donderdag 25 januari 2018

Stijlbreuken

Misschien past mij dit keurslijf
Onze blik vernauwd in tunnelvisie
Nooit een derde of een vierde
Of een vijfde, laat staan een zesde
Geen gemors, geen enkele bocht
Altijd rechtdoor, tot in den treure
Maar één smaak en één verhaal
Iedereen vraagt naar je
En ik zeg vraag het aan haar

*

Blijf bij de les,
onheilsprinses.
Jouw levensverwachting
ligt als sneeuw
op het punt van een mes.

*

Soms moet je tegen de lamp lopen
om het licht te zien.

*

De Stijlbreuk

Vuil groen stroomt onder de brug weg.
Ik heb recht op een nieuwe uitleg.
Bomen in voorherfstgele gewaden,
meeuwen terroriseren de pleinen.
De stad kleurt modriaan,
was alles maar zo rechtlijnig.
Fietsen met ketting aan een hek,
als beschermd monument
van het goede leven,
netjes afgelijnd en ingedijkt,
dat lukt nergens zo goed als in dit land,

en wij daarbuiten op roofpad.
Proleten in de marge,
roestvlekken op de feeststemming,
fruitvliegjes op een impressionistisch doek,
niet snel genoeg, dus waarom
ook maar een millimeter moven.

De kou bekruipt ons als
klimop een keurige gevel.
Traag water bepaalt hier
het tempo van de stad.
Zo kantelt de middag,
staat de avond op, aarzelend,
wankel, trillende benen.
Een oneffen pad langs de gracht,
lopen is vechten tegen de bierkade.
Behalve nieuwerwetse gedichten
staan ook wijsheden op huizen te lezen.

Gisteren is poëzie,
wat morgen komt,
weet niemand.

*

De deining van de pleinen golft venijnig.
Hier heb je zeebenen van doen,
dus we vluchten naar Hoog-Catharijne.
Net voor het sein nog in de trein,
staren naar schapen in de wei.
Zwarte zwanen, zilverreiger.
Schroeiplekken in de maag,
nog gauw ontbijten.
Holland rolt voorbij,
geluk knielt in eenvoud.
Weer wat euforie op de pof.
Fonkelende sterren
in mijn gehemelte.
Walm van vreugde.
Rechte lanen van water.
Huisjes etaleren fatsoen.
Houvast.
Roffa loopt niet weg.
De luiken mogen dicht.

*

Arrogantie komt in vele gedaantes. Van een eerste kiem van succes bij Vlaamse rockbands tot Antwerpenaren die kwaad worden wanneer de buschauffeur hen bij het instappen in Leuven, of Mortsel - dat zich een stad waant met haar vier stations - om een vervoersbewijs vragen.

*

Softly Falling

Het sneeuwt en het blijft sneeuwen. Alles ligt er wit en koud en verlamd bij. Geen enkel gebouw ontsnapt eraan, zeker de linkse kerk niet, waar men tolerantie predikt en de andersdenker verkettert. Het dak trekt sneeuwvlokjes aan als een magneet. Mondige bevroren druppels zonder zonden. Na enige tijd begint het dak te kreunen, te kraken, en onvermijdelijk stort het gevaarte in, onder het niet langer te torsen gewicht van majestueuze hypocrisie.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten