zondag 18 september 2016

Persona non grata

Ik val in ongena bij iedereen die mijn mening vraagt.
Persona non grata, al mijn maskers vallen af,
in mijn kleerkast meer gewaden en onesies dan Zeus,
avatars die stuk voor stuk verbannen,
een voetnoot, wat krabbels in de kantlijn,
een palimpsest van Dode Zeerollen,
lees mij tussen de regels van de duivelsverzen door,
large dat ik ben, multitudes die ik heb.
Ik ben digressief, apocrief,
regressief, elusief als Proteus,
een estafetteloop van gedaanten,
metamorfosen tussen leven en dood,
it's morphin' time!
Schipper tussen leeuw en lam, water en vlam,
draai nog eens aan het rad, wie zal het zeggen? Walter?
Kijk me diep in de ogen met de ogen van een bij:
ik heb facetten, kies er één.
Je vindt je gading niet? Ja ma'... ja ma'... ja ma'... oké... herbron,
ik ben een kamakamakamakameleon,
draai rond de zon, nog zonder vorm,
ik vreet kometen, heb ijzertekort,
verover sterrenstelsels voor de sport,
Deathstar, schip dat niet neerstort,
en met buitenaards materiaal vul ik de gaten in mijn DNA.
Ik aanschouw de veelvoud aan kansen en snuif ze op als pep.
Cellen vermenigvuldigen, agglomeratie, ik dij uit.
Waar ik stop met mens zijn, word ik een god,
zo één van dertien in een dozijn die nog net
aan het ambrosiabuffet mag aanschuiven, achteraan,
en zich niet meer tevreden moet stellen met
de broodkorsten die Hermes of Thor of Vishnu hem toewerpt,
maar ik elleboog me naar de top,
en na een nacht van lange messen roep ik me uit tot de Ware,
ik kerf tien vuistregels in een molensteen
en verdrink het gouden kalf ermee,
ik demoniseer Jezus en Mohammed, en Baal mag uit de hoek
om mijn schoenen op te blinken, hoger komt hij niet.
Alle afvalligen, alle ketters belanden in de kringspieren van de hel.
Ik laat ze er branden of blootsvoets op een tapijt van legoblokjes lopen,
zodat mij niét aanbidden voor niemand nog een optie is.
En op mijn hoogtepunt verzoen ik alle rivaliserende sektes met elkaar.
Ze zien het licht als de vuurtoren die
hoog boven hun levens in hun ogen schijnt.
Ze aanschouwen mij en al de rest verdwijnt.
Ik ben heer en meester, en niemand die het oneens met dat oordeel.
Ik beveel & they obey. R.I.P. iedereen die het anders ziet.
Ik ben één en ondeelbaar, alwetend, alomtegenwoordig,
onzichtbaar, oneindig goed omdat ik dat zeg.
God heeft een dikke nek. Wie het anders wil, heeft pech.
En eens om de vier jaar lanceer ik kansen:
onttroon mij, vaag mijn hegemonie van de kaart.
Was het zand weg dat ik in je ogen strooi,
neem een staak en verblind mij, koning in het land der blinden.
Meet je krachten met mij, vernietig mij, ontken mij helemaal weg.
Ik val in ongena bij iedereen die mijn mening vraagt.
Persona non grata, al mijn maskers vallen af.

donderdag 15 september 2016

Ballonnenvrees 14 september 2016

Op een ontzettend hete septemberavond zette Ballonnenvrees het ‘nieuwe seizoen’ in, zoals dat heet. Al leek deze eerste najaarseditie in ’t Werkhuys eerder op een afsluiter van de zomeredities. Het was broeierig heet, en dan moet zelfs de poëzie de deur uit.
Maar beginnen deden we in het Kaffee. Publieksfavoriet Ulrike Burki mocht de spits afbijten deze avond. Ze groef met ons een put en deed ons dromen over baboesjka’s en Chaudfontaine. Laurien bracht een strakke slamset, met onder meer haar ‘klassieker’ over daddy issues. IJzersterk en vlijmscherp. Robbert Meijntjes is een van de organisators van het Rotterdamse podium Frontaal. Zijn ode aan de vrouw was tegelijkertijd een klaaglied van de man, en terwijl je er niet vrolijker van wordt, kan je de hoge herkenbaarheidsfactor absoluut niet negeren.
Voor de pauze verplaatste gans het publiek zich naar het binnenplein, waar Dries Van Doorn een epische performance onder het woekerende gebladerte van ‘den Boom’ bracht, in de zwoele zomerschemering. Eerst verklaarde hij dat poëten soms pooiers zijn, zo heeft hij ook een zekere R.V. grondig misbruikt. Dat het hem speet. Hij verklaarde ook alle autosnelwegen heilig.
Na een deugddoende pauze keerden we weer naar het podium, waar de Utrechtse dichteres Jolies Heij over de Indian Summer dichtte, en stelde dat mannen geen geliefde, maar een neukdoos willen. Frans Vlinderman las enkele teksten uit zijn eindeloze verzameling aan ‘man-gedichten’, bracht een gedicht over Monopoli en eindigde met een haiku. Stefan Heulot stond al voor de vijfde keer of zo op Ballonnenvrees. Ondertussen is hij wijkdichter van Zurenborg in spe (januari 2017) en afgestudeerd aan de SchrijversAcademie. Hij opende in het Italiaans, bracht een poëtische ode aan Jazz Middelheim en een tekst over de Killing Fields.
Ondertussen tekenden Idris Sevenans, Robby Blondbaard en Zena Van den Block dat het een lieve lust was. Ze maakten kunstwerkjes op bierviltjes, die ze verkochten als >1 eurodeals. Weer naar buiten allemaal voor een intense set van Limburgs slamgeweld Jee Kast. Hoewel hij met zijn eerste tekst ‘Lolita’ wat in de mist ging, maakte hij dat meer dan goed met enkele van zijn nieuwere teksten. Zo vroeg hij zich op een bijzonder spitsvondige en geestige manier af wat er gebeurde met al die e-mails die hij verstuurde maar waar nooit antwoord op kwam.
De open mic werd gewoon buiten gehouden, in de hete septembernacht. Kem Heyndels schreef enkele edities geleden een tekst op een bierviltje. Die ‘Woestijnoase’ bracht hij nu. Daarna liep hij naar zijn vibrafoon, een groot uitgevallen xylofoon met ingebouwde orgelpijpen, waarop hij een prachtig stuk speelde. Ontwapenend. Thomas Goorden verjaarde en ging voor een interactief moment met ‘klaar om te wenden’. Gert Vanlerberghe gooide er nog ‘Broos’ tussenin, waarna hij Gust Peeters aankondigde, die twee gloednieuwe teksten bracht, de ene al wat minder serieus dan de andere. Nils Geylen las ‘Wanverhouding’ voor en Yannick Moyson sloot af met een freestyle, maar hij kreeg zulke vreemde woorden toegeworpen dat we het al gauw hadden over grotmongolen en gefrituurde giraffen. Maar daar moet het af en toe ook eens over gaan.
Alweer een gezellige avond en een mooie start voor een nieuw ‘poëziejaar’ met Ballonnenvrees. De volgende editie is op 30 september en nog eens in Café Ami, dat werd nog eens tijd, en daarna gaan we er voor anderhalve maand mee ophouden. Heel graag tot dan!

Foto's: Gust Peeters