte, het besef van vergankelijkheid, op de spits. Opnieuw voel je als lezer de koude door je lichaam trekken, door ‘een frisse bries’, ‘de eerste vorst’ en ten slotte de expliciet benoemde angst voor de dood. In de laatste verzen benadrukt de dichter het wij-gevoel, door dat woord telkens te herhalen. Want is dat niet wat ons uiteindelijk bindt als mensen, het samen wachten op de dood? Een gedicht dat blijft nazinderen.”

dinsdag 3 mei 2016

Proloog

De cava bijt zich een weg door onze tanden,
omarm me, geef me nog zo'n tapenadezoen.
Als eerste betreden we de dansvloer,
de rest propt zich nog vol met excuses en kippenboutjes,
maar ons lijf is al lang van de massa afgekolfd, afgestorven.

Ben jij mijn ballerina, dan zal ik jouw dansende derwisj zijn.
We wringen schaamte uit onze belegen botten, en de cava baart beloften
die ooit wel ergens in zullen worden gekerfd,
in een heilige steen of in onze verdoemde zielen.

Als jij stopt met Tinder, dan zal ik niet meer masturberen
voor een foto van Hitler. Fair enough, deze deal.
Je maakt me uit voor randdebiel,
ik zeg je kan vierkant mijn nazikloten kussen.

Je baas gebaart ongeduldig, misschien weet hij weer een grap,
of is hij zat genoeg om je een loonopslag voor te schotelen.
Hopelijk is die dan pittiger dan zowat alle hapjes en grapjes
die vanavond de revue zijn gepasseerd.

Ik heb trek in dat gebrek aan een slipje waar enkel ik,
als ingewijde minnaar, weet van heb.
Een voorschot op wat komen zal, de knellende ellende
in mijn broek voor onbepaalde duur verlengd.

Personeelsfeestjes als wachten op het perron,
een trein met vertraging, maar eens hij komt,
blijkt hij een buitenproportionele lading dynamiet te vervoeren,
die niet enkel het station, maar gans het dorp wegvaagt.

Achterin een taxi
dartelen en spartelen,
grijpen en begrijpen:
het zaad van de passagiers voor ons is nog lang niet opgedroogd.

Stoom uit onze oren,
een schurkend kruis,
smeltende gletsjers,
gruyère, stokstaartjes,
rake klappen en slechte grappen,
de kegelvormige moedervlek op de kont van je baas,
en wat met kinderarmoede,
en wat als de terreur ook ons op een dag zal treffen,
een wilde staccato collage,
messcherpe montage,
preoccupatie met alles wat niets met jou heeft te maken.
Focus.
Focus.
Focus.
Stem je zender af op de bedenking:
geen slipje. Géén slipje.
Al heel de avond niet.
En on repeat.
Géén slipje.
Al heel de avond niet.
En on repeat.
Géén slipje.
Al heel de avond niet.
Een kruisraket in positie gezet.
Klaar voor lancering.
Geen slipje.
Een heldere hemel.
Onbelemmerd door de nuance van textiel
die tussen jouw graal en mijn queeste kleeft. 

En begin maar al te krommen.
En begin maar al te trillen en te beven.
Ik breng de zoden aan jouw dijk,
haal je imago door mijn slijk,
net als een zwijn met dat gewroet,
jij de geul en ik de vloed.
De taxi braakt ons uit op straat,
een vuurbal stuitert, botst en kaatst.
Een wildwaterbaan van aandacht en noodzakelijk kwaad.
Want we schaden elkaars reputatie
sneller dan we aan het praten geraken.
Zie ons hier op de stoep,
de goesting bevrijd uit de broek.
Klauwen en kaken tot alles in staat,
spraakmakend, tot op de tanden gewapend.

Bloemen noch kransen noch confetti noch stomende lakens
voor hoe het verder gaat wanneer de voordeur dichtslaat.
De sleutel in het slot is de enige vorm van penetratie.
Alle cliffhangers en achtervolgingsscènes en ontknopingen en apotheosen
zaten al in de proloog; in de feature film valt niets meer te rapen.

We gaan slapen.

zondag 1 mei 2016

Ballonnenvrees 1 mei 2016

Elk jaar verzorgt Ballonnenvrees het poëtische luik van Feest van den Boom in 't Werkhuys. Dit is traditioneel op 1 mei. Net als vorig jaar bundelden de verschillende 'bewoners' van 't Werkhuys hun krachten en talenten samen, en deze keer was dat onder leiding van theatermaker Gideon Hakker. In twee sessies leidden we het publiek doorheen het verhaal van de jongen die er 'met zijn zatte kloten' voor heeft gezorgd dat Romeo en Julia elkaar nooit hadden ontmoet, en dat wou hij nu dus goedmaken. Buikdanseressen, lindy hopdansers, ballonnen vrezende dichters en de bijzonder enthousiaste flamencokindjes zorgden in de Foyer voor een lofzang op de liefde, een onstuimig feest waarin ze de liefde bejubelden. Het koor Notches gidste het publiek van de ene zaal naar de andere en de ambiance zat er dik in. Tijdens beide sessies was ook Ballonnenvrees van de partij, en zo brachten Gert Vanlerberghe (zijn Naft Voor Woord slamtekst 'Ruis'), Lies Vandenhende (haar winnende SOET-gedicht 'Wenen') en Laurien Janssens hun beste teksten, die de liefde toch een klein beetje in vraag stelden.
Dit uiteraard tot groot amusement van de liefdesnegationisten, die in de mooie en spiksplinternieuwe Koepelzaal hilarische Spaanse slogans verkondigden over hoe slecht en onzinnig de liefde wel niet kan zijn. Dit werd natuurlijk sterk door Gideon, Notches en menig luide kinderstem ontkracht. Improcomedy Confituur matchte twee mensen uit het publiek en improviseerden een soort van Blind Date bij elkaar, waarna ze hun eerste ontmoeting ensceneerden. Vervolgens kreeg ons kersverse koppel een VIP-behandeling met cava en nam Gideon polaroidfoto's om ze in de boom te vereeuwigen.

Meteen daarna bracht Ballonnenvrees hun jaarlijks toonmoment, deze keer in het Literair Salon, een knus kamertje met kussens en bankjes, waar versterking overbodig bleek. Gert vertelde over zijn date met een saxmeisje, waarna Daan Janssens, gisteren tweedes bij Naft Voor Woord, enkele nieuwe teksten bracht in zijn dynamische performance. Laurien stond voor het eerst op een Antwerps podium, terwijl ze in Gent al bijzonder goed bezig is, zeker nu ze de eerste voorronde van Gent Slamt heeft gewonnen. Haar slamteksten laten niemand onberoerd.
Zoë Croegaert is nog een beginneling op het podium, maar haar teksten zijn ontwapenend en heel interessant gebracht. Meer van dat! Ancien Gust Peeters vroeg het publiek ten dans met zijn gloednieuwe gedicht, als wereldprimeur gepresenteerd, en tot slot was er Lies Vandenhende, die voor de zoveelste keer vandaag het publiek wist in te pakken met haar rake teksten. Zowel in de Foyer als in het Literair Salon speelde ze met de ruimte, wat natuurlijk pluspunten zijn. Een beknopt compact halfuurtje boordevol straffe poëzie van cutting-edge dichters!
Na de tweede sessie van Romeo en Julia verzamelden de dichters zich rond de legendarische boom, die vol met letterkoekjes en polaroidfoto's hing. Gert liet het publiek op het stampvolle binnenplein van 't Werkhuys om Rita roepen, de oprichter en bezieler van deze tempel van cultuur, en zette deze straffe dame in de bloemetjes door enkele van haar belangrijkste wapenfeiten op te sommen, afgewisseld met poëtische flarden van alle dichters. Uiteindelijk besloot Gert dat Rita de koningin was en hij de zot.

Antwerpse cultband Veston sloot een prachtige editie van Feest van den Boom af met een stomende set Nederlandstalige gipsy feestmuziek, waar zelfs een polonaise aan te pas kwam, waarna iedereen aan tafel ging voor de overheerlijke vogelnestjes van de volxkeuken.
't Werkhuys is waar alles is begonnen en het is met veel plezier en trots dat Ballonnenvrees hier jaarlijks een toonmoment brengt te midden van al die cultuurminnende mensen. Dit was onze 30e editie en hij was geslaagd! Wij Borgerhouden van jullie allemaal!